Kuifje

Boris Jeltsin houdt niet zo van buitenlandse journalisten. Wellicht heeft hij nog gelijk ook. Hij begrijpt hen niet en zij begrijpen hem niet. Dus waarom zou je ze dan uitnodigen in je gevolg als je op verkiezingscampagne bent? Je loopt vooral het risico dat ze de cultuurkloof tussen Rusland en het Westen niet kunnen overbruggen en er dus genoegen in scheppen om over je drankgebruik, je ontevreden gezicht of wat dan ook te berichten. Hetgeen vervolgens weer kan worden aangewend door je tegenstanders in eigen land. Zo ging het anderhalf jaar geleden in de Verenigde Staten, toen de partijkrant Pravda gulzig citeerde uit de Italiaanse krant La Republica waarin kort daarvoor het alcoholische gedrag van de presidentskandidaat kleurrijk was beschreven.

Zo moet het dit keer uiteraard niet gaan. Onlangs was Boris Jeltsin op toernee in Toela, een stad tweehonderd kilometer ten zuiden van Moskou. Een aantal buitenlandse journalisten was er naar toe gereden in de hoop een dagje op stap te kunnen met de gedoodverfde leider, straks het eerste rechtsstreeks gekozen staatshoofd uit de Russische geschiedenis.

's Middags zou Jeltsin, na enkele ontmoetingen in de stad, een werkbezoek brengen aan een militaire basis van parachutisten, de 'harde' commando's van de sovjet-krijgsmacht die hij maar beter niet tegen zich in het harnas kan jagen. Zoveel wisten we. Maar, anders dan een select groepje Russische journalisten dat een eigen busje tot zijn beschikking had gekregen, mochten wij niet mee. Onmiddellijk nadat Jeltsin in zijn kanarie-gele busje was gestapt om uit Toela te vertrekken, sprongen wij dus in onze auto om er achteraan te gaan.

Het werd een hilarische achtervolgingsscene, inclusief piepende banden en rode stoplichten. Na een klein half uur stopte Jeltsin caravaan ineens. De heren gingen picknicken in een fraai bos. Wij parkeerden de auto uiteraard ook onverwijld. Het leidde tot niets. Jeltsins lijfwachten, hypernerveus, wisten ons uit de bossen te verjagen. We bleven derhalve maar langs de kant weg wachten, ondertussen genietend van de worst en kaas die twee Italiaanse collega's (wie anders?) hadden meegenomen en in alle rust op de motorkap hadden uitgestald.

Na drie kwartier rukte de escorte van Jeltsin wederom uit, nu toch echt richting militaire basis. Wij er achteraan, zij het vijf minuten te laat omdat een verkeersagent ineens heel druk in de weer was met het regelen van het vrachtverkeer op een kruising. Een politie-auto ging ons niettemin vooraf. Vol vertrouwen waren we dus. Een fout, zo werd duidelijk. De politie-auto had tot taak ons juist af te schudden.

Het werd almaar leuker. De agent in zijn rode Moskvitsj begon namelijk, als ware het een wielerwedstrijd, finale te rijden. Steeds dieper ging het gaspedaal in. Totdat hij alle volgers bij een geniepige vork-kruising in de weg de verkeerde kant op kon sturen. De auto van NRC Handelsblad, die zich bij gebrek aan koersinzicht in het midden van het kleine peloton ophield, was derhalve ook niet in staat te volgen. Als eenzame wielrenners bleven we achter.

We maakten rechtsomkeert. Halverwege op de weg terug naar Toela zagen we plots militair politiepersoneel de zijwegen bewaken. Hier moest het zijn. Een gewone diender van de verkeerspolitie stopte de auto. Hij had opdracht gekregen alle buitenlandse wagens de toegang te ontzeggen. Maar over ons als persoonlijk lichaam, zei zijn bevel niets. Wat hem betreft mochten we daarom lopend of liftend verder.

Binnen vijf minuten hadden we een lift die ons naar de basis bracht waar Jeltsin op dat moment net een luchtshow van de para's aan het bewonderen was. Na afloop vroegen we een van de paratroepers ons naar onze auto terug te rijden. Dat wilde hij met alle liefde, maar eerst wenste hij ons toch een interessant ander spektakel laten zien.

Waarom? Heel eenvoudig: omdat deze parachutist gewoon trots was op zijn vak en dat graag aan vreemdelingen wilde overdragen.

Het bleek het volgende onderdeel op het programma van Jeltsin, waar de buitenlandse pers geweerd had moeten worden: een ontmoeting met soldaten. Een dag jagen op Jeltsin werd aldus succesvol besloten. Maar op de keper beschouwd was het toch niet meer dan de zoveelste variant op Herge: Kuifje in Toela.