Pensioen

In zijn ingezonden brief maakt mr. A.M. van Dusseldorp (NRC Handelsblad, 30 mei) de redactie erop attent dat, anders dan waarvan in het hoofdartikel van 24 mei wordt uitgegaan, over een AOW-uitkering geen AOW-premie verschuldigd is.

Inderdaad is iemand van 65 jaar of ouder over geen enkel bestanddeel van zijn (fiscale) inkomen AOpremie verschuldigd, dus ook niet over de AOW-uitkering. In het naschrift op deze ingezonden brief erkent de redactie haar ongelijk, maar beperkt dit ten onrechte ertoe dat dit slechts 'strikt genomen' het geval zou zijn. Zij vervolgt dan met een uitvoerig betoog over de koppeling van de AOW-uitkering aan het minimum-loon en vermeldt allerlei zaken die daarbij komen kijken. Dit betoog eindigt met de conclusie dat daardoor bij de vaststelling van de netto-AOW-uitkering rening is gehouden met het betalen van AOW-premie door AOW'ers. Zodat de redactie 'strikt genomen' en ook 'expliciet'

weliswaar ongelijk had, maar 'impliciet' toch gelijk. Allereerst gaat de koppelingsmaterie over de wijze waarop de grootte van de AOW-uitkeringen worden vastgesteld zodra er iets aan het minimumloon en-of de inhoudingen daarop wordt veranderd, en niet over wat er op die AOW-uitkeringen nu wel of niet wordt ingehouden. Maar, en dat is essentieel, houdt men erij die koppeling rekening mee dat op loon van werknemers beneden 65 jaar wel en op AOW van personen van 65 jaar of ouder niet AOW-premie wordt ingehouden. Hoe hieruit dan toch de conclusie wordt getrokken dat 'impliciet', of welk woord de redactie dan ook zou willen gebruiken, op een AOW-uitkering juist wel AOW-premie wordt ingehouden, is mij een raadsel.