Het Trio in Mi bemol van Rohmer luchtig mini-drama; Mozart als lachende derde

Voorstelling: Het Trio in Mi bemol van Eric Rohmer. Holland Festival. Regie: Jan Ritsema. Spel: Josse de Pauw, Lineke Rijxman. Gezien: 5-6, Felix Meritis, Amsterdam. Aldaar t-m 15-6.

Volgens de legende componeerde Mozart het terzet Trio in Mi bemol (1786) tijdens een partijtje kegelen. Om die reden wordt de compositie wel 'Kegelstatt-trio' genoemd. Spelenderwijs ontstaan, maar desondanks voorzien van een statige menuet-frase. Misschien wel daarom koos de Franse filmregisseur Eric Rohmer het stuk als uitgangspunt voor zijn 'comedie breve', met dezelfde titel. Het komische kan niet zonder ernst.

Conform de titel brengt Rohmer in zijn stuk drie personages samen: een man en een vrouw, en Mozart. De man en de vrouw zijn geliefden of ex-geliefden, ze weten het zelf niet goed. Vooral zij knoopt andere relaties aan, met een Grote Liefde zelfs, maar acht het nodig de man daarvan op de hoogte te houden. Hun verhouding gehoorzaamt aan de wijze diagnose die de volksmond graag stelt: ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Metafoor voor het langs elkaar schampen van beider gelijk is de uiteenlopende muzikale voorkeur van het stel. Hij is gek op klassiek (Beethoven) en zij heeft zich juist in haar hoofd geprent van pop te houden. Maar behalve die mogelijkheden is er nog Mozart, de lachende derde, die mild blijkt te zijn voor de kijvende partijen. Op de golfbewegingen van zijn Trio, van het andante via het menuetto naar het allegretto, construeert Rohmer de stemmingen en stremmingen in een onder het vergrootglas gelegde mini-drama. Kundig doet hij dat, luchtig, onderhoudend, herkenbaar en toch veelzijdig. En hij weet er zelfs, met behulp van dezelfde Mozart, een thriller-achtige component aan toe te voegen. Een aardige inhoud, met dringende behoefte aan een verrassende vorm. Regisseur Jan Ritsema krijgt met dit stuk opnieuw de kans subtiele overgangen te ensceneren, zoals hij met name deed in het uiterst succesvolle Het. Ook hier geen realisme, althans niet in de enscenering, maar markering van de scenes door, in de toonzetting van het moment, hardop voorgelezen regie-aanwijzingen. “Herfst, en mooi weer” kan er dan woedend uitkomen, omdat hij haar zojuist weer een loer heeft gedraaid. Dat is grappig, net als de prompte reactie van de drie live aanwezige muzikanten, die beginnen te spelen als de geliefden een 'CD opzetten'. Op zulke momenten wordt de muziek als personage goed gentegreerd, anders dan aan het begin, als Mozarts stuk, los van actie op de speelvloer, in zijn geheel wordt uitgevoerd. Aanvankelijk lijkt dat een zwaktebod, maar later wordt des te duidelijker hoe uit dat losse zand een aardig kasteeltje wordt opgebouwd. De losheid ontbreekt (nog) in het spel. Een kleine voorstelling als deze moet vooral niet te beschaafd worden.