Schijn

Waarom kleden boeven en schurken zich vaak zo aan dat iedereen van een afstand al kan zien dat ze niet deugen? Zoals de Zware Jongens zich met een maskertje, gevangenispak en soms een loden kogel aan un voeten door Duckstad bewegen, onbekommerd door vrees voor herkenning. Zouden ze hun zaken niet beter kunnen regelen als ze zich vermomden als kantoorbedienden met een nette betrekking? Het zijn maar figuren uit een kinderverhaal, maar in het echte leven gaat het net zo.

Het grote hotel in Bratislava, de hoofdstad van Slowakije, is nog van voor de omwenteling van anderhalf jaar geleden, maar het pub is veranderd. Een paar westerse zakenlieden en verder het gezelschap dat me aan de Zware Jongens deed denken. Zeg niet dat het uiterlijk kan bedriegen en dat de groep die ik voor hoeren en zwarthandelaars houd evengoed een korfbalteam kan zijn dat de opstelling voor het volgende seizoen bespreekt. Als u zo denkt is dit verhaaltje niet aan u besteed.

In Praag is een mooi cafe waar iedere toerist even schrikt als hij binnenkomt. De vaste klanten gedragen zich rustig, ze hebben opvallende pakken aan en een blik ildoende om te zien: onderwereld. De toerist gaat snel naar buiten naar het terras, waar het publiek gemengder is. Even verder is een wisselkantoortje. Er omheen staan de zwarte wisselaars, die een iets betere koers bieden, maar de toerist is gewaarschuwd, van alle kanten wordt hem verteld dat ze af en toe zullen proberen om hem waardeloze bankbiljetten toe te stoppen of zelfs wc-papier, listig verborgen in de dikke stapels. De wisselaars doents om de argwaan van de toerist weg te nemen, integendeel, uitdagend dossen ze zich juist zo uit dat ze een voorzichtig persoon er toe brengen om een straatje om te gaan. Iemand die zich zou verkleden als een eerzame onderwijzer, door het vorige regime werkloos gemaakt en nu gedwongen tot een kleine bijverdienste waarbij hij tegelijk zijn talenkennis verbetert, zou veel meer verdienen, maar niemand doet dat. Het bewijst dat winstmaximalisatie niet het doel is. Waar het echt om gaat is rondlopen als een brutale crimineel die iedereen de baas is. Een bekrompen econoom zou denken dat de handel het belangrijkst is en de beroepskleding maar een afgeleide uiterlijkheid. Het is omgekeerd. Zo trokken in vroeger tijden officieren ten oorlog, niet in moderne camouflagetenues maar in kleurige pakjes die hen tot een perfecte schietschijf maakten. Het ging er om soldaatje te spelen, niet om het op een effectieve manier te zijn.

U denkt misschien dat ik me heb laten wijsmaken dat dit soort mijmeringen over de relH)tie tussen schijn en wezen verplicht zijn in een reisverhaal, maar het kwam door Bratislava. Het is niet gewoon wat je daar ziet. De hele binnenstad is een grote bouwplaats geworden.

Overal wordt gerestaureerd, geverfd, boompjes geplant. Waar je ook staat, als je de blik laat rondgaan zie je minstens op drie plaatsen gebouwen in de steigers. Alsof er bliksemsnel een decor moet wordepgebouwd en zo is het ook een beetje, want het is natuurlijk de bedoeling dat er toeristen komen. Waar het geld vandaan komt voor deze investeringen is een raadsel, misschien is de hele stad al aan Disneyland verkocht. In economische artikelen lees je dat het land er slecht aan toe is. Het zal zeker waar zijn. Maar een van de eerste dingen die president Havel deed was nieuwe, kleurige uniformen voor zijn paleiswacht laten maken en ondanks de economische nood wordt Bratislava geheel opgeschilderd en gerestaureerd. Meer dan veertig jaar was er eeegiem dat leerde dat het uiterlijk er niet zo toe deed en dat dieper liggende factoren zoals het bezit van de productiemiddelen veel belangrijker waren. Bijna alles was dan ook lelijk. Nu lijkt het alsof van de weeromstuit de omgekeerde gedachte heeft gewonnen. Als de faades maar goed in de verf zitten, dan komt de infrastructuur vanzelf. Ik denk dat deze gedachte van scherp economisch inzicht getuigt. Het was maar een korte excursie naar Bratislava, want eigenlijk was ik in Wenen. Het maar een uur rijden. Visa, gedwongen geldwissel en bagagenspectie zijn afgeschaft. In de Weense kranten worden nu de operavoorstellingen van Praag, Bratislava en Boedapest vermeld. Wenen is onverwacht mooi. De Nederlander is gewend te denken dat achter deze schone schijn dingen verborgen moeten gaan waar hij niet van houdt. Bekrompenheid, hypocrisie. Veel Oostenrijkse schrijvers hebben hem in deze gedachte gesteund. Ik ben tevreden met de schijn van deze stad, die met znetheid en vriendelijkheid en het ontbreken van lawaai bijna een utopische tegenpool van Amsterdam lijkt. Het meisje dat bij het kasteel de ansichtkaarten verkoopt kan alle regerende Habsburgers in chronologische volgorde opnoemen en ze heeft interessante wetenswaardigheden beschikbaar. De dochters van de Habsburgse vorsten werden natuurlijk religieus opgevoed, maar zonder al te grote leerstelligheid. Ze moesten later in staat zijn om met alle prinsen te trou. Katholieke prinsen, Calvinistische prinsen, athestische prinsen zelfs als die zouden bestaan en Turkse prinsen als het nodig zou zijn. Diep gekoesterde overtuigingen zouden daarbij alleen maar hinderlijk zijn. Heel verstandig van de ouders, al kan ik me voorstellen dat iemand het hypocriet zou willen noemen. Het moet wel een heel erge barbaar zijn die hier in een kerk kan komen zonder even de verleiding te voelen Katholiek te worden. Ik zit achter in de Michaelskerk op de grond en vode mis. Gelovigen komen binnen, slaan een kruis en doen andere dingen die ik niet begrijp. Ik vraag me af of er in hun hoofd gevoelens en gedachten zijn die erg verschillen van de mijne. Ik denk van niet. Er is weinig nodig voor een bekering, in deze kerk, in dit Mozartjaar. Een paar handelingen die eenvoudig aan te leren zouden zijn. Zou het wat uitmaken dat ik nooit in God geloofd heb en me ook helemaal niet kan voorstellen wat dat zou kunnen betekenen? Natuurlijk niet. Het zijn de uiterlijkheden waar het om gaat. Knin, bidden, een kaarsje branden, de juiste woorden. De rest zou vanzelf komen. Alleen een barbaarse moerasbewoner kan denken dat er nog iets anders is dat belangrijker is, een diepe overtuiging. Maar als een micro-chirurg hem in zijn slaap zou overvallen en zijn heilige overtuiging operatief weg zou nemen, dan zou hij het na het wakker worden niet merken.