Epileptici die stoppen met medicijnen zijn na twee jaar beter af

Wie epileptische aanvallen heeft gehad, daarvoor medicijnen gebruikt en nu al een jaar of twee geen last meer heeft, komt voor de vraag te staan of het zin heeft die medicijnen nog langer te slikken.

Artsen adviseren daarover verschillend. De een bouwt graag af, de ander vindt het veiliger om door te gaan. Kinderen probeert men sneller te laten stoppen dan volwassenen omdat de gebruikte medicijnen - (varianten van) slaap- en kalmeringsmiddelen - het leren bemoeilijken. Volwassenen, vooral als ze auto willen rijden, geven zelf vaak de voorkeur aan doorgaan met medicijngebruik. Een epilepticus die achter het stuur een aanval krijgt is niet alleen een gevaar voor zichzelf. Overigens zijn epileptici, die meestal pas een of twee jaar na hun laatste aanval weer mogen autorijden, niet vaker bij ongelukken betrokken als andere automobilisten. Wellicht omdat ze vrijwel nooit alcohol gebruiken.

Alcohol kan een epileptische aanvallen veroorzaken. Stoppen of doorgaan heeft dus zowel medische als sociale consequenties. In elk geval moet niet van de ene dag op de andere worden gestopt. Dat is welhaast een garantie voor een nieuwe aanval. Van ruim duizend Britse epileptici die ooit minstens twee aanvallen doormaakten, anti-epileptische medicijnen gebruikten en twee jaar geen last hadden gehad, bleef de ene helft de medicijnen slikken terwijl bij de andere helft de dosis in zes maanden tijd geleidelijk tot nul werd verminderd. De vraag was in welke groep de meeste mensen opnieuw een aanval zouden krijgen. Het onderzoek begon in 1985 en in de eerste twee jaar kreeg 41% van de gestopten een nieuwe aanval tegen 22% van de medicijngebruikers. In de daaropvolgende jaren verdween het verschil echter en was het aantal aanvallen onder medicijngebruikers en niet-gebruikers die tot dan toe van aanvallen vrij waren gebleven ongeveer even groot (The Lancet, 18 mei). Een verklaring is moeilijk. De onderzoekers denken dat de verandering van de medicatie een risicofactor voor een aanval is en dat de voor beide groepen gelijke situatie na twee jaar vooral wordt veroorzaakt door ontrouw in medicijngebruik bij de doorslikkers: wie inmiddels minimaal vier jaar aanvalvrij is weet niet goed meer waarom er iedere dag pilletjes moeten worden geslikt. Is het nu ook mogelijk beter te voorspellen wie na stoppen wel of geen nieuwe aanval zal krijgen? Niet echt. De patronen van elektrische activiteit die een EEG laat zien zeggen weinig. Een hele lijst veronderstelde risicofactoren vertoont ook weinig differentiatie in risico. De onderzoekers steken hun hand alleen in het vuur voor een verhoogd risico bij het gebruik van twee of meer anti-eleptische medicijnen en bij patienten met tonisch-clonische krampen (waarbij spierspanning en -ontspanning elkaar snel afwisselen). Het risico is verlaagd als de laatste aanval al lang geleden (tien jaar bijvoorbeeld) plaatsvond.