Den Haag steunt EG-plan energieheffing

PARIJS, 4 JUNI. De Nederlandse regering zal dit jaar als voorzitter van de Europese ministerraad een plan van de Europese Commissie voor hoge heffingen op brandstoffen krachtig steunen.

Dit zei minister Andriessen (economische zaken) gisteren na een vergadering van de energieministers van het Internationaal Energie AgentschapIEA) in Parijs. De Commissie in Brussel, het dagelijks bestuur van de EG, heeft een voorstel in de maak voor een gecombineerde heffing op brandstoffen en op CO2-emissies. Die heffing beoogt een snelle aanpak van milieubescherming en energiebesparing. Het plan sluit aan bij de doelstelling van alle Westeuropese landen om de uitworp van gassen die het klimaat benvloeden (in het bijzonder CO2) in het jaar 2000 te stabiliseren op het niveau van 1990. Toch wordt verzet van verschillende landen tegen de heffing verwacht. Alle brandstoffen zouden door het EG-plan duurder worden, mr de heffing op schone energiebronnen als kernenergie en aardgas zal lager zijn dan op olie en kolen. Gestudeerd wordt nog op de hoogte van de heffing en op een methode om het geld langs een andere weg - bij voorbeeld via belastingverlaging - weer aan de consumenten terug te geven. Volgens minister Andriessen is alleen een zeer hoge heffing op brandstoffen effectief. “Pas bij een verdrievoudiging van de prijs krijg je een effectieve energiebesparing van 20 procent. Toch willen wij dat,aar het kan alleen in internationaal verband worden ingevoerd. Anders krijg je een enorme verstoring van de concurrentie.” Andriessen heeft er gisteren in de IEA-vergadering op aangedrongen dat het agentschap een leidende rol gaat vervulllen bij de energiebesparing, het efficienter gebruik van energie in de Westerse landen en het gebruik van economische instrumenten daarvoor, zoals heffingen. Nederland en de Europese Commissie kregen gisteren lof van van le andere IEA-landen voor het plan-Lubbers voor een energiegemeenschap. De Europese Commisie heeft een internationaal handvest voor deze nieuwe gemeenschap voorbereid. Het gaat om een nauwe samenwerking van het Westen met de Sovjet-Unie en alle Midden- en Oosteuropese landen. In ruil voor langlopende contracten voor de levering van aardgas, olie en kolen krijgt de Sovjet-Unie hulp van Westerse bedrijven om haar olie-en gaswinning te moderniseren. Ook is het de bedling daarbij in heel Oost-Europa het milieu en de veiligheid van kerncentrales te verbeteren. De IEA-ministers prezen gisteren in hun communique de olieproducerende landen die sinds het begin van de Golfcrisis direct de stopgezette export van olie uit Koeweit en Irak hebben gecompenseerd door produktieverhoging. Bovendien ging een lang gekoesterde wens van de olielanden in vervulling met een passage in het IEA-communique over het belang van goede relaties met de produktielanden. De energieministers zijnoor 'contacten' die meer helderheid geven in vraag en aanbod op de markt. Die contacten mogen niet de vorm van een 'dialoog' aannemen, zoals de olielanden hebben voorgesteld. Het IEA houdt zich ook verre van afspraken over produktievolumes en richtprijzen. Dat zijn vraagstukken die de marktpartijen en niet de regeringen moeten oplossen, vinden de Westerse ministers. Met de VS voorop als meest fervente tegenstander van marktinterventie, verzet het IEAzich tegen het kartelachtige optreden van OPEC, de organisatie van 13 olie exporterende landen. Niettemin bieden de komende besprekingen aanknopingspunten voor een betere planning van de investeringen in de olielanden. Dat is in het belang van zowel de olie- exporterende als de consumerende landen, want het leidt tot meer zekerheid over voldoende aanvoer. Over de controversiele rol van kernenergie in de Westerse wereld wisten de IEA-ministers e compromis te formuleren dat de verantwoordelijkheid voor het bouwen van (meer) kerncentrales aan de individuele landen laat, maar toch het belang van deze energiebron in een aantal lidstaten erkent. Nederland steunt de groep landen die vindt dat kernenergie een belangrijk middel is om de klimaatbedreigende gassen te stabiliseren. “Dit communique gaat een heel klein beetje in de richting van meer kernenergie”, zei minister Andriessen.