Groeiend aantal ondernemingen in O-Duitsland

BONN, 5 JUNI. De economische opbouwmaatregelen en de voortgaande verbetering van de infrastructuur beginnen in de vroegere DDR vruchten af te werpen. Dat is nog niet te merken aan het onverminderd stijgende aantal werklozen, maar wel aan het snel groeiende aantal nieuwe (kleine) ondernemingen en geprivatiseerde vroegere staatsbedrijven.

Dit was gisteren volgens staatsecretaris Anton Pfeifer (CDU), die in de kanselarij van kanselier Kohl werkt, de conclusie van het zevende topoverleg tussen de Duitse regering en vertegenwoordigers van de Duitse industrie, banken en werknemers- en werkgeversorganisaties. Wat de coalitie-Kohl om politieke redenen het best zou kunnen gebruiken, namelijk een verbetering van de dramatische toestand op de Oostduitse arbeidsmarkt, is echter voorlopig nog niet te verwachten.

Want mede wegens aanstaande grote ontslaggolven per 30 juni en 30 september aanstaande, wanneer de in het Duitse eenwordingsverdrag overeengekomen ontslagbeschermings-termijnen voor gewezen staatsbedrijven vervallen, zou het aantal werklozen in de vroegere DDR eind dit jaar tot boven twee miljoen (nu circa een miljoen) kunnen stijgen. Volgens mevrouw Birgit Breuel, chef van het Treuhand-instituut, belast met de sanering van de staatsbedrijven, wordt daarmee de vroeger in de DDR verstopte werkloosheid blootgelegd en is aan de ontwikkeling op de Oostduitse arbeidsmarkt in dat opzicht niet echt veel te doen.

Pfeifer wees erop dat langzamerhand het aantal nieuwe banen in de vroegere DDR sterker begint te stijgen. Al blijkt dat niet uit (gesaldeerde) statistieken, sinds september 1990 zijn er omstreeks twee miljoen nieuwe banen ontstaan, zei hij. Hij wilde echter geen prognoses doen over het te verwachten preciese aantal werklozen. De Duitse regering is van plan om via uitbreiding van om- en bijscholingsprogramma's (tot 550.000) en opleidingsplaatsen voor jongeren (vraag nu 64.000, aanbod 20.000) zoveel mogelijk doen om de kwalijke praktische en sociaal-psychologische gevolgen van de werkloosheid (zoals het losbrekende rechtsradikalisme onder de Oostduitse jeugd) tegen te gaan.

Volgens de staatssecretaris zal het Treuhand-instituut in de komende tijd maandelijks circa 300 vroegere Oostduitse staatsbedrijven, die al dan niet onderdeel waren van de gewezen grote Kombinate in de DDR, verkopen. Totnutoe zijn (eind mei) circa 1.900 van dergelijke bedrijven verkocht, wat een opbrengst van 60 miljard mark aan particuliere investeringen opleverde. Wijzigingen in het juridische eigendomsregime (teruggaaf van vroegere eigendom van onroerend goed gaat alleen voor schadeloosstelling als daardoor geen schade ontstaat aan investerings- of werkgelegenheidsbelangen), zullen voor een versnelde toeloop van Westduitse en andere investeerders zorgen, is de verwachting.

Daaraan zullen volgens Pfeifer ook snelle infrastructurele verbeteringen bijdragen. Per eind 1991 zullen er in Oost-Duitsland 500.000 nieuwe (moderne) telefoonaansluitingen bijgekomen zijn. Voor het Duits-Duitse telefoonverkeer zijn dan 30.000 verbindingen beschikbaar (1990: 1.300). Bovendien is er nu bestuurlijke overeenstemming over de “bekorting” van beroepsprocedures tegen de aanleg van wegen, waardoor de een programma van 50 miljard voor de uitbouw en verbetering van het Oostduitse spoor- en wegennet versneld kan worden uitgevoerd, zo gaf Pfeifer de conclusies van het beraad in Kohls kanselarij weer. “Het gemeenschappelijk project 'Opbouw Oost'

begint te lukken, de opbloei begint vaart te krijgen'', zei hij.