Universiteiten willen helderheid van Ritzen

ROTTERDAM, 5 JUNI. De universiteiten vinden dat zij van minister Ritzen (onderwijs) veel minder vrijheid krijgen dan hun enkele jaren geleden was beloofd. Zij willen dat de Tweede Kamer Ritzen beweegt consistentie aan te brengen in zijn wetgeving voor het hoger onderwijs.

Dat heeft de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten VSNU eind vorige week geschreven aan de vaste Kamercommissie voor onderwijs.

De universiteiten reageren daarmee op de veranderingen die Ritzen half mei aanbracht in het ontwerp voor een nieuwe wet voor het hoger onderwijs. In het wetsvoorstel, al ingediend door Ritzens voorganger Deetman, was vastgelegd dat de minister minder gemakkelijk en minder gedetailleerd dan nu zou kunnen ingrijpen in bijvoorbeeld het onderwijsaanbod aan de universiteiten.

Universiteiten (en hogescholen) werden ingedeeld in negen sectoren, met elk een samenhangend pakket studierichtingen. De minister zou alleen mogen bepalen welke sectoren er aan welke universiteiten en hogescholen zijn, binnen de sectoren zouden de instellingen vrij zijn bij het bepalen van het onderwijsaanbod. Op het niveau van studierichtingen zou de minister alleen kunnen ingrijpen als de kwaliteit ervan volgens deskundigen langdurig te wensen overlaat.

Ritzen schrapte de sectoren, om de universiteiten en hogescholen een nog grotere vrijheid te geven. Hij vond het voldoende als zij hun studierichtingen in een centraal register lieten registreren. Alleen geregistreerde studierichtingen zouden worden gefinancierd. Ritzen wilde het register door een apart college laten beheren.

De instellingen zouden daardoor, als ze dat wilden, allemaal dezelfde opleidingen kunnen beginnen of schrappen, zonder dat de minister er iets aan zou kunnen doen. De minister zou zijn verantwoordelijkheid voor een doelmatig en breed onderwijsaanbod dan niet meer waarmaken, oordeelde de Kamer bij de eerste schriftelijke beoordeling van het wetsvoorstel.

Als reactie daarop besloot Ritzen het wetsvoorstel zo te wijzigen dat hij juist weer heel gedetailleerd kon ingrijpen. Hij hield vast aan het register, maar wilde nu nu zelf kunnen bepalen welke studierichtingen hij er in op zou nemen. De universiteiten vinden dat de minister daarmee veel te ver gaat. Bovendien zijn de criteria voor ingrijpen volgens hen slordig geformuleerd.

Ook de hogescholen kritiseren in een brief aan de Kamer veel van Ritzens voorstellen. Ze verwerpen nogmaals het voorstel van de minister ook studentenstops mogelijk te maken op basis van de 'maatschappelijke behoefte' aan afgestudeerden. Volgens de hogescholen is dit begrip voor de meeste studies in de praktijk niet bruikbaar. De universiteiten zien ook niets in beperking van de studenteninstroom met behulp van dit criterium.

De Tweede Kamer presenteert eind juni haar eindverslag over het wetsvoorstel.