Duitse afwijzing Hongarije

BONN, 5 JUNI. Hongarije mag niet rekenen op een aparte bilaterale relatie met Duitsland of op een voorkeurspositie in vergelijking met Tsjechoslowakije en Polen als het gaat om zijn wens lid van de Europese Gemeenschap te worden. Dit heeft de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, gisteren in Boedapest gezegd.

Genscher maakte duidelijk dat het bilaterale vriendschapsverdrag waar Bonn en Boedapest naar streven geen principieel andere status zal krijgen dan de verdragen met de Sovjet-Unie, Polen en Tsjechoslowakije. Het verdrag tussen de de Sovjet-Unie en het verenigde Duitsland is vorig jaar september getekend en inmiddels parlementair geratificeerd. Een Pools-Duits verdrag, dat onder druk van Duitse organisaties van verdrevenen en de Beierse CSU nader vergezeld zal gaan van een briefwisseling over rechten van wederzijdse minderheden, wordt op 17 juni getekend. De onderhandelingen tussen Bonn en Praag zijn juist begonnen; de CSU heeft al aangekondigd dat zij ook van dit verdrag vergaande waarborgen voor de rechten van (Duitse) minderheden verlangt.

De Bondsrepubliek zal zich inspannen voor de associering en - uiteindelijk - het lidmaatschap van de EG van Hongarije en andere staten in Oost-Europa die hun politieke en economische stelsels hervormen, zei Genscher. Maar hij liet, tot verdriet van de Hongaarse president Goncz en minister-president Antall, dat deel van zijn tekst onuitgesproken waarin het heette dat Duitsland Hongarije “onvoorwaardelijke steun” zou geven bij zijn aanvraag van het EG-lidmaatschap.

De positiebepaling van Genscher houdt verband met groeiende vrees in Bonn dat de Bondsrepubliek in Oost-Europa wel eens te veel zou kunnen worden gezien als exclusieve hulp en betaalmeester. Dat zou Duitsland in financieel opzicht te zwaar kunnen belasten. Zo'n speciale Duitse rol in Europa zou bovendien om politieke redenen ongewenst zijn. In overeenstemming daarmee waren Genschers pleidooien in Boedapest voor een gesamteuropaischer Wirtschaftsraum en een overeenkomstige gemeenschappelijke Europese opzet voor milieubeleid, verkeer, communicatie en energieverbruik.