Faillissementsgolf treft Amerikanen

In de afgelopen zes jaar zijn 3,2 miljoen Amerikanen failliet gegaan. Dat betekent dat een op de 29 gezinnen een bankroet heeft doorgemaakt. Nu de recessie is aangebroken worden dit jaar nog eens 700.000 tot 800.000 persoonlijke faillissementen verwacht, volgend jaar een soortgelijk aantal.

Op de tweede verdieping van een roemloos kantoorgebouw in het centrum van de verweerde stad Newark, spoelt het wrakhout van de Amerikaanse samenleving aan. In twee vergaderzaaltjes zonder ramen worden de hele dag failliete Amerikanen ontvangen. Twee trustees - vrouwen van een jaar of 35 - zitten ieder achter een tafel. Op stoelen langs de muur, en buiten op de gang, wachten de aanvragers van een faillissement. Een marktkoopvrouw die niets meer verkocht; een schoenenverkoper die in 1988 is ontslagen; een winkelmeisje dat rugklachten kreeg en tijdens haar afwezigheid hoorde dat de winkel was opgedoekt; een ontspoorde aandelenmakelaar van PaineWebber; een kroegbaas van 76 die financieel onderuit ging door de serie oogoperaties van zijn vrouw. Allemaal hebben ze hun schulden laten stijgen tot ze erin verdronken. Ze hebben slechts een ding gemeen: ze hoopten allemaal tot het laatste moment dat het beter zou gaan. De trustees hebben ieder twintig gevallen per uur op hun agenda staan: drie minuten per geval. Deze vluchtige ontmoetingen zijn officieel de crediteurenvergaderingen, de eerste stap op weg naar het faillissement. Aan de muur hangt een dreigend bord: 'De FBI onderzoekt fraude'. Maar wie vijf minuten in de zaal zit, weet al dat dat een loos dreigement is: er is doodgewoon geen tijd voor dat soort onderzoeken.

Het is aan de schuldeisers - de banken, de credit-card maatschappijen, de autodealers - om de aanvraag te betwisten, en de schuldeisers komen allang niet meer opdagen. Er is in de gang maar een vertegenwoordiger van een crediteur te bekennen, een schuchtere advocaat die voor het warenhuis Sears werkt. Sears heeft 28 miljoen credit cards in het hele land uitstaan. De trustee stelt een paar routinevragen - “Is er nog iets veranderd sinds de aanvraag?” - en daarmee is de kous af. Een paar weken later gaat het geval naar de rechter, die het faillissement uitspreekt. Het aantal Amerikanen dat persoonlijke faillissementen aanvraagt rijst de pan uit. In het hele land nam het aantal persoonlijke bankroeten vorig jaar toe met zestien procent tot 718.107, met als uitschieters de staten in het noordoosten waar de toename maar liefst 62 procent was. In de westerse staten, waar het economisch een stuk minder slecht gaat, bleef de toename beperkt tot vijf procent. In New Jersey was de toename 46 procent. Hier in Newark - waar een derde van de gevallen van de staat New Jersey wordt afgehandeld - steeg het aantal faillissementen van 1258 in december, naar 1499 in januari, 1672 in februari, 1955 in maart, 2002 in april. De stijging zet nog steeds door, zegt rechtbank-klerk Jim Waldron. De cijfers horen bij een land in recessie, dus zijn op zich niet opmerkelijk. Maar er is meer aan de hand: het aantal mensen dat naar de faillissementsrechter loopt stijgt al sinds 1985, toen de economie van de VS nog in blakende gezondheid verkeerde. In 1985 steeg het aantal prive-faillissementen met maar liefst twintig procent, en sindsdien met tien tot zestien procent per jaar. Sinds 1 januari 1985 zijn maar liefst 3,2 miljoen Amerikanen failliet gegaan - een op de 29 gezinnen. Nu, in de recessie, zet de stijging extra hard door. Er zijn verschillende redenen waarom zoveel mensen de eindjes niet meer aan elkaar kunnen vastknopen. Volgens een enkele jaren oud onderzoek raakt negentig procent van de gefailleerden in problemen door medische problemen in de familie, ontslag, of misbruik van krediet. Ziekenhuisrekeningen zijn meestal fataal voor de maar liefst 34 miljoen Amerikanen die geen enkele ziektekostenverzekering hebben. Sociale verzekering dekt maar tachtig procent van de kosten, en de resterende twintig procent is meestal te veel voor een minimumloner.

