Dans Tere O'Connor: intrigerende extremen en tegenstrijdigheden

Gezelschap: Tere O'Connor Dance Company met Double Flower Possibility, Nursing the Newborn Pig, Grounded Angel Triptych. Choreografie en muziek: Tere O'Connor; kostuums: Paul Gagnon en Tere O'Connor; licht en toneelbeeld: Brian MacDevitt. Gezien: 5-6 Theater De Meervaart, Amsterdam. Herhaling: 6-6.

Het tweede kleine Newyorkse dansgezelschap dat optreedt in Fresh Faces, een onderdeel van het Holland-Festival, is geformeerd rond de hier nog onbekende danser - choreograaf Tere O'Connor. De dansen die hij maakt zijn uitermate eigenzinnig en roepen vertwijfelde reacties op, want zij zijn absoluut niet in een bekend concept of vertrouwde stijl te categoriseren. Dat is op zichzelf al belangwekkend, nu bijna alle nieuwe moderne-dansprodukties terug te voeren zijn op de vernieuwingen uit de zestiger en zeventiger jaren. O'Connor en zijn vijf dansers bezitten allemaal een zeer bewuste en uitgewerkte lichamelijke controle. Zij hebben kracht, souplesse, snelheid en precisie, die ze op een ongewone manier gebruiken. Fraaie lijnen, spectaculaire virtuositeit of harmonieuze doorgaande bewegingen spelen geen enkele rol, integendeel.

Zowel in het duet Double Flower Possibility als in het groepswerk Nursing the Newborn Pig en het trio Grounded Angel Triptych bewegen de uitvoerenden zich vaak als onbeholpen kinderen die nog niet over voldoende middelen en controle beschikken om exact uitdrukking te geven aan hun gevoelens. Soms lijken ze zo verkrampt dat het lijf slechts schokkend en sidderend kan reageren, met maaiende handen die de hersenspinsels trachten weg te vegen. Tegelijkertijd echter zijn er plotseling zuiver geplaatste lijnen, strekken benen en voeten zich maximaal, rechten de ruggen zich en flitst er een arm trefzeker omhoog.

In de schijnbare willekeur van ruimtelijke patronen en individuele frases ontstaan onverwachte passages waarin ritmisch en qua vormen volstrekt synchroon gedanst wordt. Zo zijn er ook onvoorspelbare momenten waarop kortstondig een bepaalde ontspanning bereikt wordt. Soms gebeurt dat bij een enkeling, soms bij meerderen tegelijk. O'Connors werk is zo extreem dat het heeft dikwijls een karikaturaal karakter krijgt. Maar het nodigt beslist niet tot lachen uit: daarvoor is de grimmige, bijna kwaadaardige ondertoon te pregnant. Het zet je eigenlijk constant op het verkeerde been, het wekt irritaties op omdat het ongrijpbaar is, terwijl het daardoor juist ook weer intrigeert.

Duidelijk is dat O'Connor iets te zeggen heeft over het leven, de wereld en de menselijke onmacht tot ware communicatie en harmonie daarin, en dat hij dat vooral in beweging wil doen. De eigen muzikale composities die hij gebruikt ondersteunen zijn intenties. Zo zitten er in het mede dank zij een opdracht van het Holland Festival gemaakte Nursing the Newborn Pig vertederende geluiden van lachende en brabbelende kleuters en vlagen van Mahlers Kindertotenlieder, die relevant zijn voor de totaliteit van de sfeer. Een ongewone en wat mij betreft prikkelende voorstelling die ongetwijfeld volstrekt tegenstrijdige appreciaties teweegbrengt.