Reusachtige staatsschuld

Net zoals de andere industrielanden in Europa heeft Belgie te maken met een algemene vertraging van de economie. Vorig jaar groeide de eomie met 4,5 procent. Voor dit jaar wordt nauwelijks 2 procent verwacht. Het Golfconflict leidde tot een vertrouwenscrisis, waardoor zowel burgers als ondernemers een afwachtende houding aannamen. Het snelle einde van de oorlog zorgde echter voor een psychologische ommekeer.

De Belgische economie herstelt zich nu geleidelijk van de klappen van de Golfoorlog. De 'synthetische' bruto-indicator die de Nationale Bank van Belgie hanteert om per maand de toestand van de conjunctuur te peilen geeft een geleidelijke stijging te zien, maar reden voor echt optimisme is er nog niet: de 'afgevlakte' indicator, die wordt berekend aan de hand van een gemiddelde over een langere periode, geeft nog steeds een neerwaartse lijn te zien. De drie sectoren die zijn opgenomen in de indicator, de verwerkende nijverheid, de handel en de bouwnijverheid, vertonenonderling sterke verschillen: de verwerkende nijverheid nam in de periode na de Golfoorlog toe, terwijl de handel een zeer licht herstel te zien gaf. De bouwnijverheid daarentegen, die zich nog wel boven de nullijn beweegt, nam echter met een paar procent af. Daaruit moet volgens de specialisten worden afgeleid dat de conjunctuurpiek van de afgelopen jaren in de bouw veel later is gevallen dan in de andere sectoren. Over de eerste vier maanden van het jaar lag het inflatiecijfer op 3,45 procent. De verwachting is dat het over he 1991 op 2,9 zal uitkomen, lager dus dan wat in Duitsland (3,4 procent) wordt verwacht. Dat zal in vergelijking met Duitsland, maar ook met Nederland, een gunstige invloed hebben op de Belgische loonkostenontwikkeling, want in de buurlanden wordt rekening gehouden met veel hogere salariseisen.

De verwachting is dat de reeel besteedbare inkomens dit jaar ongeveer 2,5 procent zullen stijgen. Vorig jaar heeft een zekere JH)ruggang plaatsgehad in de concurrentiepositie van Belgie, maar dat was niet zozeer het gevolg van een uit de hand lopende loonontwikkeling, maar wel van de appreciatie van de Belgische frank, die in maart vorig jaar vast aan de Duitse mark werd gekoppeld. Dat heeft het psychologische effect gehad dat de Belgische frank zich een sterke positie op de financiele markt heeft verworven: het renteverschil met Duitsland is nul en van kapitaalvlucht is geen sprake meer. De bedrijfsinvesteringen, de motor bij uitstek vane hoogconjunctuur in de jaren 1988-90, zijn op een lagere versnelling overgeschakeld. Vorig jaar werd een investeringsquote (investeringen in percentage van het bruto nationaal produkt) van 13,1 procent bereikt, een record sinds de Tweede wereldoorlog, maar het wordt moeilijk geacht een dergelijk percentage weer te halen. Daarnaast bewegen de overheidsinvesteringen zich “op een angstwekkend laag niveau”, zoals een woordvoerder van de Belgische bond van ondernemers het uitdrukt. Dat kan ook moeilijk anders, want het overheidstekort is nog steeds te hoog: er wordt naar gestreefd het terug te brengen naar 3,5 procent van het BNP in 1995, maar voor dit jaar wordt er nog op 430 miljard frank (23,65 miljard gulden) gerekend, 6,2 procent van het BNP.

De overheidsfinancien zijn nog steeds een voortdurende bron van zorg in Belgie: “We blijven de last van het verleden achter ons aanslepen”, merkt een woordvoerder van de Nationale Bank daarover somber open derde van de begroting (500 a 600 miljard frank, ongeveer 10 procent van het BNP, moet worden besteed aan rentebetaling over de gigantische staatsschuld: 7.000 miljard frank (meer dan 350 miljard gulden). Peter Claes, conjunctuur-specialist van de Bank Brussel Lambert (BBL), een van de grootste banken in Belgie, vindt dat “internationaal gezien onaanvaardbaar hoog”. De situatie op de lopende rekening is echter gunstig. Hoewel de Belgische exporteurs te lijden hebben onder de recessieverschijnsen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en onder de groeivertraging van de Franse economie is de export naar Duitsland flink gestegen: de uitvoer van Belgie en Luxemburg, die zijn verenigd in de BLEU-douane-unie, zag in het vierde kwartaal van 1990 een waardestijging van 30 procent ten opzichte van dezelfde periode in 1989.

Het overschot op de lopende rekening steeg in 1990 tot 166 miljard frank (ruim negen miljard gulden), wat 2,4 procent is van het BNP. Voor dit jaar wordt rekeni gehouden met een lager, maar toch altijd nog aanzienlijk overschot: tussen de 120 en 130 miljard frank. De Belgische werkgelegenheid ontwikkelt zich niet al te gunstig: waren er in 1990 365.000 mensen zonder werk, voor dit jaar wordt gevreesd dat dat cijfer met zeker 10.000 zal oplopen. Deels is dat nog een gevolg van de Golfoorlog, toen veel ondernemers een personeelsstop invoerden en tijdelijk personeel lieten afvloeien. In april dit jaar lag het aanl werkzoekenden 6,4 procent hoger dan een jaar geleden.