Manchester United belooft supporters dividend

Vanaf volgende week wordt op de Londense beurs gehandeld in aandelen Manchester United. Analisten verwachten dat de koers spoedig sterk zal dalen. Britse voetbalclubs hebben geen betrouwbaar imago bij de belegger.

Manchester United - The betrayal of a legend. Micael Crick en David Smith, Pan Books, Londen 1989

In het museum van Manchester United maken Bobby Charlton, George Best en Mark Hughes op een televisiescherm opophoudelijk doelpunten. Dave (11) - duim in de mond, Manchester United-shirt, te grote bril - becommentarieert voor zijn moeder de daden van zijn helden. Een fine touch van George Best is aanleiding voor een opsomming van zijn beste wedstrijden. Een good cross van Bobby Charlton biedt gelegenheid een schets van diens glorierijke carriere te geven. Een goal van Mark Hughes, de huidige spits van de club, vergt minder woorden - “you know him, don't ya?”

De tiener is een van de duizenden Manchester United-supporters wier fanatisme de club ertoe bracht naar de beurs te gaan. Hij is vorige week woensdag uit het tweehonderd kilometer noordelijk gelegen Durham gekomen om de club te bezoeken. Het nabij zijn woonplaats gevestigde eerste divisie-team Sunderland doet hem niets - het degradeerde dit seizoen nota bene -, hij wil slechts van The Reds uit Manchester weten. Zijn overleden vader was ook zo'n hartstochtelijk aanhanger, net als zijn oom-Dick, van wie Dave trots weet te melden dat hij nog een proeftraining bij de legendarische Matt Busby volgde, een wandkast vol boeken over de club bezit en alle wedstrijden bezoekt. Als hij komend schooljaar goede cijfers haalt, mag hij oom voortaan vergezellen.

Vandaag schrijft de elfjarige zich vast in als lid van de club, vooral een symbolische daad voor ruim vijftien gulden. Vervolgens gaat hij de andere supporters-gelegenheden af, die de club een jaaromzet van vier miljoen gulden bezorgen. In de souvenir-shop schaft Dave voor een kleine honderd gulden de meest recente artikelen aan: een cassettebandje met een moderne variant op het clublied (I'm so excited, it's Man United), een pet, een shawl en een trui waarop staat te lezen dat Manchester United behoudens the world's greatest football club, winnaar is van de Europa Cup voor bekerwinnaars 1991. In het naar Matt Busby vernoemde museum - zeven gulden entree - laat hij de hem goeddeels bekende historie van de club aan zich voorbij trekken, met het vliegdrama van Munchen in 1958 (waarbij acht United-spelers omkwamen) en de winst van de Europa Cup tien jaar later als breed uitgemeten items. Met een portie fish & chips van originele Manchester United-makelij vervoegt hij zich ten lange leste nog een keer bij de supportersclub voor het hoofddoel van de reis: het ophalen van een aanvraagformulier voor de aanschaf van aandelen Manchester United. Hij wil er vijftig hebben, het minimum aantal. Ze kosten samen zo'n 650 gulden, wat hij onmogelijk uit de eigen spaarpot kan betalen: moeder en oom schieten bij. De laatste vindt het geen enkel punt, vertelt hij. “Volgens hem ben je geen echte United-supporter als je nu geen aandelen koopt.”

Manchester United rekende op minstens enige tienduizenden gelijkgestemde aanhangers toen de club twee weken geleden haar beursgang officieel bekendmaakte. Het moment leek ideaal. De club had zojuist bij verrassing de Europa Cup voor bekerwinnaars gewonnen door favoriet Barcelona te verslaan - Mark Hughes scoorde tweemaal. Door de toch al relatief grote aantrekkingskracht van Manchester United - anders dan de meeste Engelse voetbalverenigingen heeft de club in heel het Verenigd Koninkrijk en op het Europese vasteland ruim 50.000 betalende leden -, achtte het management het mogelijk een kleine 2,6 miljoen aandelen ter waarde van zo'n 34 miljoen gulden aan particuliere beleggers te verkopen. “Manchester United”, zei medewerker van de supportersclub Mike Maxfield vorige week, “is een instituut, een legende. We hebben verreweg de grootste supportersclub van Engeland en trekken per wedstrijd gemiddeld ruim 40.000 bezoekers.” Het is met ruim twintig miljoen gulden de belangrijkste inkomstenbron van de club.

