Sovjet-leger weer in actie in Litouwen

MOSKOU, 4 JUNI. Sovjet-militain hebben gisteravond in de Litouwse hoofdstad Vilnius het parlementsgebouw omsingeld en Litouwse bewakers gearresteerd. In Vilnius werd gevreesd dat de actie de eerste stap was naar de bezetting van het parlement van de republiek, maar vanochtend werd de omsingeling opgeheven.

President Vytautas Landsbergis maakte gisteravond laat het nieuws zelf bekend op de Litouwse televisie. “De situatie is dreigend”, zo zei de president. Hij riep de ioners van Vilnius op naar het parlementsgebouw te komen, “al is het maar om getuige te zijn” van het optreden van de Sovjet-troepen. Volgens Landsbergis hebben de Sovjet-militairen nu de stad, het vliegveld en de stations in handen. Radio-Vilnius verdween kort na de aankondiging van Landsbergis uit de lucht. Volgens het perscentrum van het parlement brachten Sovjet-troepen overal in de stad wegversperringen aan, waarvan drie in de directe omgeving van het parlement. Elke versperring werd bemand met vijftien soldaten, die de papieren van voorbijgangers controleren. Het aantal soldaten in de buurt van het parlement was te klein om het gebouw in te nemen, maar hun aantal werd snel uitgebreid, zo meldde het perscentrum. Ooggetuigen hebben melding gemaakt van een snelle versterking van de troepen op het vliegveld van Vilnius en van militaire verplaatsingen op de weg van het vliegveld naar de stad. Vanochtend schatte een woordvoerder van Landsbergis dat zich zeventig soldaten bij h parlement bevonden; ook de bruggen van de stad waren bezet en het Litouwse ministerie van binnenlandse zaken was omsingeld. In de loop van de ochtend werden de versperringen afgebroken en keerde de rust terug. Enkele uren voordat de Sovjet-troepen in Vilnius in actie kwamen werd in Moskou een rapport van de Sovjet-procureur-generaal vrijgegeven over het bloedbad dat bij het eerste optreden van Sovjet-militairen in Vilnius, in januari van dit jaar, werd aaericht. Bij dat ingrijpen vielen veertien doden. Volgens procureur-generaal Nikolaj Troebin treft de Sovjet-troepen echter geen enkele blaam: de incidenten zouden het resultaat zijn geweest van “de anticonstitutionele acties” van de Litouwse regering. “Gewapende Litouwse activisten” zouden het centrum van Vilnius hebben bezet in een poging de Sovjet-militairen tegen te houden. De soldaten hadden munitie, maar ze zouden niet hebben geschoten en ze hebbenolgens Troebin ook niet met tanks mensen overreden. Er bestaan geen aanwijzingen, aldus Troebin, dat ook maar een van de doden is gevallen als gevolg van het Sovjet-ingrijpen. De conclusies zijn in strijd met verklaringen van ooggetuigen - Litouwers, buitenlandse journalisten en artsen in ziekenhuizen in Vilnius - die in januari meldden dat de veertien doden zijn gevallen toen de Sovjet-soldaten op burgers schoten en met tanks inreden op mensen die de hen wilden tegenhouden. Troebin stelde dat de Sovjet-militairen in januarreageerden op een verzoek van het Litouwse Comite van Nationale Redding, een schimmige organisatie van tegenstanders van het onafhankelijkheidsstreven van de Litouwers. Na januari is van dat comite niets meer vernomen. In Vilnius werd gisteren met verbijstering gereageerd op het rapport van Troebin. Een Litouwse commissie, die eerder een onderzoek heeft ingesteld naar het bloedbad, bestempelde zijn rapport als “zonder grond” en stelde dat Troebinonderzoekers de lichamen van de veertien slachtoffers niet eens hebben gezien. In Washington zei een regeringswoordvoerder dat Troebins conclusies in strijd zijn met “de feiten die ons bekend zijn uit videofilms, foto's en forensisch bewijsmateriaal”. (Reuter, UPI)