Kabinet belijdt botte benadering

Welke maatregelen moet het kabinet nemen om zijn financiele problemen het hoofd te bieden? Deskundige buitenstaanders belichten deze vraag in een korte serie. Vandaag de vije en laatste aflevering, van de hand van drs. A.A. Westerlaken, coordinator sociaal-economisch beleid van de vakcentrale CNV.

De Tussenbalans van het kabinet Lubbers-Kok heeft veel kritiek en nauwelijks of geen waardering ontvangen. De vraag kan dan ook worden gesteld waarom een kabinet aan zo'n vorm van zelfkastijding begint. Al snel komt het idee naar boven dat het riekt naar een bizarre compensatie voor eerdere besluitelooshe. De vraag klemt des te meer als er wordt gekeken naar de 'luchtballonnenexercitie' van de laatste tijd.

Nauwelijks een onderwerp of bevolkingsgroep heeft kunnen ontsnappen aan de vernieuwde dadendrang, lees bezuinigingsdrift, van Lubbers en de zijnen. Het is opvallend dat nagenoeg alle regeringen, waar ook ter wereld, plannen ontvouwen voor bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Blijkbaar hoort het bij het driftleven van ministers dergelijke programma's te onikkelen. Deze hartstocht vindt zijn oorzaak deels in het gedrag van de gewone burgers. Immers in het algemeen zijn ze er op uit de overheid, via tal van voorzieningen, te laten 'betalen' zonder dat het de burgers veel kost. Het resultaat van dergelijk denken en handelen: een torenhoge staatsschuld. En dat we daarmee op de verkeerde weg zijn onderschrijft het CNV. Het kabinet Lubbers-Kok moet echter niet overdrijven. Zo heeft de financiering van de uitkergen vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid niets van doen met het financieringstekort van de overheid. Het kabinet had er daarom verstandig aan gedaan in de Tussenbalans niet te reppen over bezuinigingen op deze terreinen. Het getuigt slechts van een botte cijfermatige benadering met nauwelijks of geen aandacht voor de inhoud van het vraagstuk. Overigens doet het 'Haagse gekronkel' over de ZW-WAO problematiek bijna hypocriet aan. Op genoemde terreinen kan de politiek net bogen op enige daadkracht, bijvoorbeeld als het gaat om preventief beleid in de rol van overheid als werkgever. Het kabinet had moeten vertrouwen op het overleg tussen sociale partners en hun verantwoordelijkheid voor de regelingen moeten uitbreiden. De Tussenbalans had dan kunnen worden toegespitst op de werkelijke problematiek: het terugdringen van het financieringstekort.

Het kan niet anders of het terugdringen van het financieringstekort gaat gepaard met lastenverzwaring. De indruk ordt nogal eens gewekt dat bezuinigingen geen lastenverzwaringen inhouden, maar dat is een misverstand. Bezuinigingen op subsidies leiden onvermijdelijk tot hogere eigen bijdragen van de burgers. De extra huurverhoging en de hogere tarieven voor het openbaar vervoer zijn daar voorbeelden van. En het mag duidelijk zijn dat de werknemer niet anders reageert op een prijsstijging dan op een belastingverhoging. Volgens het CNV gaat het hierbij om twee uitwisselbe zaken. Doorslaggevend voor de keuze tussen beide mogelijkheden is de lastenverdeling. Met dat criterium als leidraad heeft het CNV in het SER-advies voor het Sociaal-Economisch Beleid gekozen voor het achterwege laten van de inflatiecorrectie voor de loon- en inkomstenbelasting. Een visie die overigens niet is overgenomen door een meerderheid van de leden van de SER. Met de CNV-optie zou overigens wel bereikt kunnen worden dat de noodzaak om te bezuinigen op subsidies kleiner wordt. In het algeen worden de lager betaalden meer getroffen door bezuinigingen op subsidies dan door het achterwege laten van de inflatiecorrectie. Een andere suggestie van het CNV in het SER-advies, de handhaving van het BTW-tarief (dus geen verlaging) is wel overgenomen door het kabinet. Aan lastenverzwaring kan slechts ontkomen worden door efficiencyverhoging. Een efficienter werkend overheidsapparaat houdt de belofte in van een relatief lagere collectieve lastenuk zonder de noodzaak van prijsstijgingen elders. Op welke wijze de grotere efficiency kan worden bereikt is een zaak voor de politiek voorzover het gaat om de taken van de overheid. In laatste instantie is het aan de politiek om vast te stellen welke overheidsinvesteringen gepleegd moeten worden of welke activiteiten met subsidies ondersteund moeten worden. Ligt het takenpakket vast dan zal vervolgens met de werknemersorganisaties overlegd moeten worden over de daarbij behorende werkgelegheid. Als vakcentrale beschouwt het CNV zichzelf als een relatieve buitenstaander op dit terrein. Het is dan ook niet eenvoudig daarover zinnige dingen te zeggen. Wel bestaat er bij het CNV de indruk dat een grotere (financiele) onafhankelijkheid voor lagere overheden, onderwijsinstellingen en gesubsidieerde instellingen de efficiency van het overheidsapparaat ten goede zal komen. Een grotere autonomie verkort de beleidslijnen en werkt zo gunstig uit op de slagvaardigheid. Bovendien wodt de noodzaak van overleg drastisch beperkt zowel van de zijde van de rijksoverheid als bij de lagere overheden en de gesubsidieerde instellingen. Zo zou bijvoorbeeld het openbaar onderwijs het model van het bijzonder onderwijs kunnen overnemen. De taak van de gemeenten wordt daardoor verlicht en de betrokkenheid van de ouders wordt versterkt. Dat betekent ook eindelijk een winstpunt in het kader van de sociale vernieuwing. Op het terrein van de werkgelegenheid valt van de Tusnbalans niets te verwachten.