Maar dit is een structureel probleem in de Amerikaanse samenleving. De twee andere hoofdoorzaken van faillissement namen in de jaren tachtig exponentieel in belang toe, door twee ontwikkelingen die dat decennium in grote mate definieerden. Allereerst: schuld was in. Ronald Reagan leende geld, Wall Street leende geld, het bedrijfsleven leende geld, de banken stonden klaar om geld uit te lenen aan wie het maar wilde hebben.

Langs Amerikaanse snelwegen, ook hier in New Jersey, staan aanplakborden met kreten als: 'Call for Cash!!' en daaronder het telefoonnummer van een bank. Pag. 14 Amerikanen maskeerden hun geldkrapte door op krediet te kopen; 'Steeds meer mensen ontdekken dat een faillissement niet zo pijnlijk is' De gemoedsomslag in de VS viel samen met een diepgaande sanering van het Amerikaanse bedrijfsleven, dat in de jaren zeventig in slaap was gesukkeld. De talloze overnemingen van de jaren tachtig - al dan niet met geleend geld - werden vaak mogelijk gemaakt doordat de kopers konden aantonen dat diezelfde bedrijven veel goedkoper gerund konden worden. De belangrijkste kostenpost was meestal personeel. Dat werd weggesaneerd, en wie overbleef verdiende plotseling minder. Er zijn voorbeelden te over: Lopende-bandwerkers bij Ford in Michigan ontdekten dat ze na ontslag nog maar een fractie konden verdienen van de 33 dollar per uur die ze gewend waren. Luchtvaartmaatschappijen kregen van hun personeel gedaan dat ze nieuwe stewardessen en piloten voor het halve salaris mochten aannemen; deze 'dubbele loonstructuur' - uitgevonden door American Airlines - is nu in verschillende bedrijfstakken terug te vinden. Het inkomen van het gemiddelde Amerikaanse gezin is in de jaren tachtig dan ook gedaald. Het modale gezin ontving in 1980 ongeveer 23.800 dollar netto; in 1987 (het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn) was dat 23.500 dollar. Dit modale cijfer is al veelbetekenend, maar versluiert nog de ontwrichting die in de industrie heeft plaatsgehad. Juist industriele banen verdwenen naar lage-lonenlanden. Al die Amerikanen die plotseling hun gezin van minder geld moesten onderhouden, konden die realiteit lange tijd ontduiken door geld te lenen. Spaargeld hadden ze nauwelijks: spaargeld als percentage van besteedbaar inkomen was in 1980 al 7,3 procent (vergeleken met 12,8 in Duitsland en 17,6 procent in Frankrijk), en de spaarquote daalde in de jaren tachtig nog verder tot 5,6 procent in 1989. Maar huizenbezitters zagen de waarde van hun woning stijgen, en voelden zich daardoor veilig. In de tien jaar tot 1990 steeg de waarde van een bestaand huis met gemiddeld 33 procent, van een nieuw huis met tachtig procent. Dus kocht Amerika op krediet, nog meer dan het vroeger deed.

Een auto ziet er een stuk minder duur uit als hij '169 dollar per maand' kost, een nieuw bankstel van Sears lijkt niet zo'n luxe voor 12,50 dollar per maand. Dat is volgens econoom John Trammell de voornaamste reden dat in de jaren tachtig de schuld van Amerikanen groeide ten opzichte van hun beschikbaar inkomen: van 62 procent in 1980 tot 82 procent in begin 1990 - in een periode van economische expansie. Volgens sommigen zijn de banken zelfs de belangrijkste aanrichters van het kwaad. “De geldindustrie duwt ons krediet door de strot”, zegt Marc Goldman, een advocaat in New Jersey die mensen helpt bij het aanvragen van faillissement. Het zijn vooral de advocaten van debiteuren die de banken de schuld geven, en organisaties als de 'Bank Card Holders of America', een consumentenclub. Banken, die in de jaren tachtig steeds minder verdienden op leningen aan bedrijven en aan Derde-wereldlanden, stortten zich op de credit card. De leningen worden weliswaar niet gedekt door onderpand, maar de rente is traditioneel rondom de achttien procent. Een bank kan zich dus wel wat verliezen veroorloven. Een kaarthouder betaalt jaarlijks ook nog een bijdrage aan administratiekosten. Het is kortom een “hoogst winstgevende”