Maxfield: “Onze aantrekkingskracht zit in ons legendarische verleden: Matt Busby die de club na de oorlog ging leiden en haar ruim 25 jaar als trainer diende. In die periode waren er successen, drama - the Munich disaster sells - en opnieuw successen: Manchester United dat als eerste Engelse club de Europa Cup won met spelers als Best en Charlton. Dat spreekt nog altijd tot de verbeelding, vooral buiten Manchester. In Scandinivie hebben we bij voorbeeld duizenden leden waarvan een groot aantal aandelen in de club neemt.”

Pag. 16:

Zonder rendement verdwijnen de doelpunten vanzelf

Van de 2,6 miljoen op de particuliere markt aangeboden aandelen verkocht de club nog niet de helft, zo bleek eergisteren. Een zware tegenvaller, die beleggingsdeskundigen de verwachting deed uitspreken dat het aandeel ver onder de aanschafwaarde van dertien gulden zal uitkomen als de handel volgende week is gestart. Niettemin haalde de club de verwachte 34 miljoen binnen dankzij een eerder verworven garantie van een emissiesyndicaat. De onderneming hoopt volgend jaar een dividend van zes procent uit te keren, de winst is geprognostiseerd op zo'n zeventien miljoen gulden.

In totaal bracht Manchester United ruim 4,6 miljoen aandelen op de markt. Ze leveren de club zo'n zestig miljoen gulden op, waarvan 22 miljoen wordt besteed aan de vernieuwing van het stadion. Twee miljoen aandelen - 44 procent - vallen in handen van diverse Manchester United-directeuren, vertelt Robin Launders, de speciaal voor de beursgang aangetrokken financieel directeur van de club. Hij bezorgde Ferrari- en Rolls Royce-dealer Reg Vardy eerder met succes een notering op de Londense beurs en werd in de club-directie benoemd om de breed levende scepcis bij beleggingsdeskundigen weg te nemen. Het blijkt onvoldoende te hebben geholpen.

De club heeft haar vermogen - het stadion en de omringende souvenirshops - op zo'n negentig miljoen gulden laten taxeren. De spelers zijn daarbij niet meegerekend. Launders: “De waarde van een voetballer is onmogelijk aan te geven. De een koop je voor een ton en is een jaar later het honderdvoudige waard, met de ander maak je het omgekeerde of erger mee. Ik heb van voetbal geen verstand, daarom ben ik op deze post aangesteld. Ik moet objectief zijn, geen emoties laten meespelen. En op de spelersmarkt gaat het er nu eenmaal niet altijd even rationeel aan toe.”

“Door zijn twee doelpunten in de Europa Cup-finale is Mark Hughes in waarde gestegen, dat is mij ook duidelijk, maar hoeveel? Het is niet te zeggen. In deze wereld geldt toch vaak: wat de gek ervoor geeft - zeker als er een Italiaanse club op de proppen komt. Garantie op winst is dat ook weer niet, want de supporters zullen het zeer moeilijk accepteren als we Hughes nu zouden verkopen. Het is daarom voor de continuteit van de onderneming onverstandig financiele waarde te hechten aan het bezit van spelers. We schrijven ze in een jaar af en zullen, afhankelijk van het resultaat van de onderneming, jaarlijks een bedrag voor transferkosten vastzetten.”

Drie andere kwesties hebben daar ook mee te maken. Tottenham Hotspur, dat als eerste Britse voetbalclub een beursnotering verwierf en vervolgens in enorme financiele problemen terechtkwam, bepaalt de waarde van een speler op grond van de duur van zijn contract. Dit bleek een voor de belegger tamelijk ongelukkige constructie: de verkoop van sterspeler Paul Gascoigne aan het Italiaanse Lazio Roma levert de club een kleine dertig miljoen gulden op, maar de aandeelhouders worden er geen stuiver wijzer van omdat de club desondanks nog diep in de schulden steekt. Momenteel is de handel in aandelen Tottenham opgeschort door een verwachte overname.

“Tottenham”, zegt Launders, “begaf zich in allerhande zaken die niets met voetbal te maken hadden, zoals vrije tijdskleding. Daar gaan wij nadrukkelijk niet toe over. Wij hebben een onderneming die zich uitsluitend met voetbal bezighoudt.”

Een tweede motief om geen financiele waarde aan spelers toe te kennen is een ophanden zijnde wijziging van het transfersysteem. De Europese Commissie verwerpt het principe van transfervergoedingen voor werknemers, op grond waarvan een Belgische voetballer via de rechter vorige week nog een vrije transfer afdwong. Launders: “Op termijn zal het transfersysteem verdwijnen. Wij anticiperen daar alvast op. Het einde van het systeem is overigens lang niet ongunstig voor Manchester United. Wij zullen minder problemen hebben sterke spelers aan te trekken, want zij willen nu eenmaal graag voor onze club werken.”

