'Dit is een wilde club en wij moeten zorgen dat de zaak niet uit elkaar valt'; Commissarissen Cannon in onzekerheid

AMSTERDAM, 6 JUNI. De positie van de Nederlandse Cannon-bioscopen is onzeker geworden door de financiele problemen waarin zich de Amerikaanse filmstudio MGM-Pathe bevindt. Dat bevestigen desgevraagd de jurist mr P.J.P. Verloop en voormalig KLM-president S. Orlandini, die beiden een aantal commissariaten binnen de Cannon Group bekleden. Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) onderhandelt via haar dochtermaatschappij Clininvest over de verkoop van de Cannon Group.

De Nederlandse bioscopenorganisatie - die het grootste deel van de filmtheaters in de Randstad beheert - is sinds vorige maand als onderpand in handen van bank. Het bioscopenconcern dient als zekerheid om een deel af te dekken van de honderden miljoenen guldens die de bank heeft uitstaan bij MGM-Pathe dat zich op de rand van een faillissement bevindt. Daarmee maakt CLBN voor een belangrijk deel de dienst uit in de bioscopenorgansatie. Naar nu blijkt had CLBN echter al eerder een stevige vinger in de pap bij het Nederlandse bioscopenpark. De bioscooptheaters zijn begin vorig jaar in hypotheek gegeven bij het dekken van een lening van 185 miljoen dollar die de bank had verstrekt aan het geheimzinnige Cinema 5 Europe. Het onderpand van Cannon Nederland - met zijn monopoliepositie op de randstedelijke bioscopenmarkt een van de meest aantrekkelijke bezittingen van MGM-Pathe - vormt een nieuwe aflevering in het financiele avontuur van de Italiaanse zakenlieden Giancarlo Parretti en Florio Fiorini. Verloop en Orlandini, die de afgelopen twintig jaar de bioscooptheaters met enige regelmaat van eigenaar zagen verwisselen, zijn dan ook niet erg te spreken over hun huidige aandeelhouders. “Ik moet zeggen dat de gang van zaken met MGM-Pathe in Amerika niet erg gedegen is”, meent commissaris Orlandini. “Dit is een heel wilde club en wij moeten zorgen dat de zaak niet uit elkaar valt”, aldus een bezorgde president-commissaris Verloop. Het overleg tussen de Nederlandse commissarissen en de Italiaanse eigenaars - mede-commissaris Fiorini en bestuursvoorzitter Parretti - is de afgelopen jaren weinig vlotjes verlopen, zo valt uit de woorden van Verloop en Orlandini op te maken. Afspraken werden op het laatste moment afgezegd of de betrokkenen kwamen eenvoudigweg niet opdagen. Een pikant detail in de verhouding tussen de Italiaanse eigenaars en de Nederlandse commissarissen is een toenemende zorg van laatstgenoemden over hun bestuursaansprakelijkheid. Deze wordt in probleemsituaties in belangrijke mate verzwaard indien de onderneming niet voldoet aan haar wettelijke verplichting tot het tijdig deponeren van een jaarrekening. En daaraan schort het bij de talloze bedrijfjes onder de Nederlandse Cannon-paraplu nog wel eens. Zo ontbreken de jaarstukken van Cannon Group Nederland vanaf 1987 (waar Verloop en Orlandini overigens geen commissarissen zijn), terwijl tot op heden de gegevens over 1989 van Cannon Tuschinski Beheer, de houdstermaatschappij van een groot aantal theaters, eveneens niet zijn gedeponeerd. Problemen bij het verkrijgen van de correcte cijfers uit het internationaal vertakte filmbedijf en een wisseling van accountants maakte het opstellen van de jaarstukken praktisch onmogelijk, aldus Verloop. Op herhaalde aandrang van de commissarissen is afgelopen december voor het jaar 1989 een ontheffing aangevraagd voor de deponeringsplicht. Een verzoek dat nog loopt bij het ministerie van economische zaken. Daarmee hebben de commissarissen zich vooralsnog voldoende gekweten van hun toezichthoudende taak, meent Verloop die zich daarbij vooral richt op de Nederlandse belangen van ondermeer het