Lambada

U herinnert zich ongetwijfeld Roger Milla, de koning van Cameroun. Zijn gezicht liet wel weten dat hij achter in de dertig was, maar zijn voetbaldaden vorige zomer in Italie leken dat te ontkennen. Hoe dan ook - hij redde de wereldkampioenschappen van 1990 nog enigszins als kijkspel. Een man op leeftijd, die een der allergevaarlijkste aanvallers uit het hele toernooi werd en die de lambada danste met een hoekvlag. Een unieke man. En extra uniek men bedacht dat hij een paar maanden tevoren nog voor de kat en derzelve staart achteloos tegen een bal trapte op het nietige eiland La Reunion, ergens midden in de Indische Oceaan. Maar de veteraan, die pas op dringend advies van de president van zijn Afrikaanse land tot het eindtoernooi doordrong, liet zien dat hij nog een paar potjes op het vuur had staan. Hij trouwens niet alleen: het hele elftal van Cameroun liet verfrissend aanvalsvoetbal bewonderen.e aanmerkingen vielen te maken. Defensief ging het soms wat al te hard toe en taktisch raakten de donkere sterren tegen Engeland in zoverre van de kook dat zij zich weinig van de score aantrokken en zich uiteindelijk lieten afbluffen door een minder begaafde tegenstander die wat meer zin voor de realiteit bezat. Niettemin kreeg Cameroun een vloedgolf lof en eer over zich heen.

Daarom doet het ietwat verbazingwekkend aan, dat die natuurtalenten uit donker Afrika niet tot de top van de Olympus zijn doorgedrongen. Er gingen er een paar naar Frankrijk en Belgie, maar terwijl bijvoorbeeld enkele Russen in Italie tot de grootverdieners gingen behoren, bleef de vervulling van die wens voor Milla en zijn mannen uit. Hij is daar nog steeds verbaasd over en ook een tikje bitter. Hij meent dat de Europeanen in slaap zijn gesukkeld en kennelijk niet in staat zijn een flonkerende diamant van kitsch te onderscheiden. Maar het zou kunnen zijn dat zijn prijt aan de hoge kant is. Hij vraagt namelijk 500.000 dollar voor wie hem wil hebben en dat is erg veel voor een man die intussen 39 is. Maar sommige van zijn collega's zijn stukken jonger en ook die zwemmen niet in hun geld. Zou het misschien kunnen zijn dat Europa weinig vertrouwen heeft in de stabiliteit van die voetbalmannen uit Cameroun? Of dat nu terecht is of ten onrechte mag nog even in het midden blijven, al zal het in een paar jaar duidelijk worden hoe hoog hun clubniveau ligt en of zij daar bovenuit en klimmen. Intussen zit Roger Milla in een bescheiden huis in Jaounde en maakt voornamelijk de 200.000 gulden op welke hij als beloning voor het gepresteerde op het wereldkampioenschap heeft ontvangen. Hij kijkt af en toe licht verbaasd naar de zelden vanuit het welvarende buitenland rinkelende telefoon want afgezien van een flauwekulwedstrijdje wordt hij voor niets meer gevraagd. En de leefkosten lopen op, want behalve Milla, zijn vrouw en twee kinderen, wonen nog zes familieleden onder zijn dak. En - poging tot stand ophouden - hij heeft een privechauffeur. Het zijn bijzondere mensen, die topvoetballers van Cameroun. Donkerhuidige Joegoslaven, bij wijze van spreken, want evenzeer vanuit de wieg met techniek begiftigd.

Maar terwijl de Joegoslaven overal ter wereld met groot succes hun voetbalkunsten te gelde maken, krijgen de mannen van Milla nauwelijks internationale attentie, hoewel de oudeas daar naar snakt. “Ik heb nooit een kans gehad”, gromt hij nijdig. Maar voor minder dan een half miljoen dollars zijn kunsten vertonen? Dat nooit. Hij heeft zijn trots.