Een derde, niet door Launders genoemde reden om de waarde van spelers te bagatelliseren is dat daarmee tegelijk de verliezen die de club de laatste jaren leed, kunnen worden gerelativeerd. Deze verliezen (in '88 ruim drie miljoen, vorig jaar een kleine tien miljoen gulden) kwamen integraal voort uit spelersaankopen, en werden in de op de modale supporter gerichte emissieprospectus slechts terzijde gemeld.

Toch is het verlies van vooral vorig jaar - tien miljoen op een omzet van een kleine veertig miljoen gulden - gevoelig te noemen. Het fungeerde op de achtergrond dan ook als een van de belangrijkste redenen voor de club om via een beursgang nieuwe financiele middelen aan te spreken, zegt een administratief medewerker van de club in een nabij het stadion gevestigde pub. John Cooke, een meeluisterende supporter, hoort het en noemt meteen het in zijn ogen “allerbelangrijkste” motief voor de beursgang: “Fuckin' Edwards!”

Hij doelt op Martin Edwards (44), de zakelijk georienteerde voorzitter van Manchester United en tot eergisteren houder van het meerderheidsaandeel in de club. De beursgang leverde hem ruim twintig miljoen gulden op - en hij was al niet geliefd onder de supporters.

Weliswaar wist Manchester United de laatste jaren buiten de eigen stad zijn populariteit te handhaven, in Manchester zelf keerden steeds meer traditionele United-supporters de club de rug toe om zich aan de zijde van plaatselijk rivaal Manchester City te scharen. Die club paart een meer modaal imago aan een minder door moderne ondernemers gedomineerde bedrijfsvoering. Zij komt daarmee tegemoet aan het voetbalgevoel van de meeste aanhangers: het moet om de doelpunten te doen zijn, niet om de centen. Vanaf zijn komst naar Manchester United in 1980 verzette Edwards, een evident produkt van de era-Thatcher, zich tegen een dergelijke gedachtengang. Een voetbalclub, zo luidde zijn stelling, is een onderneming: zonder verdiensten verdwijnen de doelpunten vanzelf.

Maar naarmate de resultaten op het veld in de loop van de jaren tachtig verder achterbleven bij de ambities, de verliezen toenamen, en de verhalen over Edwards' persoonlijke verdiensten aan de club steeds meer supporters met stomheid sloegen, verloor hij nagenoeg al zijn krediet. Toen daarna, in 1989, nog de publicatie van een boek* over hem en z'n voorganger als voorzitter - zijn vader - werd gepubliceerd, was duidelijk dat Edwards spoedig zijn positie zou verlaten. Met of zonder een greep uit de kas.

In het museum van Manchester United wordt uitgebreid aandacht besteed aan plaatselijke zakenlieden die het bestaan van de club in magere jaren wisten te rekken. Reeds in de jaren dertig, toen The Reds in de krochten van het Engelse clubvoetbal verbleven, stond een dergelijke suikeroom op: het is een mooie opmaat voor de introductie van Louis 'Champaign' Edwards, eveneens een plaatselijke ondernemer die in de officiele clubgeschiedenis de rol van weldoener toegeschreven krijgt.

Er zijn slechts twee verschillen met zijn voorgangers. Toen Louis Edwards het roer overnam was de club op weg naar haar meest roemruchte jaren en fungeerde Edwards niet zozeer als suikeroom van Manchester United, maar Manchester United als suikeroom van Louis Edwards - wat de financiele verhoudingen in de club tot op de dag van vandaag bepaalt.

Het zou nooit zover zijn gekomen als Matt Busby niet zo'n onachtzame echtgenoot was geweest. Busby, een Schot die na een spelersloopbaan bij Manchester City in 1945 trainer werd van het toen middelmatige United, leidde een monomaan voetbalbestaan. Hij was trainer, manager en scout tegelijk. Vooral in de laatste functie reisde hij veelvuldig door het Verenigd Koninkrijk, terwijl zijn vrouw te zelfdertijd uitstapjes naar de schouwburg van Manchester maakte. Wanneer haar man jong talent in het land recruteerde - waardoor het arme United in 1952 voor het eerst in veertig jaar de nationale titel won -, vertoefde mevrouw Busby in de schouwburg met Louis Edwards, die zich in korte tijd van slager tot vleesfabrikant had opgewerkt en zijn bolknak bij voorkeur met een goed glas champagne combineerde.

