De Vries wil EG-richtlijn voor inspraak medewerkers multinational

ROTTERDAM, 6 JUNI. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) wil zich tijdens het voorzitterschap van de Europese Gemeenschap sterk maken voor een richtlijn over inspraak van werknemers bij belangrijke beleidsbeslissingen in internationale ondernemmingen.

Verder wil De Vries de totstandkoming van richtlijnen over veilige arbeidsomstandigheden bevorderen. Ten slotte wil hij aanbevelingen doen over de wijze waarop de sociale zekerheidsstelsels van de verschillende EG-landen naar elkaar toe zouden kunnen groeien. Dit staat in de notitie 'De sociale dimensie en het voorzitterschap', die de Vries en staatssecretaris Ter Veld (sociale zekerheid) aan de Kamer hebben gestuurd. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap, in de tweede helft van dit jaar, komen ruim twintig concrete voorstellen op sociaal terrein aan de orde. Een ongekend groot aanbod, aldus de minister. Regeling van de medezeggenschap van werknemers in bedrijven met vestigingen in verschillende EG-landen is volgens De Vries nodig om te voorkomen dat bij de totstandkoming van de interne markt met belangen van werknemers kan worden gesold doordat er leemten bestaan tussen de uiteenlopenede nationale regelingen. De ontwerprichtlijn hierover van de Europese Commissie is inmiddels door het Europees parlement aanvaard. Het laatste woord is nu aan de Europese raad van regeringsleiders en staatshoofden, waarbij Nederland als voorzitter vanaf 1 juli het voortouw heeft. Werknemersorganisaties zien de zeggenschapsregeling als een acceptabel begin, werkgeversorganisaties zijn ertegen. In de notitie herhaalt De Vries dat Europese wetgeving op de terreinen van sociale zekerheid, loonvorming en andere arbeidsvoorwaarden door Nederland wordt afgewezen. Teneinde dit te bewerkstelligen zal Nederland op deze terreinen vasthouden aan besluitvorming bij unanimiteit. Op deze wijze kan, aldus De Vries, worden bereikt dat daar waar beleid onwenselijk wordt geacht, in elk geval teruggevallen kan worden op deze unanimiteitsvereiste. Wel wil De Vries ernaar streven dat de sociale zekerheidsstelsels van de EG-landen naar elkaar toe groeien. Hij is terughoudend over het vaststellen van een bepaald minimumniveau van sociale zekerheid in alle lidstaten. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de lidstaten die een achterstand hebben op kosten worden gejaagd, waardoor hun concurrentiepositie zou kunnen verslechteren. Lonen en andere arbeidsvoorwaarden zijn volgens De Vries een zaak van werkgevers en werknemers. Voor de overige terreinen is Nederland van mening dat daar waar communautaire regelgeving wenselijk is, de besluitvorming kan geschieden bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen.