Een reactie op verzoek om opvang voor zwakzinnige

AMSTERDAM, 5 JUNI. De gisteren per advertentie geuite noodkreet van de Amsterdamse kinderrechter en de William Schrikker Stichting voor een tehuis voor een gedragsgestoorde zwakzinnige, heeft tot vanmorgen een voorzichtige reactie opgeleverd. Dit heeft mevrouw M. Winkel, directeur van de stichting, gezegd. Een inrichting in Limburg heeft zich bereid verklaard te onderzoeken of daar op korte termijn een passende plaats voor de zwakzinnige jongen met gedragsstoornissen kan worden gecreeerd.

Intensief overleg tussen ambtenaren van justitie en WVC en pogingen van ambtenaren van WVC te bemiddelen door de inrichting die de jongen wil opnemen extra geld te geven, vooruitlopend op een toekomstige uitbreiding van de capaciteit, zijn tot nog toe tevergeefs geweest. De directeur van de Limburgse instelling heeft zich zelf bij de William Schrikker Stichting gemeld.

Morgen loopt het ultimatum af dat de beheerder van het kort-verblijftehuis waar de jongen al tweeTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eneenhalf jaar zit heeft gesteld. Om tien uur moet hij worden afgehaald. Als er geen inrichting bereid is gevonden hem op te nemen, rest niets anders dan hem op een zogeheten noodbed te plaatsen.

Op een noodbed mag iemand maximaal zes weken blijven, daarna moet hij naar een ander noodbed. In het hulpverlenersjargon noemt men dit wel 'carousselopvang'.