Vragen over houding beurs in CLBN-zaak

AMSTERDAM, 5 JUNI. Bankiers weten als geen ander dat spreken zilver is, maar zwijgen goud. Dat adagium bewees afgelopen maandag nog eens zijn waarde na de verklaringen die Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) aflegde over zijn betrokkenheid bij MGM-Pathe, het filmnetwerk van de Italiaanse zakenlieden Giancarlo Parretti en Florio Fiorini.

Eerder had CLBN-topman J.J. Brutschi deze betrokkenheid met het creatieve zakenduo waar mogelijk willen bagetaliseren. De bank zou volgens zijn verklaring nooit zijn betrokken bij de overneming van MGM-UA door Pathe eind vorig jaar. Bovendien, zo liet Brutschi begin april via zijn woordvoerder desgevraagd weten, stond er slechts een bedrag van 220 miljoen gulden uit bij de filmstudio en dan nog alleen voor de financiering van filmprojecten.

Uit een rapport dat begin vorige maand bij de Amerikaanse beurscommissie SEC werd gedeponeerd, bleek een betrokkenheid van een heel andere orde. De bank bleek begin mei een bedrag van 737 miljoen dollar te hebben uitstaan bij de filmstudio MGM-Pathe en diens moedermaatschappijen Pathe Communications en Melia International.

Verontrust door perspublikaties over dit onderwerp besloot de Amsterdamse effectenbeurs anderhalve week geleden CLBN, met circa vijf procent genoteerd aan de Amsterdamse beurs, opheldering te vragen. Het resultaat was een persverklaring van CLBN die weliswaar door de beurs als voldoende informatief voor de beleggers werd beschouwd, maar tot nogal wat verschillende interpretaties leidde bij de buitenwacht.

In het moeras van onduidelijkheid waarin de hele kredietverlening aan het in financiele problemen verkerende filmconglomeraat nu dreigt te verzanden zijn echter een aantal zaken duidelijk. CLBN heeft volgens de SEC-documenten een bedrag van (tegen de huidige dollarkoers) 1,4 miljard gulden bij de filmmaatschappij en zijn moedermaatschappijen uitstaan. De bank is bovendien betrokken geweest bij de financiering van de overneming van MGM-UA door Parretti en Fiorini eind vorig jaar.

En de Franse moedermaatschappij Credit Lyonnais stelt dat zij garant staat indien het Rotterdamse filiaal niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Met de gegevens die duidelijk worden uit de SEC-documenten en de verklaringen van CLBN en zijn moedermaatschappij zijn een aantal algemene belangen gemoeid.

In eerste instantie gaat het om de solvabiliteit van CLBN. De toezichthouder op de banken, de Nederlandsche Bank, laat tussen de regels door merken dat de kredietverlening van CLBN aan het filmbedrijf van Parretti en Fiorini haar bijzondere aandacht heeft.

Dat moet ook wel, aangezien het totaal van de uitstaande kredieten aan het wankele filmimperium de positie van CLBN substantieel kan bedreigen. De toezichthouder beschouwt de zaak echter als afgedaan met de garantieverklaring van de Franse moederbank.

Of die garantieverklaring echter ook de positie veilig stelt van de aandeelhouders van CLBN is een andere vraag. Credit Lyonnais heeft ervoor gekozen haar Nederlandse dochter voor een klein deel op de beurs genoteerd te laten. Dat brengt het belang met zich van een adequate informatievoorziening aan de aandeelhouders.

De kredieten die de bank door de jaren heen heeft verstrekt aan het onoverzichtelijke netwerk van Parretti en Fiorini zijn wat dat betreft geen onbelangrijke factor. Nog afgezien van de zakelijke reputatie van het duo, zijn er de omvang en het risico van de kredieten waartoe de bank zich door de jaren heen heeft laten verleiden. En die kredieten blijken nu voor een belangrijk deel te zijn verdwenen in een nagenoeg failliete filmstudio.

Uit recente gegevens blijkt dat uitlatingen in het verleden van CLBN-zijde op zijn minst een verkeerde indruk wekte bij beleggers over de betrokkenheid van de bank. In het buitenland - vooral Amerika en Frankrijk waar men de ontwikkelingen rond de CLBN-filmkredieten met meer dan gewone belangstelling volgt - bestaat daarnaast grote verwondering dat de Amsterdamse beurs zonder meer genoegen neemt met de recente, weinig verhelderende verklaring van de bank.

De Stichting toezicht effectenverkeer (STE), die op zijn beurt weer de beurs in de gaten houdt, studeert nader op de verklaringen van de Rotterdamse bank. De STE heeft in het verleden bij herhaling laten blijken een bijzondere belangstelling te koesteren voor die verrichtingen van Parretti en Fiorini die gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse beurs. Temeer daar het duo gebruik maakt van Melia International, Bobel, Chamotte Unie - alle drie genoteerd aan het Damrak - bij het uitwerken van hun weinig overzichtelijke plannen.

Het derde belang dat bij de kredietverlening een rol speelt, ligt in Frankrijk. In Parijs groeit de bezorgdheid over de betrokkenheid van Credit Lyonnais als staatsbank bij de verrichtingen van Parretti en Fiorini. Hoewel ruim vertegenwoordigd in de raad van commissarissen van CLBN, deed de top van de Franse bank de kredietverlening aan het duo tot voor kort af als een Rotterdamse affaire.

Dat lijkt echter na de recente verklaringen een moeilijk vol te houden standpunt en dus groeit de druk vanuit het Franse parlement om meer openheid van zaken te geven. Want hoewel de bankreus met een garantievermogen van 100 miljard franc wel tegen een deukje kan, begint in Parijs de vraag te spelen hoe het mogelijk is dat de bank voor een miljardenbedrag aan francen een noodlijdend filmbedrijf in de maag gesplitst heeft gekregen.