Wereldorde oud en nieuw

Wat was eigenlijk de oude wereldorde? Heeft iemand die toestand weleens als 'orde' beschouwd toen we daarin leefden?

Als er al een wereldorde heeft bestaan die we nu, in het eventuele vooruitzicht op de nieuwe, de oude konden noemen, dan is dat de orde van de Koude Oorlog. Die heeft, als gevolg van de vrees voor de wederzijdse zelfvernietiging, de Europese naties en de Verenigde Staten veel goed gedaan - bijna een halve eeuw vrede - en de burgerij veel kwaad. Fantastische bedragen zijn geofferd om de bewapening tot wederzijdse afschrikking in evenwicht te houden terwijl de bevolking van het Oostblok bovendien in slechtere materiele omstandigheden door het openbare en geheime staatsapparaat onder de duim werd gehouden.

Als we van een oude orde zouden spreken, dan zou het die zijn; veel te wensen overlatend maar ontegenzeggelijk een vorm van orde, hoewel geen wereldorde. Buiten de invloedssferen van de supermachten waren moord en doodslag ook toen aan de orde van de dag. Bovendien waren er randgebieden waarin de supermachten burgeroorlogen lieten voeren of er met hun eigen strijdkrachten aan deelnamen. Vietnam, Afghanistan, Angola, El Salvador, Chili, alles wat daar aan confrontaties is geweest, hoort tot de oude wereldorde.

De ineenstorting van het Sovjet-rijk heeft vrij plotseling het uitzicht geopend op de nieuwe wereldorde. Het opmerkelijke is niet dat die ineenstorting zich heeft voltrokken, maar dat het proces van verval zo snel en met zo weinig geweld is gegaan. Tegen het einde van de Koude Oorlog was het wel duidelijk dat beide supermachten hun greep op de bondgenoten verloren. De ideologische discipline in het Oostblok verslapte van jaar tot jaar en in het Westen groeide de weerstand tegen voortzetting van de bewapeningswedloop. De middelpuntvliedende krachten in het Oosten bleken veel sterker te zijn. Als gevolg daarvan, en natuurlijk door de niet meer te bedwingen economische crisis, heeft de ineenstorting ten slotte de snelheid van een lawine gekregen.

In tegenstelling tot wat men na het verdwijnen van de tegenstander zou verwachten, is daarna het Westelijk bondgenootschap niet verder door de middelpuntvliedende krachten aangetast. Er is een proces van aanpassing gevolgd dat, voorzover nu valt te zien, een redelijk succes heeft gehad. De snelle depolarisering van de Amerikaanse politiek tegenover Moskou, gepaard aan voortgang in de ontwapeningsbesprekingen en bereidheid tot economische hulp hebben de middelpuntvliedende krachten in het Westen waarschijnlijk geremd. Daarbij kwam en komt de nog dagelijks gedemonstreerde superioriteit van de Westerse economie en politieke organisatie waardoor het gelijk van de overwinnaar telkens weer wordt bewezen. Wat er aan onderlinge verschillen binnen de NAVO overblijft, kan het bondgenootschap op het ogenblik niet ernstig bedreigen. Het succes van de NAVO en in het bijzonder van de Verenigde Staten is er juist de oorzaak van dat het bondgenootschap zich met meer zelfvertrouwen als voorbeeld ziet en ook als zodanig naar nieuw emplooi zoekt. Het is nog altijd wat het bij de oprichting was: een machtsorganisatie met haar, in de preambule geformuleerde ideologische grondslag. De oorzaak van de samenhang is veranderd; de samenhang zelf gebleven. Die ligt in haar recente succes.

In dit perspectief ontstaat het ideaal dan wel de luchtspiegeling van de nieuwe wereldorde. Dat is geen wonder: succes vraagt om meer succes zoals macht doet verlangen naar meer macht. Nu demonstreert het Westelijk bondgenootschap opnieuw zijn dualisme. De afgelopen 45 jaar heeft de NAVO de nationale belangen van haar leden doeltreffend beschermd. Uiteindelijk is gebleken dat ook de ideologie waarvoor de organisatie staat, zich aan de voormalige vijand begint mee te delen.

Het begrip nieuwe wereldorde heeft een ideologische strekking. Wat zal het bondgenootschap in de nieuwe internationale context worden: belangenorganisatie of ook een bundeling van krachten met een zekere zending op hoger plan? Een groep van naties die met een gewapende voorhoede de politieke beschaving in de rest van de wereld verbreidt?

De eerste proef is intussen half doorstaan. Toen Saddam Hussein zich van Koeweit meester maakte, hebben de Amerikanen ingegrepen uit naam van de nieuwe wereldorde en heeft de coalitie zich door de Verenigde Naties laten legitimeren. Maar in het bevrijde Koeweit zetelt intussen nog een, naar NAVO-maatstaven gemeten, achterlijke regering en de hoofdman van de roversbende zet zijn dictatuur in eigen land voort.

Was dan de coalitie niets anders dan een tijdelijke belangenorganisatie? Ook dat natuurlijk, maar het ingrijpen op het nippertje ten behoeve van de Koerden bewijst ook weer dat het meer dan dat was; namelijk een actie die men wel met de Westelijke ideologische opvattingen over de nieuwe wereldorde in overeenstemming kan brengen.

Om redenen die buiten de argumentatie van dit stukje vallen, geven de vroegere tegenstanders binnen de oude wereldorde te kennen, dat ze het in grote trekken over de nieuwe eens zijn. Maar er is een groot verschil, want nu is er maar een ordebewaarder. De betrekkelijke zekerheid die de bondgenoten van Moskou hadden toen de Sovjet-Unie nog een volwaardige supermacht was, is verdwenen.

Deze situatie geeft het Westen een grote vrijheid, volgens een theorie die door linkse Amerikaanse schrijvers - die bestaan nog - wordt aangehangen. De Golfoorlog, zeggen ze, is de eerste van een nieuw type, dat zal worden gevoerd uit naam van de nieuwe wereldorde, maar in werkelijkheid dienend om de Westerse belangen te beschermen.

Dualisme binnen de nieuwe wereldorde: ideologie of materieel belang? Dat is geen werkelijke tegenstelling, het een kan niet zonder het ander. Het gaat om het accent. Waarvoor zijn de 'snelle, mobiele eenheden', nu in oprichting? Waartoe zal de nieuwe NAVO-strijdmacht straks dienen? Waar ligt de grens van de belangenbescherming, waar begint de zuiver politieke of humanitaire opdracht en zal men die zonder een grondslag van andere belangen willen aanvaarden? Dat is het debat dat uit het concept van de nieuwe wereldorde voortvloeit. De Tweede Kamer krijgt volgende week bij het bespreken van de defensienota een goede gelegenheid, die vraagstukken eens aan te roeren.