Algiers in wolken van traangas bij treffen met fundamentalisten

ALGIERS, 5 JUNI. Bij zonsopgang waren vanochtend in Algiers ten slotte het droge geluid van automatische wapens en het gesis van traangasgranaten die in het midden van de nacht nog te horen waren, verstorven. De groepen activisten van het Front van Islamitische Redding (FIS) die met oproerpolitie slaags waren gebleven, waren in het niets verdwenen bij de komst van de militairen.

Legertanks staan op nu strategische kruispunten in de Algerijnse hoofdstad en voor officiele gebouwen: het parlementsgebouw, het radio- en televisiegebouw, het presidentieel paleis en de belangrijkste ministeries. Militairen staan op wacht, alleen of samen met politiemannen.

Voor de militairen arriveerden daagden groepen moslim-activisten, zeer mobiel, voortdurend de politie uit die vermoeid was na verscheidene doorwaakte nachten van actie tegen de fundamentalisten, wier protestbeweging tegen de kieswet 12 dagen geleden begon. De fundamentalisten maakten daarbij volgens welingelichte bronnen gebruik van sabels, ijzeren staven en benzinebommen. Voorts staken zij auto's in brand en proberden zij brand te stichten in politiebureaus, het ministerie van funancien en het paleis van justitie. “We eisen onmiddellijk een islamitische staat, we hebben geen verkiezingen nodig”, scandeerden duizenden radicale betogers.

Het FIS kondigde 12 dagen geleden een algemene staking af, uit protest tegen de kieswet voor de verkiezingen van 27 juni, die Algerijes eerste vrije parlementsverkiezingen zouden worden maar nu zijn opgeschort. Volgens het FIS - en andere partijen - bevoordeelt die kieswet het regerende FLN, Nationaal Bevrijdingsfront. De stakingsoproep vond aanvankelijk nauwelijks gehoor: de industrieen werkten normaal door en alleen gemeentepersoneel in plaatsen waar het FIS vorig jaar bij de lokale verkiezingen de meerderheid had gekregen, bleef thuis.

Steeds meer echter gingen activisten van het FIS de straat op om naleving van hun stakingsoproep af te dwingen. Ze hielden werkwilligen tegen bij de fabriekspoorten, verstoorden examens en dwongen winkeliers hun zaken te sluiten. Bovendien marcheerden groepen betogers door stadscentra, de koran in de hand en liefst op het spitsuur, waardoor chaotische situaties ontstonden. In de loop der dagen schoven de doelstellingen op: niet alleen wijziging van de kieswet en vervroeging van de presidentsverkiezingen, maar ook de val van het regime en de uitroeping van de islamitische wet werden geeist: “We worden niet moe, we gaan door tot (president) Chadli gaat!'

Zondag waarschuwde president Chadli Benjedid dat zijn regering hard zou optreden tegen ordeverstoringen. Hij beschuldigde de fundamentalisten ervan dat zij de komende verkiezingen willen verstoren.

Maandagavond, na een dag waarop de FIS-activisten weer bijzonder actief waren geweest, besloot minister van binnenlandse zaken Mohamed Salah Mohamedi dat het nu voldoende was geweest. Oproerpolitie kreeg opdracht ongeoorloofde samenscholingen op de openbare weg onmiddellijk te verspreiden, waardoor de demonstranten geen kans meer zouden krijgen hun marsen te houden.

Het Plein van de Martelaren en het Plein van de 1ste Mei in Algiers, beide bolwerken van de fundamentalisten, werden gisteren bij zonsopgang schoongeveegd, maar de aanhangers van het FIS probeerden zich keer op keer te hergroeperen, nu eens op het Plein van de Martelaren, dan weer op het Plein van de 1ste Mei. Dat leidde tot herhaalde gewelddadige incidenten, waarbij volgens het FIS vijf tot zes doden vielen: de fundamentalisten koesterden hun eerste martelaren. Aan regeringszijde werd een politieman doodgestenigd.

Algiers was intussen bedekt door wolken van traangas. Honderden mensen moesten in ziekenhuizen worden behandeld. Onder die omstandigheden gaven veel demonstranten het op. Maar kleine groepen jonge fundamentalisten, gewapend met bijlen, bleven proberen barricades op te werpen in het centrum van Algiers en hun bolwerken in de wijk Bab el-Oued. Tot de tanks Algiers binnenrolden. (AFP, AP, UPI, Reuter)