bioscooppersoneel. “Wat onze aandeelhouders verder doen weet ik niet. Orlandini en ik zijn slechts kleine spelers in dit spel”, aldus Verloop. De Nederlandse Cannon-organisatie kon zich op zijn beurt echter moeilijk onttrekken aan de creatieve wijze van zakendoen die Parretti en Fiorini de afgelopen jaren tot hun handelsmerk hebben gemaakt. Centraal staat daarbij de geheimzinnigdoenerij rond Cinema 5 Europe, dat eind 1989 voor 225 miljoen dollar (toen ongeveer 440 miljoen gulden) de bioscooppanden in Nederland en Groot-Brittannie van Cannon overnam. Cinema 5 Europe is een in Amsterdam geregistreerde vennootschap waarvan tot op de dag van vandaag volledig onduidelijk is wie de eigenaren zijn. Een “niet gelieerde derde partij”, zo verklaarden Parretti en Fiorini vorig jaar in officiele stukken tegenover de Amerikaanse beurscommissie SEC. Een belangrijke verklaring, omdat de verkoop van direct belang was voor het toetsen van de kredietwaardigheid van het duo bij de overneming van de Amerikaanse filmstudio MGM-UA voor 1,3 miljard dollar waaraan toen hard werd gewerkt. De verklaring kan vergaande gevolgen hebben, aangezien volgens verschillende bronnen de Amerikaanse beurscommissie een onderzoek in voorbereiding heeft naar de manier waarop de de overneming van MGM-UA is gefinancierd. En de bioscopentransactie zal daarbij waarschijnlijk niet aan de aandacht ontsnappen. Behalve door de zorgvuldig in stand gehouden geheimzinnigheid werden ook door de nauwe banden met de Cannon Group vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid van Cinema 5 Europe. De onderneming stond voor de transactie bekend als Cannon Japan. Cinema 5 hield een tijd kantoor in de Amsterdamse Cannon-vestiging. De broer van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken Cesare de Michelis, die inmiddels Parretti is opgevolgd als directievoorzitter van de belangrijkste houdstermaatschappij van Cannon, Pathe Communications, is een van de directeuren van het eerste uur bij Cinema 5. De onafhankelijkheid van Cinema 5 Europe wordt bovendien zeer twijfelachtig nu verschillende onafhankelijke bronnen bevestigen dat CLBN, huisbankier van het Italiaanse duo, de belangrijkste financier van Cinema 5 blijkt te zijn. De bank fourneerde het grootste deel van het werkkapitaal van de onderneming via een lening van in totaal 185 miljoen dollar (350 miljoen gulden) die 5 januari 1990 werd verstrekt. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat de verkoop van de Cannon-theaters aan Cinema 5 Europe vooral een boekhoudkundig opzetje van Parretti en Fiorini is om de cijfers in hun boeken wat op te poetsen en via een omweg nieuw geld in hun netwerk van bedrijven te pompen. Tegelijkertijd kon CLBN op haar beurt een deel van de oplopende kredieten aan de Italianen onder een andere naam in de boeken kon schrijven. Volgens eerder gepubliceerde gegevens bij de SEC werd 103 miljoen gulden van de transactiesom onmiddellijk weer naar de bank doorgeschoven als dekking voor een uitstaande schuld van het filmbedrijf. Opmerkelijk was ook de prijs die Cinema 5 Europe bereid was te betalen voor de Nederlandse theaters: 192 miljoen gulden. Veel te hoog, zo meenden de verbaasde commissarissen Verloop en Orlandini die een taxatie lieten verrichten waarbij de waarde van de transactie op grofweg een derde van de prijs uitkwam. “Ik heb natuurlijk ook gedacht dat zij zelf achter deze transactie zaten. Ook de accountant, KPMG, had zijn twijfels. Maar zelf zeiden ze er niets mee te maken te hebben”, zegt Verloop. Dat CLBN als financier voor Cinema 5 is opgetreden is nieuw voor de commissaris. “Maar het bevestigt mijn eerdere vermoedens. Je kunt je afvragen in hoeverre Cinema 5 nu werkelijk onafhankelijk is”, aldus Verloop.