IPO vraagt overheid virus tegen rups Floridamot toe te laten

Volgende week dient het Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek (IPO) bij de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen een aanvraag in tot toelating van het Floridamotvirus. Hiermee hoopt het instituut de impasse te doorbreken die rond de aanvraag van biologische bestrijdingsmiddelen is ontstaan.

Het gaat om een biologische bestrijdingsmethode tegen rupsen van de Floridamot. Die kwam in 1976 uit de V.S. overwaaien en richt vooral in de chrysantenteelt veel vraatschade aan. Tegen het beest is de afgelopen jaren al zoveel en zo vaak gespoten, dat hij tegen de meeste middelen resistent of in hoge mate tolerant is geworden. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken is een alternatief ontwikkeld. De rupsen blijken namelijk heel gevoelig te zijn voor een bepaalde virusziekte. Driemaal spuiten met dit virus, met tussenpozen van een week zou afdoende moeten zijn om de jonge rupsjes uit te schakelen zodra ze uit het ei komen. Het is een simpele, schone methode die behalve op bloemen ook op groenten goed toepasbaar is. Verschillende bedrijven in binnen- en buitenland hebben dan ook belangstelling getoond om het virus als commercieel product te ontwikkelen. Omdat virussen erg gevoelig zijn voor ultraviolet licht, krijgen ze ene beschermende verpakking. Ze worden omhuld door eiwitboletjes, die enkele honderden virusdeeltjes bevatten. In de maag van de rups wordt die eiwitcapsule verteerd en komen de virussen vrij.

In de Arikaanse bosbouw heeft men tientallen jaren ervaring met deze manier van rupsenbestrijding. Het grote probleem in ons land is de toelatingsprocedure. In principe is het overheidsbeleid gericht op stimulering van milieuvriendelijke niet-chemische bestrijdingsmethoden, maar in de praktijk komen die niet van de grond. Nergens is namelijk vastgelegd aan welke toelatingseisen biologische bestrijdingsmiddelen moeten voldoen. Zonder officiele toelating mag een bestrijdingsmiddel niet op de markt worden gebracht. Bedrijven worden echter afgeschrikt om een toelatingsaanvraag in te dienen omdat ze geen idee hebben wat zo'n aanvraag hun gaat kosten. De meeste biologische bestrijdingsmiddelen werken nogal specifiek en kunnen maar een kleine markt bedienen - in het geval van de Floridamot in de chrysantenteelt gaat het om zo'n 200 hectare. Een dure toelatingsprocedure betaalt zichzelf dan niet terug. Zo blijven veel ideeen in het onderzoeksstadium steken. Uitgebreid toxicologisch proefdierenonderzoek, zoals voor chemische bestrijdingsmiddelen gebruikelijk, lijkt voor een onschuldig viruseiwit dat in het maag-darmkanaal van de rups wordt verteerd, tamelijk overdreven. Volgens het IPO is nu sprake van een impasse. De overheid wil pas normen en eisen formuleren aan de hand van concrete toelatingsaanvragen, de industrie wil die aanvragen niet indienen zolang de normen en eisen niet duidelijk zijn. Om deze patstelling te doorbreken komt het onderzoeksinstituut nu zelf met een toelatingsaanvraag, die duidelijkheid moet scheppen. De aanvraag bestaat uit twee delen. Het ene heeft een algemeen karakter, het andere behandelt eigenschappen van het Floridamotvirus en aanverwante virussen. In de aanvraag is naast laboratoriumonderzoek veertig jaar internationaal literatuuronderzoek verwerkt.