Duitse Mezzogiorno

'De mouwen opstropen en aan de slag!' Dat was de boodschap van Hans-Dietrich Genscher aan zijn nieuwe landgenoten.

Bijna veertig jaar geleden ontvluchtte hij de socialistische heilstaat om zijn geluk in het Westen te beproeven. Niet zonder succes. De voormalige Oostduitser heeft het daar ver geschopt: minister van Buitenlandse zaken van de Bondsrepubliek. Nu raadt hij de inwoners van de nieuwe bondslanden aan zijn voorbeeld vooral niet te volgen. Maar de stroom economische vluchtelingen lijkt niet te stuiten. Tussen eind 1989 - de val van 'de Muur' - en de zomer van 1990 kozen ruim 400.000 Oostduitsers voor het veelbelovende West-Duitsland. Ook na de hereniging van de beide Duitslanden blijft het eenrichtingsverkeer. De nieuwe bondslanden ontvolken en vergrijzen, want vooral de jongeren houden hun geboortestreek voor gezien. En je kunt ze geen ongelijk geven. De mouwen opstropen en aan de slag? Ook al zou je het willen, je krijgt de kans niet eens. In de ex-DDR staan op dit moment ruim 800.000 mensen officieel als werkloos geregistreerd. In werkelijkheid is het probleem veel groter. Voor zo'n twee miljoen mensen is de werkweek, bij gebrek aan orders, drastisch ingekort. Tegen het eind van dit jaar zal de werkloosheid zijn opgelopen tot ongeveer 3.500.000. Ongeveer een op de twee Oostduitsers zit dan zonder werk. Naast de massale werkloosheid hebben de Oostduitsers nog een goede reden om voor het Westen te kiezen.

De lonen in de nieuwe bondslanden liggen zo'n zestig procent onder het Westduitse niveau. En in de op volle toeren draaiende Westduitse economie zitten de bedrijven te springen om goed opgeleide jonge vaklieden. Terwijl de werkloosheid in Oost-Duitsland met sprongen stijgt, neemt de krapte op de Westduitse arbeidsmarkt juist toe. Om de vluchtelingenstroom in te dammen, moeten de lonen omhoog en moet de werkloosheid worden aangepakt. Het lastige daarbij is dat die twee zaken niet zijn te combineren. In de metaalindustrie werd onlangs een overeenkomst gesloten tussen werkgevers en werknemers waarbij de Oostduitse lonen tussen nu en 1 april 1994 moeten zijn opgetrokken tot het dan geldende loon in Westduitse bedrijven. Het ziet ernaar uit dat ook in andere bedrijfstakken dergelijke afspraken worden gemaakt. In de voormalige DDR zullen de lonen daardoor jaarlijks met ruim dertig procent stijgen, een ware loonexplosie. Hogere lonen zijn alleen mogelijk als de produktie per werknemer, de arbeidsproduktiviteit, stijgt. En daarmee is het in Oost-Duitsland treurig gesteld. De gemiddelde Westduitse werknemer is vier keer zo produktief als zijn Oostduitse collega. En dat terwijl hij een kortere werkweek maakt. De oorzaak voor het verschil in produktiviteit ligt niet in een aangeboren luiheid van Oostduitsers. Produktiviteitsverbeteringen worden vooral bereikt door de invoering van nieuwe arbeidsbesparende technologie in het produktieproces. De erfenis van vijfenveertig jaar planeconomie bestaat uit een totaal verouderd inefficient produktieapparaat en een krakkemikkige infrastructuur. Voor de meeste Oostduitse bedrijven is de concurrentiestrijd met de goed geoutilleerde Westerse bedrijven bij voorbaat verloren. Hun belangrijkste buitenlandse afnemers, vooral de Sovjet-Unie, zijn weggevallen nu zij in harde Duitse marken moeten afrekenen. En voor Oostduitse produkten bestaat in het Westen geen markt: te duur en te slecht. Uit een enquete onder bijna vijfhonderd bedrijven bleek dat zeventig van de ondervraagden te kampen had met zeer ernstige afzetproblemen. Of de ellende niet al groot genoeg is, komen daar nog eens loonstijgingen van dertig procent per jaar bij. Je moet wel een werkelijkheidsvreemde optimist zijn om te geloven dat de Oostduitse bedrijven die loonsverhogingen kunnen opvangen met een even grote produktiviteitsverbetering. Voor een aantal Westerse bedrijven dat complete hypermoderne produktielijnen in het oosten neerzet, zal het geen probleem zijn in vrij korte tijd de produktiviteit op Westers niveau te brengen. Maar de voormalige staatsbedrijven lukt dit zeker niet. Het lot van de ex-DDR lijkt daarmee bezegeld: een versnelde afbraak van werkgelegenheid, massale werkloosheid en een verdergaande ontvolking van de nieuwe bondslanden. Oost-Duitsland dreigt de Mezzogiorno van de Bondsrepubliek te worden. De Westduitse regering heeft geen keuze, als het Oostduitse bedrijfsleven de gestegen loonkosten niet kan dragen, moet de subsidiekraan nog verder open. Het geld daarvoor zal uit de (nog) welgevulde portemonnees van de Westduitsers moeten komen. Verdere belastingverhogingen in de Bondsrepubliek zijn onvermijdelijk. In Duitsland vraagt men zich steeds luider af of men met de Duitse hereniging niet teveel hooi op de vork heeft genomen.