Het Rijk maakt dure tijden door

AMSTERDAM, 5 JUNI. De minister van financien heeft een dure tijd achter de rug. Geplaagd door een gebrek aan inkomsten terwijl de uitgaven gewoon doorgingen, raakte de schatkist meer dan leeg. Ook de steun van De Nederlandsche Bank om het kastekort te dekken, bleek onvoldoende. Het Rijk restte daarom niets anders dan bij de banken aan te kloppen.

Hiermee was naar schatting 2 tot 3 miljard gulden gemoeid.

De prijs die het Rijk voor dit bedrag moest betalen was een marktconforme rente van circa 9 procent. Voor het Rijk is dit een kostbare zaak als wordt bedacht dat bijna tegelijkertijd op de kapitaalmarkt geld werd aangetrokken tegen iets meer dan 8,5 procent.

Tegenover deze gedwongen dure financiering van het kastekort op de geldmarkt staat echter de relatief goedkope financiering door De Nederlandsche Bank. Het Rijk kan trekken op een rekening courant krediet bij De Nederlandsche Bank tot maximaal 150 miljoen gulden tegen nul procent. Bovendien bestaat tussen het Rijk en De Nederlandsche Bank de afspraak dat het Rijk tijdelijk nog eens circa 5 miljard gulden kan lenen.

Op dit zogeheten financieringsarrangement is het wisseldiscnto van toepassing dat momenteel op 7,75 procent ligt.

Het liquiditeitstekort van het Rijk is de afgelopen periode wat minder nijpend geworden. Met de binnenkomende gelden heeft het Rijk de bij de banken opgenomen kredieten weer afgelost. Daarnaast heeft het Rijk, zoals uit de weekstaat is af te lezen, het beroep op het arrangement met circa 1,2 miljard gulden kunnen verminderen. Dit neemt niet weg dat ook nu nog de schatkist zo hol klinkt als een leeg vat.

Ondanks de financiele perikelen van het Rijk is de rente-ontwikkeling op de geldmarkt in de afgelopen periode vrij rustig geweest. De lichte stijging van de tarieven is eerder toe te schrijven aan het buitenland.

De Duitse centrale bank kondigde gisteren namelijk aan de speciale beleningen niet meer tegen een vast rentepercentage van 8,6 procent te verstrekken (zoals in Nederland ook gebeurt) maar tegen en variabele rente. Een dergelijke overgang is gebruikelijk, al heeft de Bundesbank hiermee nu relatief lang (4 maanden na de laatste discontoverhoging) gewacht. Hoewel Helmut Schlesinger, per 1 augustus de nieuwe Bundesbank-president, bezwoer dat deze maatregel niet was bedoeld om de rente op te drijven, ontstond toch direct twijfel over de richting die de Bundesbank met haar beleid wil inslaan. De verwachte ontwikkeling van de inflatie en de economische groei in Duitsland geven echter geen aanleiding te veronderstellen dat de Bundesbank haar officiele tarieven verder zal verhogen.

Een snelle daling ligt echter ook niet in het verschiet. Ook in de tarieven van De Nederlandsche Bank zit weinig beweging. De nieuwe belening van 4,7 miljard gulden, die vanaf vandaag loopt, kent een onveranderd tarief van 8,6 procent.

Tegenover deze belening staat, ook vanaf vandaag, een kasreserve van bijna 6 miljard gulden.

Bron: NMB Postbank Groep