Het Parool

In haar reactie op de column van H.A. van Wijnen over de illegale drukker W. Bothe ('De drukkers van Het Parool' in NRC HandelsH)blad van 25 mei) tracht de auteur van de dissertatie over Het Parool in oorlogstijd, Madelon de Keizer, op te stijgen tot de bovenmenselijke hoogte van onfeilbaarheid (NRC Handelsblad, 1 juni).

Zij beroept zich op de Rijksuniversiteit Leiden waar zij is gepromoveerd en op het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie dat haar boek heeft uitgegeven. Er is echter niemand op de Leidse universiteit die de betwiste details van haaproefschrift kan beoordelen en het RIOD is onder dr. L. de Jong geen garantie voor absolute nauwkeurigheid geweest. Ik vraag mij af wie zij over het aandeel van Bothe c.s. in de gedrukte oplage van het illegale Parool heeft gesproken. In ieder geval niet de direct betrokkenen. W. Bothe is destijds op het RIOD genterviewd, maar dat onderhoud moest wegens de emoties die het bij mijn vriend Bothe opriep voortijdig worden beeindigd. Ik zou het eleganter hebben gevonden als het interview bij Bothe thuis zou zijn gehouden, eventueel met mr.

H.W. Sandberg en mij erbij. Mevrouw De Keizer meent het beter te weten maar Bothe is voor zijn illegale werk nooit betaald, hij vroeg er ook niet om. Bothe heeft ook nooit gestencild zoals mevrouw De keizer beweert, hij bezat niet eens een stencilmachine. Ik kan ervoor instaan dat hij de krant heeft gedrukt, ik weet waar het zetsel verborgen lag en waar de oplage naartoe ging. De aanvulling di De Keizer in de brievenrubriek van gisteren gaf, versterkt nog mijn twijfel aan de betrouwbaarheid van haar gegevens. Bothe heeft nooit illegale Parool-nieuwsbulletins gestencild bij ir. V. van Gogh thuis. Hij is zelfs nooit in diens huis gewest. De schrijfster maakt de zaak alleen maar verwarder en toont eens te meer dat zij onkundig is van de zaken die Van Wijnen heeft behandeld. Een rectificatie in een eventuele tweede druk van haar boek lijkmij wel verdiend.