Rotterdam roept haar ambtenaren op tot herbezinning; 'De nota-cultuur kost te veel geld'

ROTTERDAM, 5 JUNI. Den Haag kampt met grote financiele tegenvallers, Amsterdam heeft moeite de eindjes aan elkaar te knopen en Rotterdam verwacht, zo blijkt uit de gemeentelijke voorjaarsnota, een tekort van ruim honderd miljoen gulden in 1995.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam hebben de noodklok geluid en het gemeentelijk apparaat opgeroepen tot 'fundamentele herbezinning'.

G. de Kleijn, projectleider 'sociale vernieuwing' van de gemeente Rotterdam, heeft in antwoord daarop de nota 'Twee vliegen in een klap'

gepresenteerd. Centraal daarin staat de paradox: is het mogelijk de onvermijdelijke bezuinigingen ten goede te laten komen aan de 'sociale vernieuwing'?

De Kleijn meent van wel. Hij constateert dat op de gemeentelijke dienstverlening aan de burgers - reiniging, politie en dergelijke - steeds meer is bezuinigd. “Terwijl dat toch het gezicht van de gemeente is.” Die service-verlening is langzaam weggedrukt ten gunste van uitbreidingen in het ambtelijk apparaat op het niveau van het midden- en hoger kader. “Het gemeentelijke bestuur”, meent hij “is gigantisch aan het verstaffen gegaan.”

“Het gemeentelijke apparaat is te deftig geworden”, zegt hij in zijn stadhuiskamer. “Er heerst een cultuur van nota's en vergaderingen.”

De Kleijn verwijt het hogere personeel veel te veel 'beleid' te produceren en veel te lang te vergaderen. “Er worden nota's geproduceerd waar niemand om heeft gevraagd. Dat staat deftig, maar het schept een afstand tot de burgers en het is eigenlijk alleen werkvoorziening voor het middenkader.” Hij vindt dat maar geldverspilling. “De gemeente moet leren niet meer zo snel te zeggen: dat zoeken we uit.”

Daarbij, vindt De Kleijn, moet in de bovenste loonregionen worden gesnoeid, te beginnen op “salarisschaal meer dan royaal modaal”.

Overigens niet door een grote ontslagronde, maar door de inlevering van arbeidsuren. “Je moet naar 38-uurs banen. Natuurlijk zullen er mensen vertrekken, maar denk eens aan de vrouwen die zullen instromen.” Sociale vernieuwing betekent voor De Kleijn dat uitgaven worden besteed aan achtergestelden en minstbedeelden. “De top moet ook inleveren, als je als overheid niet in je eigen vlees wilt snijden ben je voor de burger niet geloofwaardig meer.”

De Kleijn wil niet alleen inefficiente structuren in het beleidsapparaat wieden, hij heeft het ook over 'idiote arbeidsdagen'

van mensen die elkaar opjagen zonder dat de burger er wijzer van wordt. Hij is bang dat als er niets wordt gedaan er weer bezuinigingen vallen in de laagste loonsector. “Het moet niet zo zijn dat laagst betaalde banen geschrapt worden, die je dan vervolgens weer in de 'banenpool' terug ziet. Het hoogste aanbod op de arbeidsmarkt wordt gevormd door de laag gekwalificeerden.” De gemeente moet volgens hem voor deze groep actief blijven. “Er moeten juist vijfduizend banen extra bij de banenpool zodat we op achtduizend komen.”

Ook vindt hij dat de overheid moet terugtreden op een aantal gebieden. Het profijtbeginsel mag weer nieuw leven worden ingeblazen. Subsidies op theater- en museumbezoek, voorzieningen waar voornamelijk door de middenklassen gebruik van wordt gemaakt, vindt hij maar onzin.

“Subsidieer alleen de mensen die het echt niet kunnen betalen en trek de prijzen op naar internationaal niveau.” Met eenzelfde argumentatie (“wat ooit begonnen is als stimulering van de lagere inkomensklassen heeft nooit zijn doel bereikt”) wordt in 'Twee vliegen' ook het intrekken van overheidssubsidie aan topsport bepleit.

Waar de overheid ook zou moeten terugtreden is het 'wijkbeheer'. “Het is toch te gek voor woorden dat mensen soms maar (f) 1,50 in de maand voor wijkparkeervoorzieningen betalen.” Dat staat in geen verhouding tot de werkelijke kosten van de ruimteclaim, meent De Kleijn. Met maatregelen om de mensen meer voor hun parkeerluxe te laten betalen, kan de overheid ook meteen iets doen aan een van de twee heilige koeien die door hun aantal de samenleving verzieken: de auto en de hond. “De overheid zou de overlast moeten belasten. De verhouding lasten-lusten tussen eigenaar en gemeenschap is totaal scheef gegroeid.” De Kleijn pleit, verwijzend naar geluidoverlast, de volksgezondheid, 'poep' en fysiek gevaar, voor terugdringing van het hondenbezit. “Op dit punt is een uitzondering voor de minima niet te verdedigen.”

Het meest flagrante voorbeeld van de onbeperkt uitdijende overheid vindt De Kleijn de geldverslindende uitbreiding van het aantal gemeentelijke 'winkels'. “Iets begint als een experiment en bij succes ontstaat automatisch verzelfstandiging.” Overal ziet De Kleijn gemeentelijk gesubsidieerde toko's ontstaan, waar nauw omschreven klantengroepen varierend van islamitische vrouwen tot homo's de naar hun maat geproduceerde diensten kunnen afhalen. “Die winkels krijgen hun eigen institutionele belangen, hun eigen deftigheid.” Daar past maar een antwoord op: “De categorale hulpverlening afbouwen en onderbrengen bij algemene voorzieningen.”

Wanneer de voorstellen uit de 'Twee vliegen'-nota werden gerealiseerd zouden niet alleen hogere ambtenaren, auto- en hondenbezitters, islamitische vrouwen en homo's het moeilijker krijgen. “Het minimabeleid heeft er mede toe bijgedragen dat er weinig interesse is voor de banenpool.” De Kleijn wil liever werkers honoreren en de lonen in de banenpool verhogen en minder uitgeven aan mensen 'die vrede hebben met het minimabeleid'. Bejaarden moeten daarbij worden ontzien. Hij heeft de mensen in het vizier “tussen de twintig en veertig die calculerend omgaan met uitkeringen”. Tegen mensen die zich op oneigenlijke wijze overheidsgeld toeeigenen kunnen we maar een ding doen: “De verzorgingsstaat moet slimmer worden.” Na precies een uur komt een gemeente-ambtenaar De Kleijn halen voor de volgende vergadering.