Lekker achterbaks met stier langs Vlaamse grens Door

Ik was een smokkelaar, BRT 1, 21.40-22.30 uur.

De timing kon niet beter. Uitgerekend in de week dat de twaalf ministers van financien in grote lijnen een akkoord bereikten over harmonisering van BTW-tarieven en accijnzen in de landen van de Europese Gemeenschap, pakt de Vlaamse televisie uit met de historische documentaire 'Ik was een smokkelaar'. Voor dit programma baseerde de Dienst Wetenschappen van de BRT zich op een artikelenreeks die vier jaar geleden werd geschreven door Juul Noeyens.

De film herinnert aan de tijd dat er aan de Nederlands-Belgische en Belgisch-Franse grenzen een drukke smokkelpraktijk bestond. Die tijd ligt nog niet zo ver achter ons. Tot in de jaren vijftig en zestig verdienden Vlamingen grof geld met illegaal ingevoerde boter.

Nederland leefde in die jaren op een ruim bemeten boterberg en met Belgie was een akkoord gesloten waardoor Nederlandse boterexporteurs een forse heffing moesten betalen (bij voorbeeld twee gulden per kilo in 1956). Het gevolg was dat tonnen 'Hollandse' boter werden gesmokkeld, waarbij zowel Nederlanders als Vlamingen hun voordeel deden.

Prijsverschillen en heffingen zijn een oorzaak. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vooral gesmokkeld om te overleven. Vooral tijdens de hongerwinter, toen in Belgie veel meer levensmiddelen vrij te koop waren, kwam er een grootscheepse veesmokkel op gang vanuit Nederland naar Belgie. Maar hoe loods je in vredesnaam een Friese stier of een Noordbrabants kalf ongezien voorbij een grenspaal? In de film wordt die vraag beantwoord met een reeks kleurrijke anekdotes. En met een spectaculaire reconstructie-scene: drie beruchte Vlaamse veesmokkelaars hebben hun grootste huzarenstuk van veertig jaar geleden nog eens voor de BRT-camera's overgedaan.

Dat tekent trouwens de veranderde mentaliteit. Ex-smokkelaars wilden een paar jaar geleden alleen maar praten als zij anoniem konden blijven. Nu vertelt men trots en openlijk honderduit over de vernuftige en achterbakse manieren waarop grensbeambten werden gedold.

Want tussen 1930 en 1970 was smokkelen in onze contreien een naar verhouding romantische en avontuurlijke bezigheid, ook al viel er aan het eind van de jaren zestig weleens een dode tijdens het hoogtepunt van de botersmokkel. Maar vergeleken bij de hedendaagse drugssmokkel vanuit Zuid-Amerika was de smokkel van tabak, vee, boter en pralines slechts een onschuldig tijdverdrijf.