Ook in 'Ons Dorpsleven' keerde het heilig vuur niet terug

'S GRAVENPOLDER, 5 JUNI. Ergens, zegt ze, ergens ben ik het kwijtgeraakt: het heilig vuur. Zo gaat dat, zegt ze. Zonder treuren. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig heette ze nog Ludmilla Sochnenko en was ze een van de beste damsters van de wereld. Ze haalde ereplaatsen bij de wereldkampioenschappen in Amsterdam ('77) en Riga ('81). Won de mondiale titel elf jaar geleden in haar geboorteplaats Minsk.

Tegenwoordig gaat ze als Ludmilla Meijler door het leven, speelt voor damclub Ons Genoegen in Utrecht. Afgelopen week debuteerde ze bij de Nederlandse kampioenschappen dammen voor vrouwen. In dorpshuis 'Ons Dorpsleven' in 's Gravenpolder.

Ludmilla Meijler boekte gisteren haar zesde remise op rij en kan daarmee - met nog een partij te gaan - haar eventuele titel-aspiraties wel vergeten. Ze maakt zelfs weinig kans meer op de twee andere plaatsen die recht geven op deelname aan de wereldkampioenschappen in haar dierbare Minsk. Eigen schuld, zegt Meijler. Door familiebezoek in Rusland heeft ze de laatste twee maanden veel te weinig getraind.

“Toch speelde ik niet slecht”, meent Meijler. “Maar aan het eind van de partijen heb ik drie, vier keer een grove fout gemaakt. Dat kost je een hoge klassering.”

Dat zou haar vroeger niet zijn overkomen. Vroeger, toen ze voor een toernooi vijf tot zes uur dagelijks trainde. Of langer. Vroeger, toen ze nog een eigen trainer had. Maar zelfs toen beschouwde ze het dammen als niet meer dan “een hobby”. School, muziek, ze had nog zoveel andere interesses. Ze weigerde om haar leven te reduceren tot de honderd velden van een dambord.

Later keerde ze zich helemaal af van het dammen. Niet dat ze er genoeg van had. Want dammen is “vreugde”. “Als je wint, geeft dat grote voldoening. Als jij het spel kan maken. Als alles in jouw handen ligt.” Maar nadat ze haar studie had voltooid, zich gespecialiseerd had in de psychiatrie, moest ze kiezen wat ze met haar vrije tijd zou doen. Dammen of wetenschappelijk onderzoek verrichten? Ze koos voor wat ze “het leukste” vond.

Vijf jaar lang raakte ze nauwelijks een damsteen meer aan. Tot ze zo'n anderhalf jaar geleden door haar huwelijk in Nederland belandde. Eerst had ze natuurlijk haar handen vol aan het leren van de taal. Maar haar beroep kan ze voorlopig in Nederland niet uitoefenen. Zo kreeg ze weer tijd voor haar oude passie.

De draad weer oppakken viel absoluut niet mee, bekent Meijler. “Ik was het dammen ontwend. Ik heb ook geen zin meer om zoveel te trainen.

Misschien mis ik wel de kracht, de bezetenheid.” Ludmilla Meijler is te oud, zegt ze, om nog ooit de wereldtop te halen. Hoe oud wil ze niet zeggen. Dat vraag je niet aan een vrouw van boven dertig. En ze is zeker niet meer monomaan genoeg. Ze geeft het onmiddellijk toe. Dat is een 'kwaal' waar volgens haar veel vrouwelijke dammers aan lijden. Daarom spelen ze vaak maar enkele jaren op de toppen van hun kunnen. Om zich vervolgens te wijden aan werk of kinderen. Mannen zijn veel “fanatieker”, zegt Meijler, veel meer gespitst op een tak van leven.

Dammen op topniveau vereist volgens Meijler een aantal specifieke talenten. Natuurlijk moet je een uitstekend geheugen hebben, een groot analytisch vermogen. En je goed kunnen concentreren. “Want een partij duurt vier, vijf, zes uur. Als je concentratie ook maar even verslapt, dan ga je in de fout.” Aan de andere kant moet je ook voorkomen, zegt Meijler, dat je je blind gaat staren, dat je gaat fixeren. Daarom staan dammers tijdens een toernooi zo vaak op van hun bord om naar andere partijen te kijken. “Om even afstand te nemen. Zodat je je eigen partij weer met een frisse blik kunt zien.”

Toch zijn al deze talenten volgens Meijler waardeloos als je niet over het juiste karakter beschikt. Een kampioen moet buitensporig winstgericht zijn, niet bang voor zijn tegenstander en over voldoende incasseringsvermogen, over voldoende veerkracht beschikken om terug te komen na een verloren partij. Maar het allerbelangrijkste, zegt Meijler, is dat je je emoties kunt bedwingen. “Je moet hard voor jezelf zijn.” Dammen, erkent ze, is een introverte sport.