De smeulende emoties van het kind Gila Almagor

Voorstelling: The Summer of Aviya. Tekst en spel: Gila Almagor. Regie: Itzik Weingarten. Muziek: Yossi Mar-Haim. Gezien: 5-6 Krakeling, Amsterdam. Herhaling aldaar: 6, 7 en 8-6.

De Maxigids voor het Holland Festival bevat een 'kinderpagina', waarop de Nieuwe Dansgroep, een theatersolo uit Israel en het Orkest van de Achttiende Eeuw staan aangekondigd. Veel is dat niet, maar het lijkt op serieuze programmering. Of The Summer of Aviya van de Israelische actrice Gila Almagor echt op die pagina thuishoort, is de vraag.

Anderhalf uur accentrijk Engels, dat soms hort en stoot door pesterijtjes van het geheugen, is geen geringe opgave voor de doelgroep van “bezoekers vanaf twaalf jaar”. Dit telt des te zwaarder omdat Almagor een verhaal vertelt - haar eigen verhaal - en daarmee dat van de joodse tweede generatie, die opgroeide met de zwijgende overlevenden van de holocaust. Vijf jaar geleden schreef de gevierde actrice haar benauwende kindertijd van zich af. Haar Poolse moeder kon de trauma's van de oorlog niet verwerken en bracht meer dan twintig jaar in inrichtingen door. De dochter groeide op in kindertehuizen, de vader stierf voor haar geboorte. Alle sporen naar het verleden zijn door de moeder uitgewist. Wat het meisje rest, is haar naam Aviya, Hebreeuws voor 'Haar vader'. Het boek werd een bestseller. Het is in vele landen vertaald, omgewerkt tot een theatervoorstelling - die Almagor inmiddels een kleine zevenhonderd keer speelde - en ook nog met succes verfilmd.

De bescheiden, simpele tekst - verkrijgbaar in de Nederlandse vertaling van Judith Herzberg, die meer verdient dan een brochurevorm - is bewonderenswaardig geserreerd en ingehouden. Aviya woont een zomer lang bij haar moeder. Het zijn maanden van vlak onder de oppervlakte smeulende emoties: over de ramp van haar kaalgeschoren hoofd (vanwege een neurotische angst voor luis), over het onbegrip en de agressie in de kleine dorpsgemeenschap en over de beide ouders, die ieder op hun eigen manier onbereikbaar zijn. Aan het eind van de zomer stort moeder weer in en vervliegt Aviya's hoop op een enigszins normaal kinderbestaan. Het knappe is dat de vertelling, net zoals de beschreven werkelijkheid, niet expliciet over de Holocaust gaat of in Almagors eigen woorden: “It was taboo, but we sucked it in with our milk”. Wie de beelden en de geschiedenis kent ziet ze achter het verhaal, maar dat geeft evenzeer een beeld van de hartverscheurende liefde van een kind voor haar 'falende' ouders. De manier waarop Almagor haar eigen tekst brengt, stelde mij teleur. Op een passend kale speelvloer zet zij als vertelster, in spijkerbroek, met een enkel attribuut alle verhaalfiguren neer. Zelden ontstijgen die figuren het typetje. Mijn grootste bezwaar betreft echter het verteltempo, dat zo hoog ligt alsof er nog twee voorstellingen doorheen gejast moeten worden. Dit brengt vlakheid en onrust met zich mee. Slechts wanneer de actrice zichzelf de rust gunt om iets kleins uit te spelen, ontstaat er een theatrale spanning die groter is dan de tekst alleen. Waarschijnlijk verliest de voorstelling veel ten gevolge van het Engels, niet alleen door zichtbaar concentratieverlies bij de speelster, maar ook door verlies aan authenticiteit. Op de momenten waar jiddische namen en uitdrukkingen uit haar mond rollen, zit Almagor plotseling in haar meest eigen vel. Dan proef je en ruik je in de zaal het kwetsbare leven, dat zij in woorden zo goed heeft weten te treffen.