Integendeel, de bezuinigingen op het overheidsapparaat werken negatief uit. Daar staat een aantal werkgelegenheidsprogramma's tegenover zoals het Jeugdwerkgarantieplan en de banenpools. Het verleden heeft echter geleerd dat het effect van dergelijke programma's bij de aanvang sterk wordt overschat. Hopelijk is dat nu niet het geval. Wel verdient de politiek een compliment voor het vastberaden optimisme dat zij steeds ten toon weette spreiden. Met haar kleine knuistjes denkt ze steeds kampioen zwaargewicht te kunnen worden. De sleutel voor werkgelegenheidsgroei ligt, naar de ervaring van de afgelopen jaren leert, bij sociale partners. Het arbeidsvoorwaardenoverleg is in hoge mate gedecentraliseerd. Dat heeft een CAO-praktijk opgeleverd waarbij een stelselmatige afweging plaatsheeft tussen contractloonstijging en maatregelen op onder meer het gebied vn werkgelegenheid. In dat systeem functioneert de Stichting van de Arbeid als radar. De signalen vanuit de Stichting en vanuit het overleg met het kabinet geven duidelijk aan waar de gevarenzone begint, maar ook welke offensieve acties ondernomen moeten worden. Op deze wijze ontstaat een perfect samenspel tussen het centrale en het decentrale niveau. Dat wordt bewezen door de uitkomsten van de jongste onderhandelingsronde. De contractloonstijging is zeer verantwoord en het aantal afspraken over de kwaliteit van de arbeid groeit voortdurend. De vrees dat het met de lonen uit de hand zal lopen wordt niet bewaarheid. Het CPB heeft zijn prognose voor de contractloonstijging dan ook benedenwaarts moeten bijstellen. Voor het instandhouden van dit 'gebouw' is het wel nodig dat de minister van sociale zaken en werkgelegenheid de CAO-bepalingen onverkort algemeen verbindend verklaart. Wordt daaraan getornd dan wordt een van de fundamenten van het arbeidsbestel aangetast. De uitruil tussen contractloon en maatregelen t versterking van de positie van zwakke groepen gebeurt nu in de stellige verwachting dat er ook een algemeen verbindend-verklaring zal volgen. Een systematiek die ook de minister van financien zou moeten aanspreken. Het eindoordeel van het CNV over de Tussenbalans wordt in hoge mate bepaald door de voorgenomen aantasting van de sociale zekerheid, een aantasting, die in het licht van de werkelijke problematiek waarmee de politiek worstelt (overheidsfinancien) kant noch wal akt. Verder meent het CNV dat een aantal maatregelen uit de Tussenbalans onvermijdelijk is. Bij de keuze tussen bezuinigingen en verhoging van de collectieve lasten stelt het kabinet zich wel heel dogmatisch op. Het effect van de Tussenbalans op de werkgelegenheid beoordeelt het CNV als negatief. Dit wordt nog eens versterkt door de manier waarop het kabinet omgaat met de arbeidsvoorziening. Het belangrijkste orgaan (met participatie van werknemers en werkgevers) voor een effectief arbeidsmtbeleid wordt beschouwd als een melkkoe. Wettelijk vastgelegde verplichtingen zijn er blijkbaar niet om na te komen, maar om te misbruiken voor eigen 'genoegen'. Het kabinet moet de rol van sociale partners niet afzwakken maar juist versterken, bijvoorbeeld door het bestuur van de sociale zekerheid in handen van die partners te leggen. Het CNV stelt met voldoening vast dat de Tussenbalans uitgaat van een onverkorte handhaving van de koppeling, zeker nu de trend van loonbeheersing wordt bestendigd. Voldaan is het CNV ook over het onaangetast laten van de voorgenomen extra investeringen op het gebied van milieu, openbaar vervoer en overige infrastructuur. Het is in de ogen van het CNV echter onbegrijpelijk dat het kabinet deze laatste zegeningen van de Tussenbalans niet meer voor het voetlicht heeft geplaatst.