VS maken zich op voor nucleaire lente

Als de Amerikaanse nieuwszender CNN hier in Nederland een zwetende manager in beeld brengt die in zijn beste Engels beweert dat ook het Amstelhotel CNN kan laten zien, vertoont de zender op het zelfde moment in de Verenigde Staten reclame die meer geld opbrengt: zoals de intrigerende reclame voor kernenergie die de Council for Energy Awareness laat uitzenden. Eerst een illustratie van de onrust die er heerst in de gebieden waar de VS van oudsher hun aardolie vandaan halen en dan de kalme tekst: Nuclear Energy - energy you can count on.

De Council for Energy Awareness (CEA) is een van de lobbygroepen die de Amerikaanse nucleaire industrie heeft opgericht om de renaissance van kernenergie te bespoedigen. Reclame voor kernenergie - ook in Frankrijk geen uitzondering - is in Nederland niet te verwachten. Niet alleen ontbreekt hier een sterke lobbygroep maar Nederland heeft nu eenmaal in 1986 de hete adem van Tsjernobyl over zich heen voelen gaan - de spinazie moeten laten staan. De publieke opinie blijft hier tamelijk hardnekkig tegen kernenergie.

In de VS lijkt het tij te kenteren. De CNN-reclame spots wijzen erop, maar ook de berichtgeving over kernenergie in de pers. Time Magazine (29 april) en de New York Times (12 mei) blijken opeens verrassend genuanceerd over kernenergie te denken. Ook een milieuorganisatie als de National Audubon Society of de Union of Concerned Scientists vinden een heroverweging de moeite waard. De houding van het Amerikaanse publiek is onduidelijk: men vindt kernenergie belangrijk maar wil geen centrales in de directe omgeving.

De milde toon van Time Magazine werd tot vervelends toe opgevoerd door de sprekers die twee weken geleden in Washington hun zegje deden op de jaarlijkse Nuclear Power Assembly, een bijeenkomst waar de Amerikaanse nucleaire-industrie (reactorbouwers, ingenieursbureaus als Bechtel en de 'utilities': de elektriciteitsbedrijven) elkaar een pluim op de hoed en een hart onder de riem steken. Onder het genot van fresh brewn coffee en een of meer muffins luistert men naar een toonaangevende senator die in ronde taal zijn sympathie voor de branche uitspreekt.

Vragen, geen vragen. De persconferentie voorafgaande aan de Assembly werd beter bezocht dan de CEA verwachtte, het zaaltje in het Hyatt Regency Hotel zat vol en de stapels folders en brochures kregen veel belangstelling. De Cambridge Energy Research Associates brachten een zeer lezenswaardige analyse van de nucleaire toestand in de VS, een analyse die met een vraagteken eindigde.

De Europese bezoeker raakte vooral onder de indruk van het lijvige actieplan dat de Amerikaanse nucleaire industrie heeft opgesteld om de verkoop van reactoren in de VS te verbeteren, het Strategic Plan for Building New Nuclear Power Plants. Dat plan verscheen in november vorig jaar en blijkt een tot in de kleinste procedurele details uitgewerkt draaiboek voor de herintroductie van kernenergie, waarin van maand tot maand (te beginnen in december 1990) is vastgelegd welke actie door wie ondernomen moet worden om de vele 'milestones' en 'goals' te bereiken op de weg naar de eindzege, de eerste bestelling van een nieuwe reactor tegen het eind van 1995.

Duidelijk is dat dit niet een willekeurige actie is van een industrie die weer eens een nieuwe start waagt, maar dat hier over een breed front en perfect gecoordineerd wordt opgetrokken door overheid, industrie, nutsbedrijven en onafhankelijke vergunningsverleners die maar een doel voor ogen staat: voor het eind van de eeuw op grote schaal nieuwe reactoren in gebruik te nemen - Amerikaanse reactoren, want de kansen van Canadezen (Candu), Duitsers (KWU) en Fransen (Framatome) op de Amerikaanse markt zijn nihil.

