Walvisvangst: principes van IJsland zijn niet zonder risico

NA JAREN van dreigementen lijkt het er nu toch van te komen. De IJslandse minister van visserij, Thorstein Palsson, heeft aangekondigd dat zijn land - met inachtneming van de opzegtermijn van een jaar - op 30 juni 1992 uit de Internationale walvisvaartcommissie (IWC) zal treden. Nu de 36 landen aangesloten bij de IWC vorige week, nota bene in Reykjavik, opnieuw hebben besloten het sinds 1986 geldende verbod op de commerciele vangst van walvissen met een jaar te verlengen, is de maat vol. IJsland keert de rest van de wereld de rug toe.

De gekozen datum van 30 juni 1992 is bepaald geen willekeurig tijdstip. Op die dag wordt in het Schotse Glasgow de jaarlijkse bijeenkomst van de IWC gehouden. De commissie bespreekt dan een nog op te stellen beheersmodel van het wetenschappelijk comite dat een “verstandige oogst” van sommige walvissoorten mogelijk moet maken.

Met de gekozen datum houdt IJsland de deur naar de IWC met een kier open. Mocht de IWC in Glasgow alsnog besluiten de vangst van bijvoorbeeld dwergvinvissen toe te staan, dan zal IJsland ongetwijfeld inbinden.

De Nederlandse bioloog Kees Lankester, die lid is van het wetenschappelijk IWC-comite, acht de kans “heel groot” dat de commerciele vangst van walvissen op den duur weer wordt toegestaan.

“Veel landen zullen het er moeilijk mee hebben de vangst weer toe te staan, maar als de populaties van sommige soorten zich voorspoedig blijven ontwikkelen, zullen ze geen wetenschappelijke redenen meer kunnen verzinnen om het verbod te handhaven.” Tussen de vijf en hooguit vijftien jaar zal het volgens Lankester duren voordat er weer walvisen met toestemming van de internationale gemeenschap geharpoeneerd worden.

Het handhaven van het in de ogen van de IJslanders onredelijke verbod op de walvisvangst is daar bijzonder slecht gevallen, ervoeren deelnemers aan de vergadering. “IJsland speelt het heel principieel.

Ze zeggen aangewezen te zijn op de opbrengst uit zee. Als vissen mogelijk is, willen ze zich dat niet laten verbieden door een internationale organisatie'', zegt een diplomaat die de bijeenkomst bijwoonde.

Dat de regering het mes nu werkelijk op tafel heeft gelegd, is ook voor menige IJslander als een verrassing gekomen. “Ik sprak van de week op een bootje een IJslandse wetenschapper die zei dat hij zich hogelijk verbaasde dat zijn land zich zo druk maakt om in feite de belangen te dienen van een man”, zegt Lankester.

Met die ene man wordt gedoeld op Kristjan Loftsson, directeur van 's lands enige walvisfabriek in Hvalfjordur, enkele tientallen kilometers westelijk van Reykjavik. Loftsson maakt deel uit van de IJslandse IWC-delegatie en kan het volgens waarnemers buitengewoon goed vinden met de onlangs benoemde nieuwe minister van visserij. Al meer dan twee jaar liggen Loftssons walvisvaarders werkeloos in de haven en dat is in zijn ogen ruim twee jaar te lang.

De principiele opstelling is voor IJsland niet zonder risico. In de Verenigde Staten bestaat wetgeving die het mogelijk maakt import van visprodukten te verbieden van landen die de effectiviteit van internationale organisaties op het gebied van het beheer van marine zoogdieren in gevaar brengen. Mexico dat bij de vangst van tonijn veel dolfijnen doodt, is door die bepaling al getroffen. De exportinkomsten van IJsland betreffen voor 80 procent visprodukten.

Het ook door IJsland geratificeerde Zeerechtverdrag verplicht kuststaten samen te werken met geeigende internationale organisaties die toezien op het beheer van migrerende marine zoogdieren. IJsland hoopt onder deze verplichting uit te komen door zelf een nieuwe walvisvaartclub op te richten die niet zo makkelijk zwicht voor de emotionele argumenten van milieugroepen. Het land hoopt de steun voor zo'n organisatie te krijgen van landen als Noorwegen en Japan.

De Noren hebben tot nu toe echter niet gezegd een dergelijk initiatief te wilen steunen. Ook de Japanners lijken te willen wachten op de naderende toestemming om weer Antarctische dwergvinvissen te vangen waarvan er naar schatting 760.000 exemplaren zijn. Tot die grote dag bevredigen ze hun behoefte met het doden van walvissen voor, volgens Greenpeace, zogenaamde wetenschappelije doeleinden.

Een mogelijk uitkomst van de strijd om de walvisvangst kan ook zijn dat IJsland volgend jaar met veel vertoon uit de IWC stapt maar tegelijkertijd ook de walvisvaardersvloot definitief in de motteballen doet. Dan kan de delegatie tegenover het thuisfront in ieder geval verklaren zich niet langer te laten ringeloren door een walvisvaarderscommissie die door de milieubeweging wordt gedomineerd.