Een orgie van geweld

State of Grace. Regie: Phil Joanou. Met: Sean Penn, Gary Oldman, Ed Harris, Robin Wright. In acht steden.

State of Grace zou voor de Ieren moeten doen wat The Godfather voor de Italianen deed, maar hoewel de voortdurende innerlijke strijd van gangsterbaas Ed Harris aan de dilemma's van Michael Corleone doet denken, heeft de film meer weg van een western dan van een mafia-epos.

En ook al bedient regisseur Phil Joanou zich behalve van Ennio Morricone ook van de muziek van Ierse pophelden als U2 en Sinead O'Connor, het scenario laat voortdurend doorschemeren dat Ierse criminelen een stuk minder snugger zijn dan hun Italiaanse zakenpartners. State of Grace, die vaag gebaseerd is op de echte belevenissen van de georganiseerde misdaad in Hell's Kitchen, een wijk in de Lower West Side van Manhattan, begint met de terugkeer van Sean Penn naar zijn geboorteplek. Hij treft daar een oude makker aan (Gary Oldman), de psychopathische handlanger van capo Ed Harris, en hun zus Robin Wright die zich aan het criminele milieu tracht te onttrekken. Ooit was ze Penns geliefde, zodat deze zich nu heen en weer geslingerd ziet tussen de aantrekkelijkheid van het bendeleven en een meer respectabel bestaan. Maar wie in de eerste minuten goed opgelet heeft, kan vermoeden dat Penn nog een dilemma moet oplossen, omdat hij niet helemaal is wie hij voorgeeft te zijn. Joanou, die eerder de U2-concertfilm Rattle and Hum regisseerde, kan een zekere flair niet ontzegd worden. Hier en daar betoont hij zich zelfs een waardig opvolger van Sam Peckinpah, met name in de finale shoot-out, een orgie van geweld, die zorgvuldig is voorbereid in voorafgaande duels.

Storend is dan wel de parallelmontage van de in slow-motion gefilmde parade ter ere van St. Patrick, alsof we nog niet begrepen hadden dat het lot van het hele Ierse volk op tragische wijze met geweld verbonden is. Sterk over de hele linie daarentegen is het acteren. Penn, die in Cannes aankondigde nooit meer in een film te willen spelen, was zelden beter dan als deze alcoholistische sloeber met een verborgen agenda.

Oldman is een prachtige zwak begaafde loopjongen in de misdaad en Harris excelleert als kleine tiran, die gaat stotteren als hij een echte mafiabaas beledigd heeft door z'n toetje te laten staan. En in een bijrol duikt ene R.D. Call op als de perfecte rencarnatie van Edward G.

Robinson.