De Laatste Eend en de bureaucratie

De Laatste Eend, door onze krant gekocht in Portugal, naar Nederland gereden en tot slot van de reportage-serie te koop aangeboden, staat eindelijk bij zijn nieuwe eigenaar, Maja de Lange. Gemakkelijk was dat niet.

Het autootje moest worden ingeklaard, maar de vereiste papieren bleken in Portugal te liggen. Na een drie maanden durende worsteling met de afdeling Wagenparkbeheer van de Dagbladunie, Citroen Nederland en de Portugese autoriteiten werden de documenten uiteindelijk opgestuurd.

De auto moest vervolgens worden gekeurd door de Rijksdienst voor het Wegverkeer. “Stuurt u de documenten maar op dan krijgt u van ons een oproep”, zegt de telefoniste van de Rijksdienst. Twee weken later is het zover.

Na al die maanden op de parkeerplaats in Alexanderpolder te hebben gestaan, blijkt het starten problemen te geven, maar uiteindelijk komt de motor toch op gang. In de Spaansepolder bij Schiedam doemt een groot gebouw met vijf oprijlanen voor het eendje op. We zijn de eersten die ochtend, dus rijden we oprijlaan nummer 1 op en stoppen voor de gesloten garagedeur.

“Mevrouw: wilt u zich eerst melden bij de praatpaal,” schalt het uit de luidsprekers. Voorzichtig achteruit en terug naar de ingang dus, waar we ons bij de praatpaal melden. “Gaat u maar naar oprijlaan nummer 1.” Als we weer voor de garagedeur staan, wil die niet open.

Uitgestapt en naar het loket. “U moet eerst (f) 92,50 betalen, dan kunt u de auto naar binnen rijden.”

Eindelijk mag de Eend naar binnen, we manoevreren hem over een gapend gat tussen de rails. “Wat hebben we hier, nou die maakt het niet lang, hij is niet eens getectyleerd”, bromt een monteur. “Koplampen zijn niet goed mevrouwtje, ze staan veel te ver omhoog.”

Onder de motorkap is alles gelukkig in orde. “Ik kan hem helaas niet goedkeuren, u moet de koplampen laten bijstellen.”

“Kunt u dat hier niet even doen?” “Nee, u moet naar een Citroen-dealer. En als dat vandaag niet meer lukt, dan moet u een nieuwe afspraak maken voor een herkeuring.”

“Mag ik hiervandaan dan even bellen?” “Jawel, maar zet wel eerst die auto even buiten.”

We gaan op zoek naar een Citroen-dealer in de buurt. De monteur begrijpt het probleem meteen. Alleen zit het programma voor vandaag helaas al helemaal vol. “Maar dit kan toch wel even tussendoor?” Hij loopt naar een andere monteur en die beslist: “Okee, voor die dame dan.” Er wordt een apparaat voor de Eend gereden, en na wat buigen en schroeven zijn de lampen in luttele minuten bijgesteld.

Eenmaal terug bij de Rijksdienst willen we doorrijden, maar dat is te simpel gedacht. De monteur: “Bent u er nu alweer! U moet wel achteraan aansluiten, ik heb maar twee handen.” We gaan naar buiten en volgen gedwee de orders van de monteur. Uiteindelijk krijgt de Eend zijn goedkeuring.

“Mag ik dan nu mijn documenten terug met de stempels?” “Nou, mevrouwtje, ik ga nu even koffiedrinken en de feestdagen staan voor de deur, dus over een week of drie krijgt u als het goed gaat alles toegestuurd”!

Maar nu staat De Laatste Eend dan toch te glimmen in de garage van mevrouw De Lange. Ze is er blij mee. Op de weg wordt ze af en toe aangehouden door de politie. “Die zijn, denk ik, verbaasd over zijn ronde, on-nederlandse koplampen en zijn fonkelende kleur. Ze zijn gewoon nieuwsgierig waar hij vandaan komt en vragen daarom naar mijn papieren.”

In bureaucratisch Nederland is een leuke auto geen bezit dat gemak brengt.