Addis Abeba trilt op zijn grondvesten

ADDIS ABEBA, 5 JUNI. “Dit is het einde”, roept een man. Over de afgebrande vlakte waar enkele uren geleden nog honderden eenvoudige golfplaten woninkjes stonden, sjokt hij met een geblakerde doos. Hulpverleners van het Ethiopische Rode Kruis en strijders van het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksfront EPRDF zoeken onder de puinhopen naar lijken. Bij de explosie gisterochtend in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba zijn volgens de laatste gegevens ruim honderd doden gevallen. Het aantal zal vrijwel zeker nog stijgen, vermoedelijk liggen er meer slachtoffers onder het puin. Een jongen draagt onder zijn arm een foto waarop hem zijn diploma wordt uitgereikt. Meer kon hij niet redden uit zijn woning. Een teenager pakt een niet-ontplofte granaat op. Het asfalt van een nabijgelegen weg zit vol diepe gaten en is bezaaid met honderden kogelhulzen. Een vrouw wast het bebloede kledingstuk van haar echtgenoot. Twaalf uur na de ontploffing stijgen er nog steeds rookwolken op.

Ten minste een vierkante kilometer van de wijk Gottera is volledig verbrand. Ontploffende bommen en granaten raakten in een omtrek van drie kilometer woningen en winkels en bliezen een warenhuis aan flarden. In een cirkel van twintig kilometer sneuvelden ruiten. Addis Abeba stond dinsdagmorgen letterlijk op zijn grondvesten te trillen.

Uit het relaas van verscheidene ooggetuigen kan de volgende reconstructie worden samengesteld: Om 3.30 uur in de ochtend schoten onbekende mannen een mortiergranaat af op een militair voertuig van het EPRDF bij de munitieopslagplaats. Er brak een vuurgevecht uit met de strijders van het EPRDF en de auto vatte vlam. Zo kwam vermoedelijk een kettingreactie op gang van explosies waarbij de wapenopslagplaats en vervolgens een nabijgelegen oliedepot met denderende knallen en grote vuurballen de lucht invlogen. EPRDF-soldaten die het wapendepot bewaakten en omwonenden moeten levend zijn verbrand.

Vrijwel direct na de eerste branden probeerden EPRDF-soldaten burgers te redden uit de vuurmassa in de woonwijk. Daarbij kwamen enkelen van hen om het leven. Na enige uren begonnen inwoners op twee kilometer van de explosie te plunderen. EPRDF-strijders schoten op de plunderaars en doodden ten minste twee van hen.

Vijf uur na de ontploffing hebben de dokters in de ziekenhuizen tientallen gewonden nog niet kunnen behandelen. Zij liggen kreunend in de wandelgangen. Een Russische arts in het Balchi ziekenhuis vertelt: “We hebben hier 250 bedden en in de laatste dagen groeide het aantal patienten aan tot ruim duizend. We beschikken over onvoldoende antibiotica, pijnstillers en verband.” Inmiddels zijn twee vliegtuigen met medicijnen gearriveerd uit Djibouti. Enkele donorlanden hebben hulp toegezegd.

EPRDF-leiders verkondigen op de radio dat sabotage door ex-regeringssoldaten de oorzaak is van de ramp. Bij de machtsovername vorige week waren al drie wapendepots in de lucht gevlogen, als gevolg van de gevechten en plunderingen. Er bevinden zich nog zeker drie wapenopslagplaatsen in Addis Abeba, alle in dichtbevolkte woonwijken.