Hoera Hilversum (6)

Twee weken geleden heb ik over politici die zich met de omroep bezighouden geschreven: “Noodzakelijke beslissingen over het omroepbeleid konden jaren worden tegengehouden door een handjevol zeloten in de Tweede Kamer”. Ik heb daar spijt van. Het was onverantwoord mild.

Een zeloot is “een blind ijveraar voor religieuze of ethische denkbeelden”, zegt Van Dale. Wel, blind ijveren doen ze, maar of er religieuze dan wel ethische motieven aan ten grondslag liggen is steeds meer de vraag. De term 'denkbeelden' is in ieder geval overdreven. Voor zeloot leze men luchtkoker, hakkelbout, of een andere term naar keuze.

Het is waar gebeurd, in de Tweede Kamer. Nog pas vorige week. Toen zijn een paar amendementen aangenomen die de zogenaamde publieke omroep, waar in mei nog 52 procent van de kijktijd in Nederland aan werd besteed, verder moeten beschermen tegen de invloed van licht en lucht. Het betreffende wetsontwerp over commerciele omroep moet nog naar de Eerste Kamer, maar nu al oogt het als een na jaren in de schuur teruggevonden Perzisch tapijt.

Uren had de minister al met de 'omroepspecialisten' uit de Kamer staan zemelknopen om de wet die een probleem van twee jaar geleden - de komst van TV10 en RTL4 - wil regelen zonder dat de straks naar Luxemburg vloeiende belastinggelden er door terugkomen.

Het ontwerp werd behandeld op het moment dat de Hilversumse 'publieke' omroepen voor het eerst een plan hebben om samen te werken, mits de politiek de reclameregels voor de niet-commerciele omroep maar verruimt. De minister studeert al maanden op een mening, maar dat wil zij niet. “Ik dacht dat ik hier stond om commerciele omroep mogelijk te maken”, sprak zij eind mei vertwijfeld. De Kamerleden vroegen steeds naar haar visie op de redding van de publieke omroep. Die stond alleen niet op de agenda.

Het langverwachte stuk heeft Pasen noch Pinksteren gehaald. Hemelvaart was een ideale datum geweest. Het stuk spreekt over “aardse netten”, maar is lichter dan ether - het ademt de parmantigheid en radeloosheid van een desintegrerend bestel.

Op 25 april verzekerde minister d'Ancona het Kamerlid Rosenmoller: “U zult nog opkijken als u die notitie onder ogen krijgt!” En even later: “U heeft van mij de toezegging dat de notitie echt binnen enkele weken komt”. Het is nu zes weken later. Het kabinet heeft afgelopen vrijdag aan het concept enige aandacht besteed en was naar verluidt niet onder de indruk.

Het heet dat 'Hilversum' het oor van de politiek heeft verloren. Maar vergis u niet. De laatste afgezanten van het Gooi breien in Den Haag nijver door aan het spinrag van regels dat weldra het omroepkwartier zal omspannen. Zonder dat iemand het in de gaten heeft. De afgelopen dagen is me gebleken dat zelfs de minister niet precies wist wat er met het wetsontwerp commerciele omroep was gebeurd.

Maar ook de Kamerleden Beinema (CDA) en Van Nieuwenhoven (PvdA), die diverse wijzigingen in de wet aanbrachten, hebben zich geen heldere of gelijkluidende voorstelling gemaakt van hun gemeenschappelijke wetgevende arbeid. De rest van de fracties laat zich blindelings meezuigen in de windtunnel die omroeppolitiek heet.

Terwijl de minister in haar niet gepubliceerde notitie de omroepverenigingen opport op eigen kracht de commerciele uitdaging het hoofd te bieden, sleutelden de Humpty Dumpty en de Malle Hoedemaakster van de regeringspartijen een paar bepalingen in de wet die het verleden verder omhelzen.

In hoofdpijn verwekkend Nederlands staat er nu bijvoorbeeld dat de NOS een voorkeursrecht heeft op het uitzenden van nationale en internationale evenementen. De commerciele omroep, waar het wetsontwerp de weg voor heet vrij te maken, mag geen top-evenementen uitzenden als de NOS het niet goed vindt.

De indieners van het door een brede Kamermeerderheid aangenomen amendement blijken het niet eens te zijn over de vraag welke evenementen precies onder de regeling vallen. Zonder twijfel Prinsjesdag, belangrijke Kamerdebatten, staatsbezoeken, de Elfstedentocht, waarschijnlijk bekervoetbal en andere grote sportfestijnen. Maar Roda-FC Zwolle ook? En een Kamerdebat over omroepbeleid? Niemand weet het.

De smoes voor deze bevoordeling van de publieke omroep is dat iedereen moet kunnen meegenieten van nationale hoogtijdagen. De commerciele omroep wordt dus eerst naar de kabel gepest (die langzamerhand zo'n 90 procent van de Nederlanders bereikt) en vervolgens krijgt zij het verwijt dat zij niet overal te zien is.

De Hilversumse boedel is volgens McKinsey over twee jaar failliet tenzij de mentaliteit drastisch verandert, commerciele omroep is allang een feit, maar de kans om via wetgeving een nieuwe bron van verwarring en vertraging te scheppen is niet gemist. Er zal ongetwijfeld een commissie nodig zijn om vast te stellen wat de nieuwe bepalingen in de Mediawet betekenen voor tv-verslaggeving van het arresleeen in gebieden met een hoge CDA-dichtheid.

Even historiserend is een CDA-PvdA-amendement dat het oorspronkelijke vleugje vrijheid van informatie-uitwisseling uit het wetsontwerp heeft weggestreept. De minister wilde publieke en commerciele omroep verplichten programma-gegevens onderling uit te wisselen. Dat gaat niet door. Het bestel is gebouwd op de fictie dat abonnees van omroepgidsen ook verknocht zijn aan de bijbehorende omroepen. Het leven van het bijbehorende kartel is voorlopig weer gerekt, al weet iedereen dat alle verhalen over pluriformiteit worden weggeveegd door het Europees recht. Komisch genoeg komt ook dat uit Luxemburg.

De overjarige Pinksternotitie van de minister roept de publieke omroepen op de loyaliteit van hun achterban aan te boren. Vorige week zag zij hoe een meerderheid van de Kamer daar tegenin ging en teruggreep naar lijm, spuug en bluf. Op verzoek van Hilversum, daarover hoeft niet te worden getwijfeld. In naam van de publieke omroep wordt de publieke omroep-gedachte iedere week een beetje verder om zeep geholpen. Met en zonder notitie.