Dure boeren, onvrije handel

DE SUBSIDIETROG voor de boeren in de industrielanden is nog steeds rijkelijk gevuld en staat deze ondernemers royaal ter beschikking.

In 1990 is het totale steunbedrag voor de landbouw in de landen die lid zijn van de OESO, de club van 24 rijke landen, gestegen tot 300 miljard dollar. Ruim de helft hiervan (176 miljard dollar) bestond uit directe subsidies voor de boeren, betaald uit belastinggeld en kunstmatig hoge prijzen die de consumenten moeten neertellen voor hun boter, kaas en eieren. De Europese Gemeenschap geeft via haar Gemeenschappelijk landbouwbeleid verreweg het hoogste bedrag aan subsidies uit. Deze miljarden relativeren de politieke tevredenheid met het akkoord dat de twaalf EG-ministers van landbouw onlangs hebben bereikt over de landbouwprijzen voor het komende seizoen. Ja, ze waren erin geslaagd de landbouwuitgaven binnen de begroting te houden, ondanks de extra kosten in verband met de opname van de voormalige DDR in het Europese landbouwbeleid. Ook werden de meeste prijzen voor het nieuwe seizoen bevroren, sommige prijzen werden zelfs verlaagd. Daar stond tegenover dat de compensatiemaatregelen voor boeren werden verhoogd, zodat een begin van een marktmechanisme nog steeds geen intrede in het EG-landbouwbeleid heeft gedaan. Geen wonder dat de verdedigers van het groene front niet luidruchtig protesteerden. Het wachten is nu op een hervatting van de Uruguay-ronde voor wereldwijde liberalisatie van de handel in het kader van de GATT, het Algemeen akkoord inzake tarieven en handel. Vorig jaar december leden de GATT-onderhandelingen schipbreuk op de Europese weigering de landbouwsteun te verminderen. Deze week is tijdens de OESO-jaarvergadering in Parijs enige hoop ontstaan dat de Uruguay-ronde alsnog wordt vlotgetrokken en voor het einde van het jaar succesvol kan worden afgesloten. DE LIBERALISATIE van de wereldhandel voor goederen heeft in de na-oorlogse periode een belangrijke bijdrage geleverd aan de economische groei en spreiding van welvaart. Verdere liberalisatie en opname van nieuwe terreinen in het handelsstelsel, zoals landbouw en dienstverlening, vormen de kern van de Uruguay-ronde. Dit streven naar een multilateraal stelsel van vrijere handel, ingebed in regels van de GATT, wordt echter bedreigd door de opkomst van naar binnen gerichte handelsblokken. De VS, ooit de drijvende kracht achter het streven naar een multilateraal handelsstelsel in de GATT, neigen naar bilateralisme. Het Amerikaanse Congres heeft vorige week weliswaar een positief signaal gegeven door de zogenoemde 'fast track'-procedure met twee jaar te verlengen, waardoor de Amerikaanse regering de handen vrij heeft om handelsakkoorden af te sluiten en deze als pakket aan te bieden aan het Congres. Maar in de VS gaat de belangstelling meer uit naar het voorgestelde vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico dan naar de Uruguay-ronde. Japan mist de instelling om zich op te stellen als voorvechter van een open handelssysteem, omdat het zelf moeite heeft zijn binnenlandse markt te openen. De sleutel tot hervatting van de Uruguay-ronde ligt in Brussel. De EG moet haar landbouw op de markt richten. DE WERELD NA de Koude Oorlog heeft net zo'n behoefte aan handelsliberalisatie als de verwoeste Westerse industrielanden na de Tweede Wereldoorlog. De ontwikkelingslanden en de voormalige communistische landen zijn het meest gebaat met vrije toegang voor hun produkten op de markten van de industrielanden. Omgekeerd helpt de afbraak van hun binnenlandse marktbescherming om investeringen en technologische vernieuwingen aan te trekken. Als grootste handelsblok in de wereld rust op de EG een bijzondere verantwoordelijkheid. De Europese politici zullen de historische kans voor verdere handelsliberalisatie met beide handen moeten grijpen. Laten ze beginnen om het Europese landbouwbeleid in overeenstemming te brengen met de marktfilosofie van deze tijd.