Prinsessen blijven weg, Balmain weer verkocht

PARIJS, 4 JUNI. Het in moeilijkheden verkerende Franse mode(JHuis Pierre Balmain is verkocht. Balmain gaf gisteren een verklaring uit waarin slechts werd gezegd dat verkoop heeft plaatsgehad aan de onderneming Produit, Parfums en Cosmetiques Universels. Er werden geen bijzonderheden gegeven over dit bedrijf of over de overnemingsprijs.

Maar volgens bronnen in de Franse mode-industrie is de koper een bedrijf dat is gelieerd aan de Canadese zakenman Eric Fayer. Fayer verkocht het modehuis in augustus 1989 aan Alain Chevalier, oud-topman van de producent van luxe goederen Moet Hennesy Louis Vuitton, en een gp banken. Het doorgaans goed ingevoerde Amerikaanse blad Women's Wear Daily meldde eerder dat Fayer mogelijk was gedwongen weer een belang in Balmain te nemen omdat de in 1989 overeengekomen verkoopprijs nooit volledig is betaald. Volgens Women's Wear leed Balmain vorig jaar een verlies van 100 miljoen franc (33 miljoen gulden). Chevalier kocht het modehuis nadat hij als topman van Moet Hennessy Louis Vuitton het onderspit had gedolven tegen zijn aal Bernard Arnault. Hij hoopte een nieuwe carriere te kunnen beginnen in de wereld van glamour, maar kwam bedrogen uit. Er werden nieuwe ontwerpers aangetrokken, maar met de financiele resultaten ging het steeds verder bergafwaarts. Balmain moest in december besluiten voorlopig te stoppen met het maken van haute couture bij gebrek aan clientele. De klantenkring telde nog maar ongeveer twintig welgestelde dames. “De haute couture is stervende. Er zijn te weinig Arabi(sche prinsessen en vrouwen van Texaanse miljonairs”, aldus een woordvoerster van Balmain indertijd. De problemen van het modehuis werden vorig jaar snel ernstiger door de daling van de dollarkoers, de Golfcrisis en de economische recessie in de Verenigde Staten. (AFP)