Familielid schenkt kandelaar aan gemeente

ALPHEN A-D RIJN, 5 JUNI. De Remonstrantse gemeente in Alphen aan den Rijn blijft voorlopig eigenaar van de acht-armige kandelaar die in 1980 is gevonden onder de vloer van de voormalige synagoge in die plaats. Wanneer de gemeente ophoudt te bestaan moet de kandelaar worden overgedragen aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Volgens een verklaring van de Remonstrantse gemeente heeft een familielid van het joodse echtpaar dat de kandelaar in 1941 onder de vloer heeft verborgen, dit bepaald. De schenkingsakte is gedeponeerd bij de Woerdense notaris mr. G. Warning. Die wil om redenen van privacy geen commentaar geven. Het familielid, volgens de verklaring de enige erfgenaam van het echtpaar van wie de kandelaar was, wenst anoniem te blijven.

Reeds geruime tijd ijvert een comite onder aanvoering van de Amsterdamse rabbijn L. van de Kamp voor teruggave van joodse bezittingen die tijdens de oorlog uit vrees voor in beslagneming door de bezetter werden verborgen. Volgens Van de Kamp is hij in 1989 benaderd door een inwoonster van Jeruzalem die hem attent maakte op het feit dat zich in het gebouw waar de Remonstranten kerken, de voormalige synagoge, een kandelaar bevond. De vrouw, afkomstig uit Alphen aan den Rijn, vroeg zich af of de kandelaar zou kunnen worden overgebracht naar Jeruzalem ter nagedachtenis aan de omgekomen joden uit haar vroegere woonplaats.

Toen de kandelaar in 1980 tijdens restauratiewerkzaamheden werd gevonden stelde de voorzitter van de kerkeraad, J. Kelderman, de toenmalige voorzitter van de Joodse gemeenschap in Leiden daarvan in kennis. “Deze gaf mondeling toestemming de kandelaar op te stellen.

Wij kunnen dat na zijn overlijden niet aantonen, maar aangezien deze toestemming op waarheid berust beroepen wij ons zonder enige aarzeling hierop,'' aldus de gisteren uitgegeven verklaring.

In de verklaring wordt ontkend dat de vrouw op wie Van de Kamp zich beroept zou hebben aangedrongen op teruggaaf van de kandelaar. “Wij beschikken over een brief van haar waarin zij verklaart hierover geen contact met de rabbijn te hebben gehad”, zegt de gemeente die eraan toevoegt dat de vrouw intussen van mening is veranderd inzake teruggave.

Ook wijst de gemeente het argument van Van de Kamp dat de kandelaar niet thuis hoort in een kerk maar in een synagoge als “een misverstand” van de hand.

Desgevraagd zegt Van de Kamp zich niet te willen laten verleiden tot een welles-nietes spelletje. Hij beraadt zich nog op te nemen stappen.