'Aanleg van Betuwelijn is taak van overheid'

DEN HAAG, 6 MEI. De Betuwelijn voor goederentreinen van Rotterdam naar Duitsland moet er snel komen en de rijksoverheid dient de financiering van deze spoorlijn voor haar rekening te nemen. Dat is de strekking van een 'brandbrief' die het bedrijfsleven naar premier Lubbers heeft gestuurd.

Volgens de brief vormt de Betuwelijn “een onmisbare schakel in de toekomstige infrastructuur” en is de potentiele groei van het transport van zeecontainers via Nederland zonder deze goederenlijn niet te realiseren. Het Nederlands voorzitterschap van de EG, in de tweede helft van dit jaar, is “een unieke gelegenheid” om een Europees vervoersbeleid van de grond te krijgen. Maar Nederland zal daarbij, aldus de brief, een stuk sterker staan als het zelf zekerheid geeft over de aanleg van de Betuwelijn. De brief aan Lubbers is onder andere ondertekend door de EVO (ondernemersorganisatie voor transport), de Havenondernemersvereniging SVZ, Nederland Distributieland en de Kamers van Koophandel voor Amsterdam en Rotterdam. De financiering vormt het grootste struikelblok voor de Betuwelijn die volgens een ruwe schatting een investering van 2,5 miljard vergt. Het kabinet wil dat het bedrijfsleven (havenbedrijven, beleggers) de helft financiert. De brief aan Lubbers bevat een reeks argumenten waarom de Betuwelijn voor de internationale concurrentiepositie van Nederland van vitaal belang is en een uitstraling op de economie als geheel zal hebben, maar ook waarom de financiering van de infrastructuur een typische overheidstaak is.Dat het havenbedrijfsleven niet zal meebetalen heeft volgens de brief te maken met het feit dat het merendeel van de overslag in de havens van Rotterdam en Amsterdam aanvoer of doorvoer uit het buitenland betreft.

Buitenlandse reders, verladers en ontvangers zijn niet aanspreekbaar voor de financiering van een Nederlandse lijn. Voor beleggers is de private financiering oninteressant, omdat het rendement van investeringen in infrastructuur slechts ten dele in de directe opbrengst zit.