'In de zoutmijn kan ik tenminste ademhalen'

WIELICZKA, JUNI. In het sanatorium van Wieliczka moeten de patienten vier keer per week 's morgens opstaan om vervolgens weer naar bed te gaan. Ze verlaten hun slaapzalen, worden met bussen naar een zoutmijn gebracht en dalen met een lift af tot 211 meter onder de grond. Daar heeft een team artsen hun bedden al gespreid. “Ik word soms moe van het slapen”, zegt een astmapatient in Wieliczka, op circa vijftien kilometer van Krakow. “Maar in de zoutmijn kan ik tenminste goed ademhalen.”

Wieliczka ligt in het zuiden van Polen, niet ver van de Nowa Huta, de ijzer- en staalfabriek die de historische monumenten van Krakow onder een flinke laag roet heeft bedekt en die de longen van menig Pools kind heeft verziekt. Eigenlijk bevindt het stadje met 18.000 inwoners zich bij het epicentrum van de luchtvervuiling in Polen. En toch is Wieliczka voor veel Polen synoniem voor schone, gezonde lucht. Het is een kuuroord waar Polen met astma en bronchitis hun heil zoeken, waar zij kunnen ademen en hopen op genezing.

De zegen komt in Wieliczka niet van boven de grond. Het geheim van de kuur zit onder de grond, in de zoutmijn. Met een dikke jas lopen de patienten 's morgens naar de mijnschacht om weer naar bed te gaan.

Het sanatorium Kinga heeft in de zoutmijn enkele slaapzalen ingericht, er is ook een verblijfruimte en zelfs een gymnastiekzaal. Het is er koel, veertien graden, en de vochtigheid bedraagt negentig procent.

“Deze ruimte is vrij van alle stoffen die allergieen opwekken en vrij van alle vervuilende delen die hier uit de schoorstenen komen”, zegt dokter Maria Nawiesniak, de jonge arts die in Wieliczka haar draai heeft gevonden. Zij werkte voordien in een Krakows ziekenhuis, waar de patienten met astma en bronchitis er niet op vooruitgingen. In de zoutmijn wel. “In deze omgeving is voor kinderen zelfs kans op genezing”, zegt ze. “Er is geen enkele kunstmatige ruimte waar deze atmosfeer kan ontstaan.”

De zoutige lucht met veel jodium heelt er al jaren patienten uit heel Polen. In 1964 werden de kamers in de mijn als ruimte voor het sanatorium gebruikt door prof. Mieczyslaw Skulimowski, de grondlegger van de 'zoutmijntherapie'. De kuur duurt 24 dagen, waarbij de patienten in totaal honderd uur in de zoutmijn doorbrengen. Vier keer per week zijn ze van acht uur 's morgens tot 1 uur 's middags in de slaapzaal onder de grond, twee keer per week overnachten ze in de mijn, en twee uur per week hebben ze er gymnastiek.

De meeste patienten komen uit Zuid-Polen, uit de omgeving van Katowice, waar de vervuiling het ergst is. Steeds meer mensen, vooral kinderen, kampen er met moeilijkheden bij het ademhalen. “Het aantal aanvragen voor kinderen is enorm snel gestegen”, zegt Nawiesniak.

“We kunnen gedurende elke kuur van 24 dagen 86 patienten herbergen. We krijgen veel meer aanvragen dan we aan plaatsen hebben.”

Als Nawiesniak haar patienten onder de wol heeft gestopt, kruipt ze zelf ook onder de dekens. In de mijn is het behoorlijk koud, ook voor het personeel. “Deze atmosfeer is uniek”, zegt ze. “Normaal is zoute lucht droog, maar hier is veel vocht omdat enkele gangen verderop nog in de zoutmijn wordt gewerkt.”

Pag. 5:

Niet alles is ideaal in het ondergrondse sanatorium: patienten die er diarree oplopen kunnen niet afdalen. De toiletten zijn erg ver van de slaapzalen verwijderd, en de patienten dreigen te verdwalen in het grote netwerk onderaardse gangen. Wieliczka, dat in 1289 stadsrechten kreeg, is al eeuwen met de zoutindustrie verbonden en er wordt nog altijd zout gewonnen. De gangen zijn 300 kilometer lang, er zijn tweeduizend kamers waaronder een museum en een kerk. Om de patienten bij elkaar te houden hebben de artsen de mijngangen rondom het sanatorium afgesloten met ijzeren hekken.

Het sanatorium van Wieliczka krijgt, zoals veel ziekenhuizen in Polen, te maken met vermindering van de overheidsbijdragen. De bodem van de staatskas is in zicht, gezondheidszorg een van de bezuinigingsposten.

De kuur is voor de Polen gratis, alleen de buitenlandse gasten moeten harde valuta neertellen. “We kunnen ons alleen nog financieel bedruipen als we meer buitenlandse patienten krijgen,” zegt de arts.

Dat is echter prijzig. De bovengrondse gebouwen van het sanatorium zijn niet bijzonder modern, alles is relatief oud en vervallen. De buitenlanders worden daarom in Krakow ondergebracht. Een kuur kost een buitenlandse patient veertig dollar per dag en een redelijk hotel kost hem vijftig tot zestig dollar per nacht. Dat is een forse prijs, zelfs voor de buitenlander die een genezingskuur van 24 dagen wil volgen.

De geldzorgen zetten de artsen uit Wieliczka voor een dilemma. Het zwaar vervuilde zuiden van Polen brengt steeds meer Poolse patienten voort. Maar er dreigt steeds minder plaats voor deze groep te zijn.

Want Wieliczka zoekt noodgedwongen plaatsen voor buitenlandse patienten die de harde dollars meebrengen. De grote boosdoener, de zware industrie, betaalt niet mee aan Wieliczka: zij vervuilt en wast haar handen in onschuld. “We moeten het sanatorium uitbreiden, het moderniseren en meer ondergrondse kamers maken,” zegt Nawiesniak, die hoopt dat ook buitenlandse financiers zich aandienen. “Als we het sanatorium niet uitbreiden moeten we kiezen tussen een arme zloty- en een rijke dollarpatient,” en dat is een keus die niemand wil maken.