Advocaat wil incestzaak terug naar hof

DEN HAAG, 5 JUNI. De Utrechtse advocaat mr. P. Bovens zal de Hoge Raad vragen om de zogeheten Maurikse incestzaak voor een geheel nieuwe feitelijke behandeling terug te verwijzen naar het gerechtshof.

Bovens zegt dit nu de Hoge Raad gisteren het cassatieberoep dat drie verdachten die wegens incest tot straffen van 3, 4 en 5 jaar waren veroordeeld, heeft verworpen. De verdachten, twee broers van de nu 25-jarige Marianne, en een buurman, werden in december 1989 door het hof in Arnhem veroordeeld wegens jarenlang seksueel misbruik.

Door advocaten was cassatie ingesteld omdat met name bij het horen van het slachtoffer en getuigen fouten zouden zijn gemaakt. De Hoge Raad, die het arrest alleen op technische fouten bekijkt, verwerpt alle argumenten van de verdediging.

Bovens wil nu via een zogeheten revisie-verzoek een geheel nieuwe behandeling van de strafzaak. Hij zegt dat Marianne hem schriftelijk en mondeling heeft laten weten de beschuldigingen in te trekken. Zij zou volgens Bovens onder druk van hulpverleners belastende verklaringen hebben afgelegd. Dit “nieuwe feit” zou een nieuwe behandeling rechtvaardigen, aldus Bovens. Het slachtoffer zelf ontkent overigens het intrekken van de beschuldigingen.

Bovens zal de koningin gratie voor de verdachten vragen om te voorkomen dat ze nu hun straf moeten gaan uitzitten. De opgelegde gevangenisstraf is door de uitspraak van de Hoge Raad onherroepelijk geworden.