Ook de federale overheid (het Department of Energy, DOE), de elektriciteitsbedrijven (namens deze het Electric Power Research Institute, EPRI) en de vergunningsverleners-toezichthouders (de Nuclear Regulatory Commission, NRC) blijken stuk voor stuk, en in overleg met elkaar, een strategie te hebben uitgewerkt voor de nucleaire renaissance. Elektriciteitsproducent Tennessee Valley Authority verkondigt nu al in 1995 te gaan bestellen.

Het Strategic Plan gaat voorbij aan de vraag waarom de VS zo nodig nieuwe kernreactoren moeten plaatsen. Dat is niet om kwijnende reactorbouwers te redden. Amerika kent vier reactorbouwers (Westinghouse, General Electric en de 'ketelbouwers' ABB-Combustion Engineering en Babcock & Wilcox) die stuk voor stuk voldoende andere activiteiten bezitten en bovendien nog ruime 'nucleaire inkomsten'

halen uit service (onderhoud, reparatie en renovatie) en training of de fabricage van splijtstofelementen. Of royalties ontvangen voor licenties in Japan.

Sinds 1978 zijn in de VS geen nieuwe kernreactoren meer besteld, en wat tussen '74 en '78 werd besteld is in bijna alle gevallen, eerst onder invloed van de recessie, later door het ongeluk bij Three Mile Island (Harrisburg), geannuleerd. Sinds het begin van de jaren zeventig zijn de plannen voor meer dan honderd reactoren geannuleerd of voor onbepaalde tijd uitgesteld. Van Westinghouse zijn geen reactoren meer in aanbouw genomen sinds 1981 (Spanje), voor General Electric is dat 1977 (VS en Mexico). (De licenties van Toshiba, Mitsubishi en Hitachi in Japan niet meegerekend). Dit jaar heeft General Electric voor het eerst weer twee eigen reactoren van nieuw ontwerp (Advanced Boiling Water Reactors van 1300 MW) aan Japan verkocht.

De noodzaak om nieuwe kernreactoren te plaatsen is verwoord in de National Energy Strategy, het energiebeleidsplan van de regering Bush dat in februari verscheen en dat sterk het accent legt op energy security: het veilig stellen van de energievoorziening door een gevarieerd brandstofpakket. Diversificatie dus. Zonder nieuwbouw zal het opgestelde nucleaire vermogen (nu ruim 100 gigawatt uit 112 reactoren) door sluitingen van oude centrales na 2010 zeer snel dalen (en kort na 2020 gehalveerd zijn). Alleen al om het relatieve aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproduktie (nu met 20 procent toch al bescheiden) op peil te houden zouden de komende jaren tientallen nieuwe reactoren in aanbouw moeten worden genomen.

Praktisch gesproken concurreren de kernreactoren alleen met kolencentrales, vooral uranium en kolen komen in aanmerking voor basislastvermogen: elektriciteit van centrales die zoveel mogelijk continu draaien.

De NES zou het kolen-aandeel in de elektriciteitsvoorziening (nu 55 procent) graag sterk uitbreiden (de VS bezitten veel steenkool) maar voorziet een sterke prijsstijging van 'kolenstroom' door noodzakelijke milieumaatregelen. De verwachting is dat 'atoomstroom' - nu in de VS opvallend duur - juist belangrijk in prijs zou kunnen gaan dalen.

Het argument dat kernenergie geen bijdrage levert aan het broeikasseffect wordt in de VS pas in de laatste instantie, en besmuikt, opgevoerd, zelfs door de reactorbouwers. Officieel twijfelen instanties als DOE, EPRI en NRC nog steeds aan een samenhang tussen klimaatverandering en CO2-produktie. Liever wijst men op het feit dat ook methaan en drijfgassen als cfk's broeikasgassen zijn. Alleen de National Academy of Sciences pleit voor meer kernenergie met het oog op het broeikaseffect.