Toen acht van de 'Busby Babes' na drie gewonnen titels in 1958 in Munchen stierven en daarbij ook enige bestuursleden om het leven kwamen, stelde Busby het bestuur voor zijn vriend Louis Edwards een plaats in de clubleiding te gunnen. Het armlastig gerunde onderneminkje zou binnen tien jaar dankzij Busby tot een voetballegende uitgroeien - en intussen maakte Edwards zich via overreding van talloze kleine aandeelhouders tot eigenaar van de club.

Het kostte hem ruim een ton, hij werd er in 1965 voorzitter mee en zou na de overwinning van de Europa Cup, drie jaar later, verreweg het meest van het commerciele clubsucces profiteren. Maar dat werd pas in 1989 duidelijk - en toen was hij al negen jaar dood. Een televisie-uitzending die zijn omvangrijke vleesverkoop aan publieke instellingen verklaarde uit een jarenlange omkoping van ambtenaren, bezorgde hem een fatale hartaanval. Zijn zoon Martin nam het bezit en het voorzitterschap van de club over.

Martin Edwards was openhartiger dan zijn vader. En onhandiger. Bij zijn komst als voorzitter arrangeerde hij onmiddellijk een salaris voor zichzelf - zonder precedent in de Engelse voetbalgeschiedenis tot dan toe - en noemde in het openbaar de helft van het bedrag dat hij feitelijk verdiende, hetgeen spoedig uitkwam. Daarna bleek hij een procent te toucheren van alle transfers die hij regelde: een premie op de verkoop van de beste spelers, reageerden verontwaardigde supporters, waarna Edwards de regeling stopzette. Vervolgens verzorgde hij een dividend voor het eigen meerderheidsaandeel, wat hem per jaar tonnen opleverde - bovenop zijn jaarsalaris van ruim 250.000 gulden.

Intussen deed hij een geldverslindende poging een basketball-club aan Manchester United te verbinden en raakte de club ondanks overwinningen van de prestige-rijke Engelse beker in 1983 en '85 steeds verder in de rode cijfers. Maar de supporters ontstaken pas echt in woede toen in de loop van 1989 de details van de gesprekken tussen Edwards en onroerend goed-magnaat Micheal Knighton over de toekomst van United bekend werden.

Aanvankelijk hadden mensen in en buiten de club enthousiast op die gesprekken gereageerd. Edwards had te kennen gegeven dat hij de club wilde verkopen voor een slordige 35 miljoen gulden, Knighton vond het een redelijke prijs en de twee sloten een principe-overeenkomst. Korte tijd later introduceerde de gedachte nieuwe voorzitter zich aan de supporters. Hij bleek een aardig balletje te trappen, hetgeen hem in populariteit meteen een forse voorsprong op Edwards verschafte, die zich nooit anders dan met rugby-bal aan het publiek vertoonde.

Maar toen de zaak in kannen en kruiken leek, werd de deal alsnog afgeblazen: Knighton bleek niet over de benodigde financiele rugdekking te beschikken en was nog voor de feitelijke overname begonnen aan pogingen de club voor zo'n zestig miljoen door te verkopen - een opzet die slechts mislukte omdat een van de kandidaat-kopers morele bezwaren tegen een dergelijke transactie kreeg. Toen supporters en - belangrijker - Edwards'

collega-bestuursleden in de gaten kregen dat de toekomst van de club in handen was gekomen van dit type zakenlieden, werd Edwards teruggefloten.

Hij stond nu niet langer uitsluitend bekend als een zakelijk ingestelde voetbalbestuurder, maar vooral ook als slecht zakenman: bijna had hij de club verkocht voor iets meer dan de helft van de kennelijke marktwaarde. Edwards werd door zijn collega-bestuursleden onder curatele gesteld: hij mocht slechts clubvoorzitter blijven als hij beloofde Manchester United niet eigenhandig te verkopen en een beursgang ging voorbereiden. Dan immers kon de club op geordende wijze van zijn eigenaar worden ontdaan. Na de emissie beschikt Edwards nog over slechts 27 procent van de aandelen.

De supporters toonden zich zeer tevreden met het nakende einde van Edwards' leiderschap. Te zelfdertijd accepteerden ze daarmee dat de club nu definitief ondernemingsgewijs zal worden gerund. Financieel directeur Launders: “Doelpunten zeggen mij op zichzelf niets. Het gaat om de rentabiliteit van de club. Dat is het spel dat Manchester United voortaan speelt.”