Bliksem op planeet Jupiter is gekoppeld aan breedtegraad

Radiowaarnemingen vanuit onbemande ruimtesondes hebben aangetoond dat er ook in de atmosfeer van de planeten Venus, Jupiter, Saturnus en Uranus bliksem voorkomt.

Weinig is echter bekend over de verspreiding van de bliksemactiviteit over deze planeten, aangezien de betrekkende lokaties met behulp van radiowaarnemingen moeilijk nauwkeurig zijn te bepalen. Onderzoek op fotografische opnamen van de nachtzijde van Jupiter heeft nu verrassende nieuwe feiten aan het licht gebracht. Het enige zichtbare bewijs van bliksem op een andere planeet werd tot nu toe geleverd door twee Voyager-1 opnamen van de nachtzijde van Jupiter. J.A. Magalhaes (Stanford Universiteit) en W. J. Borucki (NASA) hebben nu alle opnamen van het nachtelijk halfrond, gemaakt door beide Voyager-ruimteschepen, zorgvuldig bestudeerd. Na het elimineren van camera-effecten en andere misleidende effecten ontdekten zij in totaal 18 lichtvlekjes die bliksemontladingen in de atmosfeer van Jupiter zouden moeten zijn. Deze ontladingen zouden in zichtbaar licht een energie van 2x10 a 4x10 joule vertegenwoordigen, aanzienlijk meer dan de optische energieen van bliksemontladingen op aarde (10 a 10 joule). Opmerkelijk is dat alle bliksemontladingen geconcentreerd zijn in twee zeer smalle stroken op 13,5 en 49 graden noorderbreedte. De bliksems op de hoogste breedte op Jupiter zijn het krachtigst en het meest frequent en komen bovendien voor in een soort activiteitsgebieden die op onderling gelijke afstanden langs de breedtecirkel liggen. Deze gebieden hebben een veel langere levensduur dan de meeste wolkenstructuren op Jupiter. De bliksemontladingen zouden samenhangen met gebieden diep in de atmosfeer van Jupiter met sterke convectie (opstijging) en condensatie van waterdamp. De onderling gelijke afstanden tussen de gebieden suggereren dat ze samenhangen met een golfbeweging op die diepte in de atmosfeer van Jupiter, met een golflengte van circa 20.000 km (Nature 349, p. 311). De verspreiding van de bliksemactiviteit op Jupiter geeft dus de verspreiding aan van gebieden met sterke convectie diep in de atmosfeer. Toekomstige waarnemingen aan deze bliksemactiviteiten vanuit ruimtesondes zouden een middel kunnen zijn om deze convectie-activiteit in de atmosfeer van Jupiter, en die van de andere reuzenplaneten, te bestuderen. Het wachten is nu op de Galileo, die in december 1995 in een baan om Jupiter zal moeten komen.