EG-ministers beloven hulp aan Oostduitsers

BONN, 4 juni. De Europese Gemeenschap zal onverminderd blijven helpen bij de economische ontwikkeling en integratie van de vroegere DDR. Dit hebben de EG-ministers van buitenlandseJH)ken gisteren afgesproken aan het einde van hun tweedaagse informele overleg in Dresden, waar zij zondag en gisteren bijeen waren op uitnodiging van de Duitse minister Genscher.

De huidige voorzitter van de Europese ministerraad, de Luxemburger Poos, kondigde aan dat de EG-ministers in hun landen met eens te meer kracht zullen werven voor investeringen in Oost-Duitsland. Hij sloot zich uitdrukkelijk aan bij de pleidooien die Genscher, Saksens minister-president Kurt Biedenkopf (CDU) en Treuhand-voorzitter mevrouw Birgit Breuel daarvoor hadden gehouden. Biedenkopf had de regionale grensoverschrijdende samenwerking tussen zijn deelstaat en Tsjechoslowakije en Polen getypeerd als “een bruggehoofd naar het Oosten” en als “goede aanloop naar associatie en een komend EG-lidmaatschap van die landen”. Volgens Poos moet de EG de economische ontwikkeling van de vroegere DDR ook zien als het werk aan een brug naar Oost-Eu(ropa, waarbij verbetering van de Oostduitse infrastructuur even belangrijk is als financiele hulp. De Treuhand heeft intussen ruim 1800 van de omstreeks 8.000 vroegere Oostduitse staatsbedrijven geprivatiseerd, aldus mevrouw Breuel. De Treuhand wil in heel Europa versterkt gaan werven voor de verkoop van zulke bedrijven. Het instituut hoopt in 1994-'95 overbodig te zijn geworden, zei zij. (De Duitse minister van economische za, Mollemann (FDP), sprak gisteren in een rede voor Duitse industrielen in Keulen van 1600 verkochte bedrijven, die 8,7 miljard mark hadden opgeleverd. Volgens de minister zijn daardoor 425.000 banen verzekerd.) In Dresden hebben de EG-ministers ook afgesproken dat Poos de gedachte gaat uitwerken om in plaats van een alomvattende verdragstekst voor de Europese Monetaire Unie (EMU) en de Politieke Unie (EPU), die laatste inclusief regels voor de opzet van het gemeenschappelijke veiligheids- en buitenlands beleid, straks met enkele paralle verdragen en-of separate aanvullingen te volstaan. Uit zulke eventuele afzonderlijke verdragen zou dan op iets langere duur een verdrag kunnen ontstaan. Zo'n geleidelijke ontwikkeling zou het bijvoorbeeld mogelijk maken tijdelijk tegemoet te komen aan onder meer Duitse bezwaren tegen een geforceerd-snelle monetaire unie zonder dat de economieen van zwakkere EG-staten al voldoende aangepast zijn.