bedrijvigheid, zegt Ken Puglini, bankanalist voor Keefe, Bruyette & Woods in New York. Gevolg: het aantal houders van bank-kaarten (dus niet de kaarten van winkels of benzinepompen) is sinds 1980 gestegen van 63 tot 83 miljoen (32 procent) terwijl de bevolking met hooguit vier procent groeide. Het aantal kaarten verdubbelde tot 242 miljoen; de gemiddelde houder heeft dus drie bankkaarten. Aan de credit-card opmars deden ook de winkelketens mee. Ze doen het nog steeds. Macy's verliest de laatste kwartalen geld door de recessie, 100,9 miljoen dollar in het meest recente kwartaal alleen al. Vorige week kondigde het concern aan dat het drie miljoen houders van 'slapende' Macy credit cards zou aanschrijven. Om deze consumenten weer naar de winkel te lokken zal hen een korting worden gegeven op het eerste produkt dat wordt betaald met de Macy credit card. Tegelijkertijd zou Macy samen met Visa een reclamecampagne starten, ook al om aankopen op krediet aan te moedigen.

Vorige maand verhoogde Macy de rente op de Macy-kaart. Het lijkt een stoutmoedig voornemen, in een periode dat het percentage niet-betalende kaarthouders snel groeit. Maar faillissementen zijn voor de kredietverstrekkers een berekenbaar risico, net zoals een levensverzekeraar precies de gemiddelde levensverwachting van zijn klantenbestand kan berekenen. De banken zijn - misschien wel daarom - opmerkelijk nonchalant met het verstrekken van krediet. De registers van de faillissementsrechtbank in Newark wemelen van de mensen die acht, twaalf of meer credit cards hebben 'volgebouwd' met tienduizenden dollars per stuk, soms zelfs vier kaarten van dezelfde bank. Zo lang banken zo achteloos zijn, en de rente drie keer zo hoog is als de discount rate waartegen banken zelf geld lenen, is het moeilijk om medelijden met ze te krijgen. Maar de banken zijn natuurlijk niet de enige boosdoeners, net zo min als je slijterijen de schuld kunt geven van het alcoholisme. Daarom geven anderen de schuld aan het faillissementssysteem in Amerika, dat volgens hun te verleidelijk is. De wet in de Verenigde Staten is gebaseerd op de filosofie dat iedereen een tweede kans verdient. Faillissement is er niet om de schuldeisers te helpen of de debiteur te straffen. Wie in Nederland uit een faillissement komt, blijft nog steeds aansprakelijk voor zijn schulden.

