Grootscheepse actie van politie-eenheden in Frans Baskenland

MADRID, 4 JUNI. Zes vermoedelijke leden van de terreurbeweging ETA zijn gisteravond aangehouden tijdens een grootscheepse operatie van speciale politie-eenheden in Frans Baskenland. Gedurende enige uren waren de dorpen oa, San Juan de Luz en Ciboure geheel van de buitenwereld afgesloten, terwijl vanuit de lucht en op de grond werd gezocht naar de terroristen. De namen van de gearresteerden zijn nog niet vrijgegeven, maar aangenomen wordt dat onder hen de rechterhand is van Francisco Mugica Garmendia, de nummer een van ETA.

De Franse autoriteiten zijn bij de operatie afgegaan op inlichtingen die hun Spaanse collega's hebben verkregen na de arrestatie van een aantal leden van 'commando-Barcelona' van de ETA, vorige week donderdag in Catalonie. Volgens de advocaten van de nu in Frankrijk aangehouden verdachten is hiermee een gevaarlijk precedent geschapen; tot dusver weigerde Parijs namelijk inzake de ETA af te gaan op inlichtingen uit Madrid wanneer deze niet door eigen onderzoek bevestigd waren. Het 'commando-Barcelona' is verantwoordelijk voor het bloedbad dat vorige week woensdag werd aangericht toen een met explosieven geladen auto tot ontploffing kwam op de binnenplaats van ekazerne in het plaatsje Vich.

Daarbij kwamen negen mensen, onder wie vier kleine kinderen, om het leven. Volgens de politie konden de daders binnen 24 uur opgepakt worden dankzij inlichtingen van buurtbewoners, maar inmiddels is bekend geworden dat zij al bijna twee maanden in het oog gehouden werden. Via hen zou men andere leden van de ETA op het spoor hebben willen komen.

Een Ierse student die na de aanslag werd aangehouden, is inmiddels vrijgelaten. Aanvankelijk werd gedacht dat hij een verbindingsman zou kennen zijn tussen de ETA en de Noord-Ierse IRA, maar voor dit vermoeden is geen enkele bewijs gevonden. De publieke verontwaardiging over de aanslag in Vich is nog altijd niet geluwd. Ook gisteren verzamelden zich weer vele duizenden burgers in het centrum van Barcelona om te protesteren tegen het terrorisme. De tegen de ETA gerichte woede kreeg afgelopen weekeinde nieuw voedsel doordat de begrafenis van twee terroristen diej hun aanhouding om het leven kwamen uitgroeide tot een manifestatie waarin hun daden werden verheerlijkt. Enige duizenden ETA-sympathisanten waren zaterdag naar Guernica gekomen om het tweetal de laatste eer te bewijzen. Hun metershoge portretten waren versierd met bloemen en Baskische vlaggen. In Guernica, Bilbao en San Sebastian kwam het later tot hevige gevechten tussen de politie en jeugdige demonstranten. Daarbij werden bussen en politie-voertuigen in brand gestoken, terwijl twee jongens ernstig gewond raan door politiekogels.

Herri Batasuna, de politieke partij die als de 'legale arm' van de ETA wordt beschouwd, heeft in een officiele verklaring laten weten dat de beide terroristen “hun leven hebben geofferd voor de zaak van vrede en vrijheid”. De verklaring stelt bovendien dat de twee “vermoord zijn bij een wraakactie van de politie.' De openbare aanklager in Madrid heeft naar aanleiding van deze woorden twee parlementariers van Herri Batasuna in staat van beschuldigingesteld wegens “het verontschuldigen van terrorisme” en “belediging van de opsporingsautoriteiten”. Op deze delicten staat een gevangenisstraf van maximaal twaalf jaar. Het hoofd van de Guardia Civil, die de leiding bij de arrestatie had, heeft gezegd dat hij geen zin heeft in een polemiek over wie het eerste schot loste tijdens de confrontatie tussen politie en verdachten.