Opnieuw luchtaanvallen Israel op Zuid-Libanon

SIDON, 5 JUNI. Voor de derde achtereenvolgende dag heeft de Israelische luchtmacht vanochtend aanvallen uitgevoerd op Palestijnse doelen in Zuid-Libanon.

Palestijnse en Libanese strijders, die vrezen dat de luchtaanvallen de inleiding vormen tot een grootscheepse Israelische militaire actie in het gebied, zijn in de hoogste staat van paraatheid gebracht. Israel zelf zegt dat de aanvallen zijn bedoeld om “de vorming van een terroristische structuur in Zuid-Libanon te verhinderen”. Maar volgens politieke bronnen in Jeruzalem zijn de aanvallen eerder bedoeld om nog eens duidelijk te maken dat het recente Syrische-Libanese samenwerkingsverdrag, dat maandag van kracht werd, de veiligheidsbelangen van de joodse staat niet mag bedreigen. Dit verdrag komt volgens Israel neer op verkapte annexatie van Libanon door Syrie.

De aanval van vanochtend vroeg was gericht tegen een basis van het extremistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - algemeen commando (PFLP-gc) van Ahmed Jibril in het dorp Lebaa ten oosten van de zuidelijke havenstad Sidon. Daarbij vielen drie gewonden.

Gisteren, bij de zwaarste Israelische luchtaanval sinds het Israelische leger op 4 juni 1982 Libanon binnenviel, werden zeker 13 guerrillastrijders gedood en vielen 38 gewonden. Die actie, eveneens ten oosten van Sidon, had een reeks groepen als mikpunt: Het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) van George Habash, de radicale Fatah Revolutionaire Raad van Abu Nidal, het Democratische Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) van Nayef Hawatmeh en de PLA, het sunnitisch-Libanese Volksbevrijdingsleger. Maandag werd een inlichtingencentrum van de overkoepelende Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) in het vluchtelingenkamp Miyeh Miyeh bij Sidon gebombardeerd.

De Libanese premier Omar Karami deed gisteren een beroep op de Verenigde Staten Israel geen wapens meer te leveren “omdat onze kinderen sterven”. Volgens hem is Israel erop uit de tenuitvoerlegging te dwarsbomen van VN-resolutie 425, die de terugtrekking van Israels troepen uit Zuid-Libanon behelst. Hij wees ook op de inspanningen van zijn regering om het land te pacificeren en zei dat hij Israel niet zou toestaan dat proces te torpederen.

De Amerikaanse regering merkte op dat het bloedvergieten niet bijdraagt tot haar inspanningen een regeling te vinden voor het Arabisch-Israelische conflict en stelde dat zij “graag zou willen dat deze tragische cyclus van geweld eindigt”. De secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuellar, betreurde de schending van Libanons territoriale integriteit en de slachtoffers onder de burgerbevolking.

(Reuter, AP, AFP)