Alleen de realiteit is soms nog veel absurder dan satire van Zaloom

Voorstelling: My civilization, solo door Paul Zaloom. New York Time-Holland Festival. Gezien: 4-6 in De Meervaart, Amsterdam. Herhaling aldaar: 7-6.

Hier is, lijkt het, weinig aan te beleven: een onopvallende man loopt het toneel op en neemt op een stoeltje plaats bij de overhead-projector - alsof dit een seminar is en de spreker ons iets ingewikkelds gaat uitleggen. Maar dan zet de Amerikaanse satiricus Paul Zaloom een teiltje op de glasplaat en giet daar divers gekleurde vloeistoffen en ondefinieerbare propjes in. Intussen begint hij te vertellen over het ontstaan van de aarde en op het doek, achter hem, ziet al dat gefrobel eruit als de oersoep waaruit alle menselijk leven voortkwam. Dit is, zegt hij, My civilization.

Al snel gaat het verhaal over in zijn eigen, half gefantaseerde biografie en maakt hij met diezelfde sobere middelen grappen over zijn generatie. Een beetje schudden met een foto en een velletje cellofaan - en hup, daar is de acid trip die hij tijdens het Woodstock-festival doormaakte. Een papieren wolkje op de glasplaat met een vork erbij - en jawel, daar is de bliksemschicht. Het is kinderlijk leuk, een half uur lang.

Na een kort changement is Zaloom terug, nu als iemand die op de jaarlijkse conventie van de voedselindustrie een lezing met lichtbeelden houdt. Op de dia's staan foto's, advertenties en citaten uit vakbladen als Food Processing Magazine en hij hoeft ze alleen maar voor te lezen om er een cabaretnummer van te maken.

Zoals eertijds Sieto Hoving aantoonde hoe bespottelijk het wetboek kan zijn door er eenvoudig uit te citeren, zo toont Zaloom aan hoe weinig die bedrijfstak nog te maken heeft met wat de buitenstaander ervaart als voedsel. Hij vertoont een jus die netjes aan de knakworst blijft kleven, conserveringsmiddelen die in de fabriek kunnen ontploffen, nep-biefstukken, chemische ijsjes en in kant-en-klaar-taarten verwerkt runderbloed dat op de verpakking slechts wordt aangeduid als 'smaakstof'. De enige zwakte van het nummer is dat de satire het moet afleggen tegen de absurde realiteit. De spreker heeft geen gruwelijke pointe in petto, hij bedankt ons voor de aandacht en gaat de pauze in.

Het laatste deel van zijn optreden bestaat uit korte sketches over de Amerikaanse actualiteit, die Paul Zaloom opvoert met tafels vol keukengerei en speelgoedjes van de rommelzolder. Dan Quayle wordt gespeeld door een zuigfles, de CIA door een zonnebril, een rechtbank-jury door een doos eieren. Erg scherp is het allemaal niet wat hij doet, erg diep gaat het evenmin. Maar die simpele middelen en die inventiviteit op de vierkante centimeter maken de voorstelling hoogst bezienswaardig. Zaloom moest nog maar eens terug komen en een langere tournee maken.