Jim Courier hanteert racket evengoed als honkbalknuppel

PARIJS, 6 JUNI. De beslissing was geen eenvoudige, maar wel een verstandige toen Jim Courier ruim acht jaar geleden besloot zijn honkbalknuppel te verruilen voor het tennisracket. Courier was korte stop bij Dade City in de Little League. Een pitcher in het honkbal of iemand die serveert in het tennis, de snelheid waarmee de bal in beide sporten op je afkomt en moet worden weggeslagen vertoont veel overeenkomst volgens Courier. Zijn Amerikaanse gehoor luisterde ademloos toe. Plotseling klonk tennis zo eenvoudig en leek het de normaalste zaak van de wereld dat de pas 21-jarige Amerikaan in de kwartfinales op Roland Garros de nummer een van de wereld, Stefan Edberg, in vier sets (6-4, 2-6, 6-3, 6-4) had ontluisterd.

Edberg, die zijn nummer een positie op de ATP-ranking weer kwijt is aan Becker als deze vrijdag ten minste van Agassi wint, reageert op dit soort tegenslagen volslagen stoicijns. Zijn service liep niet, hij had geen geluk op de belangrijke punten, hij sloeg onbegrijpelijke missers met zijn gevreesde backhand, zijn top spin-lob mislukte en that's it volgens de Zweed. Maar het kon toch niet het opmerkelijke feit verhullen dat sinds 1977 geen enkele Zweedse speler zich in Parijs meer bij de laatste vier bevindt. Maandag staat Edberg alweer op de grasbanen van Queens om zich voor te bereiden op Wimbledon, waar hij zijn titel moet verdedigen. Zijn tegenstander Jim Courier is geboren en getogen in Florida, waar hij onvermijdelijk werd gedreven in de armen van de Nick Bollettieri Tennis Academy. Bollettieri beschouwde het twee jaar geleden nog als een leerzame les voor Andre Agassi, een andere pupil van hem, dat Courier hem in de derde ronde van Parijs (vorig jaar waren de rollen tussen beide spelers omgekeerd) uitschakelde, maar een echt grote ster heeft Bollettieri in Courier nooit gezien. Zijn prijzengeld van 1,3 miljoen dollar is tamelijk bescheiden, zijn toernooizeges beperken zich tot drie, Basel, Indian Wells en Key Biscayne. Hoewel zijn overwinning dit jaar van dit laatste en in tenniskringen wel eens als vijfde Grand-Slamtoernooi beschouwde evenement, al als een vingerwijzing kon worden beschouwd dat Courier aan een opmerkelijke opmars bezig is. Slim en secuur zocht hij gisteren op het court central herhaaldelijk de forehand op van Edberg, die van zijn gevreesde backhand nauwelijks kon profiteren. Wanneer de Zweed met zijn eigen forehand met hoge, bijna top spin geslagen ballen de snelheid uit het spel probeerde te halen, volgden de onnavolgbare passeerslagen van de Amerikaan. “Typerend voor de partij was dat ik die ene lob op een fractie mis en zijn volgende passeerslag precies dood op de lijn valt”, analyseerde Edberg, die zich al lang bij de teleurstellende gang van zaken had neergelegd en op geen enkele dubieuze call van umpire of lijnrechter reageerde. “Ik moest hem weghouden van het net, dat was alles”, verklaarde Courier zelfverzekerd. “Ik voelde dat ik vandaag vijfenvijftig procent van mijn slagen van achteruit tegen hem kon winnen. Dat was voldoende.” Door de overwinning van Courier staan voor het eerst sinds 1984 (McEnroe-Connors) twee Amerikanen in de halve finales op Roland Garros.

Een Amerikaanse finale Courier-Agassi behoort daardoor zelfs tot de mogelijkheden, maar dat geldt evenzeer voor de Duitsers. Nadat Becker zich eergisteren al had geplaatst, bereikte gisteren Michael Stich de halve finale door een overwinning in drie keer 6-4 tegen de Argentijn Franco Davin. Davin (69 op de ATP-ranking) is een specifiek tennisprodukt van de Argentijnse gravelschool. Davin zag op Roland Garros al een heldenrol voor zich weggelegd zoals zijn beduidend meer getalenteerde landgenoot Vilas in het verleden daar al zo vaak heeft opgeeist. Maar Davin moest tot zijn verdriet constateren dat de tijden zijn veranderd. Of zoals zijn tegenstander Michael Stich de begrafenis van de baseline-spelers in Parijs beschreef: “Roland Garros is het enige graveltoernooi waar de service-volleyspelers een kans hebben te winnen. De ballen zijn harder en de baan is sneller dan op andere grote graveltoernooien.” Stich is een van de zeven Duitsers die inmiddels in de top 100 van de ATP-ranking staan. Maar in de Duitse hierarchie is hij opgerukt als tweede achter Boris Becker. Voor het eerst in de geschiedenis van het Duitse tennis staan twee Duitse spelers in een halve finale van een Grand-Slamtoernooi en ook in de top tien van de wereldranglijst. Stich, die vorig jaar in Memphis zijn eerste toernooizege behaalde, speelt het laatste jaar geweldig tennis, maar heeft zijn les inmiddels geleerd. In februari 1990 werd hij in Bremen door de Duitse Davis-Cupcoach Niki Pilic niet eens goed genoeg bevonden om tegen Nederland te spelen tegen de 'gevaarlijke' Michiel Schapers.

Pilic gaf bij afwezigheid van Becker, de tweede plaats in de singles achter Steeb toen aan Jelen. Dit jaar maakte Stich, evenals Courier trouwens in het team van de Verenigde Staten, zijn debuut in het Duitse Davis-Cupteam in de wedstrijd tegen Argentinie, waarin hij op gravel prompt van Jaite verloor. De Duitse media grepen dit vergrijp onmiddellijk aan en bleven hameren op zijn labiele mentaliteit.

Hetzelfde gebeurde een jaar eerder op Flushing Meadow toen hij door Lendl werd uitgeschakeld. “Toen werd geroepen dat ik mijn zenuwen niet onder controle had. Maar ik laat me geen etiket opplakken. Ik ben geen loser. In Duitsland wordt extreem gereageerd”, vertelde Stich verontwaardigd aan het Duitse blad Tennis Magazine. “Als ik van Jaite had gewonnen was ik meteen tot held gebombardeerd. Jetzt war ich der Arsch der Nation. Maar als ik me dit op de baan laat aanpraten en daaraan denk bij 5-5, verlies ik gegarandeerd de set met 7-5. Daarom neem ik daar afstand van. Niet uit arrogantie, wat me in Duitsland weer wordt verweten, maar uit zelfbehoud.” De partijen in de tweede ronde tegen de Spanjaard Costa en Richard Krajicek een ronde later beschouwt Stich als de lastigste partijen in Parijs tot nu toe. “Toch heb ik tegen Courier, die goed serveert en vanaf de baseline scherpe rally's aangaat, een betere kans dan ik tegen Edberg zou hebben gehad. Courier speelt mijn spelletje”, zegt Stich, die evenals de Amerikaan nog nooit zover gekomen is in een Grand-Slamtoernooi. Niettemin was de talrijke en opgewonden Duitse pers razend benieuwd naar zijn geheim. Stich: “Ik ben topfit en heb mentaal steeds zware wedstrijden gehad waarin ik moest terugvechten en die vervolgens overleefd. Dat sterkt iemand. Ik heb dat geleerd door naar Boris Becker te kijken. Ook hij geeft nooit op voor de laatste bal gespeeld is.”