In de Verenigde Staten zijn er twee versies: faillissement volgens hoofdstuk zeven van de faillissementswet, waarin de debiteur volledig bankroet wordt verklaard; en faillissement volgens hoofdstuk dertien, waarbij de schuldenaar met zijn schuldeisers een plan opstelt om in drie tot vijf jaar een deel van de schulden terug te betalen. Ruwweg tachtig procent kiest voor Chapter 7. Het belangrijkste verschil met Nederland is dat in beide versies het faillissement alle oorspronkelijke schulden kwijtscheldt (op een paar na, zoals schuld aan de fiscus). Verder mag de gefailleerde zijn huisraad en een auto houden, en een deel van de waarde van zijn huis. Sommige staten zijn extra gul: in Florida en Texas bij voorbeeld mogen gefailleerden zelfs hun hele huis houden. Op dit moment is er een cause celebre in New York over de advocaat Bowie Kuhn, die vlak voor zijn faillissement in New York een huis van 1,2 miljoen dollar in Florida kocht - op aanraden van zijn dokter, aldus Kuhn. Een faillissement staat officieel tien jaar in de computers die banken gebruiken om potentiele klanten door te lichten. Maar uit kranten als The Wall Street Journal leren mensen dat je in de praktijk binnen een half jaar weer een nieuwe credit card kunt hebben. Onderzoeker Johnson in Indiana noemt de groeicurve dan ook het resultaat van een “leerproces”: steeds meer mensen ontdekken dat een faillissement niet zo pijnlijk is als zij dachten. Weer anderen wijten de stroom faillissementen aan zedenverval. Een van de trustees in Newark, die officieel niet met de pers mag praten en dus anoniem wil blijven, zegt: “Sommige jonge mensen beschouwen het bijna als een soort ritueel dat hoort bij volwassen worden. Oude mensen zijn geshockeerd, verpletterd, dat ze zo diep zijn gezonken.” Waarschijnlijk spelen al deze factoren een rol. Zeker is in ieder geval dat de recessie het probleem alleen maar heeft verergerd en dat een verbetering nog niet in zicht is. Robert Johnson, een onderzoeker bij het Credit Rearch Center van Purdue University in Indiana, verwacht dit jaar een landelijke toename van het aantal faillissementen met twintig procent. Er zijn mensen die nog veel somberder zijn. Een groeiend percentage van de prive-schuld in de VS rust op de schouders van mensen die heel diep in de schulden zitten. Zij hebben schulden ter grootte van veertig procent (of meer) van hun bezittingen. Deze 'zware' schuldenaren maakten in 1983 nog zeven procent van de landelijke prive-schuld uit; in 1986 namen zij zestien procent voor hun rekening. Sindsdien is geen onderzoek meer gedaan; maar als de groeitrend hetzelfde is gebleven, zou in 1989 maar liefst een kwart van de schuld in handen zijn van deze probleemgroep. Juist deze 'risicogroep' is in een recessie het kwetsbaarst. Een ander onheilspellend gegeven, afkomstig van de Bankcard Holders of America organisatie: vijf jaar geleden betaalde de helft van de kaarthouders iedere maand de volledige rekening (zodat ze geen rente hoefden te betalen); nu nog maar een derde. Econoom Trammell denkt dat de huidige golf faillissementen nog maar het begin is van een structurele aanpassing in de financien van honderdduizenden Amerikaanse gezinnen.

Als hij gelijk heeft zullen de gevolgen enorm zijn. Allereerst voor de banken, die het grootste deel van de credit-card schuld in handen hebben, maar ook de hypotheken. Er zijn al aanwijzingen op de kapitaalmarkten. Banken bundelen sinds een jaar of zes hun credit card-vorderingen en verkopen 'obligaties' op die pakketten. De belangstelling voor dergelijke credit card securities is al sinds vorig najaar dalende, en de spread ten opzichte van overheidspapier groeiende.

De huizenbouw, die toch al kampt met stagnatie nu de meeste baby boomers zijn ondergebracht, zal minder snel groeien als failliete jonge gezinnen bij ouders, broers, zusters of vrienden intrekken, en failliete gepensioneerden bij hun kinderen. Jaarlijks 700.000 of 800.000 failliete gezinnen erbij - zoals nu algemeen voor de komend jaren wordt verwacht - is slecht nieuws voor de middenstand. En de auto-industrie - een van de locomotieven van de gehele economie - zal de gevolgen ook merken. De recessie heeft autoverkopen op een zeldzaam laag peil van ruwweg zes miljoen per jaar gebracht (tien miljoen is normaal) en een herleving zal door het groeiende leger bankroeten langer op zich laten wachten. Het valt moeilijk te voorspellen hoe lang de sanering van het Amerikaanse huishoudboekje gaat duren. Maar er is een lichtpuntje: het lijkt erop dat Amerikanen weer langzaam met beide benen op de grond terugkeren. In de eerste vier maanden van het jaar is de hoeveelheid uitstaande credit-card schuld consequent gedaald. De laatste keer dat zoiets vier maanden achter elkaar voorkwam was in 1958.

De sociaal-democratische regering bezweert intussen dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. In de toetredingsonderhandelingen zou alles wel kunnen worden geregeld. Hoewel hij erkent dat deze onderhandelingen niet over uitzonderingen zullen gaan maar slechts over overgangstermijnen, gelooft parlementarier Reynoldh Furustrand niet dat Zweden zich te zeer aan Europa zal moeten aanpassen. ''Van mijn geestverwanten in EG-landen hoor ik juist dat zij zich ons systeem ten voorbeeld stellen. Dus ik acht het goed mogelijk dat Europa zijn sociale zekerheidsstelsel en zijn milieuwetgeving meer in Zweedse richting zal ontwikkelen dan andersom.'' Furustrand herinnert zijn gehoor eraan dat in het Europees parlement de socialisten de meerderheid hebben.