De kracht in de armen zegeviert over de benen

PARIJS, 5 JUNI. Al sinds de prille beginjaren fungeert het toernooi van Roland Garros als een soort 'kerkhof' voor het Amerikaanse tennis. Tony Trabert was in 1955 de laatste Amerikaanse amateur die in Parijs won, daarvoor gingen slechts vier landgenoten hem voor. Maar in het tijdperk van de computer-ranking, het ontstaan van het proftennis en de alsmaar groter wordende geldstroom, slaagden zelfs legendarische Amerikaanse spelers als McEnroe en Connors er op het toppunt van hun tennis-kunnen nooit in op het Parijse gravel te winnen.

Die eer viel in 1989 te beurt aan Michael Chang, met 17 jaar de op een na jongste Amerikaanse Davis-Cupspeler, de jongste speler die ooit in de top vijf van de wereldranglijst stond, terwijl zijn leeftijd toen hij Parijs won ook al een record was. Chang is in de Verenigde Staten geboren, zijn ouders kwamen uit Taiwan, studeerden in de VS beiden af als chemisch ingenieur en gaven hun zoon een Amerikaanse opvoeding, waarin de Chinese traditie gekoesterd werd door de familie centraal te stellen. Ook nu nog fungeert Joe Chang, als zijn werk dat toelaat, als coach van zijn zoon en gaat Betty Chang mee op toernee, kookt eten en doet de was.

Chang groeide op als Amerikaanse tennisser op hard-court, maar gezien zijn geringe lengte (1.73 meter) en middelmatige service, zijn toernooien als Melbourne (nooit geweest), Wimbledon en Flushing Meadow nauwelijks geschikt voor hem. Chang is door zijn beweeglijkheid in staat om achter iedere bal aan te jagen. In 1989 speelde hij in Parijs tegen Lendl een wedstrijd waar de wereld nog steeds niet over is uitgepraat. Kramp simulerend bracht hij Ivan Lendl tot wanhoop door onderhands te serveren, waarna hij de Tsjechoslowaak psychisch nog verder 'sloopte' door op match-point provocerend in zijn eigen servicevak te gaan staan, waardoor Lendl totaal overdonderd zijn opslag via het net uit sloeg.

Chang maakte zich in 1989 onsterfelijk in Parijs, maar daarna is zijn loopbaan (die inclusief Parijs maar vier titels omvat) ernstig gestagneerd. Ook gisteren in de kwartfinales op Roland Garros analyseerde Boris Becker wat dat betreft nuchter het verschil tussen een constante kampioen als hijzelf en een incidenten-tennisser als Chang door te constateren: “Het ging er deze wedstrijd om de kracht in mijn armen te laten zegevieren over de kracht in zijn benen.”

Becker kreeg Chang er met 6-4, 6-4, 6-2, in iets meer dan twee uur betrekkelijk simpel onder en begint zelfs in het door hem aanvankelijk zo gevreesde gravel, waarop hij alleen in Gstaad in 1986 een officieel toernooi heeft gewonnen, duidelijk in zijn kansen te geloven. Chang: “Wanneer je Edberg of Becker in een Grand-Slamtoernooi wilt uitschakelen dan ligt je beste kans als speler in het begin van het toernooi. Naarmate het toernooi en de wedstrijden vorderen trekken zulke spelers zich op aan de sfeer en de gebeurtenissen en zijn zij nog maar heel moeilijk te kloppen.”

Won Chang in 1989 als eerste Amerikaan Parijs, Andre Agassi was er vorig jaar dichtbij, maar gleed in de finale uit over een bananeschil in de persoon van Andres Gomez, de grootste outsider in de moderne Grand-Slamhistorie, die in de nadagen van zijn loopbaan het succes van zijn leven boekte.

Agassi, met zijn Rod Stewart-look, de glamour boy van het Amerikaanse tennis, om wie een industrie is gebouwd waarop men in de showbusiness jaloers zou zijn, heeft er lering uit getrokken. Hij heeft gewichttraining gedaan, is enkele kilo's zwaarder geworden, maar Becker brengt de zaak terug tot normale proporties als hij uitlegt: “Het zit allemaal in zijn hoofd en niet in zijn gewicht volgens mij.

Andre slaat de ballen nog net zo hard als twee jaar geleden.'' Agassi's zwager, Pancho Gonzalez, was in zijn grote jaren een vermaard gravelspeler, de vader van Agassi is een voormalig profbokser die nog is uitgekomen voor Iran op de Olympische Spelen. Met coach Nick Bollettieri hebben zij Agassi duidelijk gemaakt dat hij alles kan winnen als het in zijn hoofd maar goed zit.

Maar bijzaken lijken in het tennisleven van Agassi een belangrijker rol te spelen dan het spel zelf. Gisteren stond hij tegen de Zwitser Hlasek, die met 6-3, 6-1, 6-1 met een uiterst deprimerende nederlaag tegen Agassi werd geconfronteerd, op de baan met een modieus blauw demi-spijkerbroekje, daaronder een triathlon maillot en een shirt met een paarse rug.

Agassi is goed voorbereid aan het toernooi in Parijs begonnen. Agassi: “Meestal kom ik op een toernooi een dag tevoren. Maar gezien de speciale atmosfeer rond de grote toernooien kan het geen kwaad drie, vier dagen te acclimatiseren.” Van Becker heeft hij sinds 1989 niet meer verloren. De drie wedstrijden op snelle banen die beide coryfeeen vorig jaar uitvochten werden allemaal door Agassi gewonnen. Tegen die achtergrond wekt het weinig verbazing dat de halve finale vrijdag tussen beide spelers niet alleen als een soort tennis-thriller in Parijs wordt beschouwd, maar ook als sleutelduel wordt gezien voor een eventuele toernooizege.