'De inval mag vanavond nog'

ROTTERDAM, 4 JUNI. In de Surinaamse winkel op de West-Kruiskade in Rordam laat niemand van de aanwezigen ruimte voor enige twijfel. “Wanneer is de inval?”, vraagt een Creoolse vrouw die inkopen aan het doen is voor de samenstelling van een voedselpakket. “Weet u, van mij mag Nederland Suriname vanavond nog binnenvallen.”

Creolen, Hindoestanen of Javanen die de winkel binnenkomen laten desgevraagd weten dat de situatie in Suriname wat hen betreft onhoudbaar is geworden. “Mensen die tegen ingrijpen zijn denken dat Nederland ons weer wil uitbuiten. Nou, ik ben daar opgegroeid en ik ben nooit onderdrukt en ik heb nooit in de rij hoeven staan, zoals nu”, zegt een vrouw. Hoe langer hoe meer klanten mengen zich in de discussie. Ze spreken over de frisdrank die nauwelijks meer is te krijgen in Suriname en die je - bij gebrek aan flessen - krijgt geserveerd in een plastic zakje voorzien van een in tweeen geknipt rietje. Over de astronomische prijzen van de pindakaas. Een bejaarde Javaanse vrouw zegt: “De mensen in Suriname leven in angst voor Bouta en als ik hier bedreigd word, roep ik toch ook de politie?” Alom wordt tevredenheid betoond over de uitspraak van minister Van den Broek dat Nederland militair zou moeten ingrijpen als de Surinaamse regering daar om zou vragen. Voor de Creoolse vrouw met haar volgeladen boodschappentassen gaat dat nog niet ver genoeg. “Laten ze die kazernes maar plat bombarderen”, zegt ze.

“Nederland moet daarna permanent in Suriname aanwezigijven en de hele rotzooi eens goed schoonvegen. Want ook onze politici zijn zakkenvullers.” Toch zijn de meningen binnen de Surinaamse gemeenschap in Nederland sterk verdeeld. Jongerenwerker J. Cotino van het Amsterdamse jongerencentrum Kwakoe meent dat de huidige legertop in Suriname heeft gezorgd voor orde en rust. Een inval van Nederland in Suriname noemt hij “alleen dan gerechtvaardigd als het Surinaamse leger versterking zou behoeven bij het uitoefenen vanjn taak”. Voormalig vice-premier, minister van buitenlandse zaken en minister van justitie mr. A. Haakmat beschouwt de uitspraken van Van den Broek als “zeer onverstandig en dom, omdat niets Bouterse een grotere legitimiteit geeft om in het politieke proces in te grijpen dan de constatering dat de nationale soevereiniteit door krachten van buitenaf wordt bedreigd”.

Pag. 3: 'Ik smeek Nederland: grijp nu in' Haakmat meent dat Nederland al ten tijde van de decembermoorden had moeten ingrijpen. “Toen gebeurde er niets. Nu dreigt Nederland, terwijl het Surinaamse volk juist overeind lijkt te krabbelen.” De stemmenwinst van de NDP, de aan het leger gelieerde partij, toont volgens Haakmat aan “dat de maatscappelijke basis van het leger is verbreed en dat daarmee de weg van de dialoog definitief is ingeslagen, net zoals in Argentinie en Chili het geval was”. Mocht het leger toch de totstandkoming van een nieuwe grondwet dwarsbomen, dan is het volgens hem in de eerste plaats een taak van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) om in te grijpen. De cocanetransporten vanuit Suriname rechtvaardigen volgens Haakmat in ieder geval geen Nederlands ingrijpen. “Iedereenweet toch hoe dat gaat?”, stelt hij. “Hier worden paspoorten gestolen. Een Surinamer die cocane transporteert krijgt een Nederlands paspoort als beloning. Als Nederland de justitiele en politionele samenwerking met Suriname herstelt, is het probleem zo opgelost.” I. Bottse, presentator van het op radio Noord-Holland uitgezonden Damsko, so mi tan ('Amsterdam, zo ben ik'), heeft zijn aanvankelijke twijfels overwonnen.

“Diep in mijn hart vind ik dat militair ingrijpen van Nederland eigenlijk niet kan”, zegt hij. “Maar ik zeg ook: hoe zou het anders moeten? Je kunt toch niet regeren met een Uzi in je nek?” Het door sommige Surinamers gehanteerde argument dat een verregaande Nederlandse bemoeienis met Suriname op 'neo-kolonialistisch gedrag' duidt, wimpelt hij weg. “Onzin. Surinamers hebben duidelijk gemaakt dat ze het zelf niet aankunnen. Dat geldt zeker ook voor die ondemocratische, arrogante he van de gevestigde politieke partijen.” Volgens Bottse is van een omslag in de houding van de Surinaamse gemeenschap geen sprake. “De meesten waren altijd al voor ingrijpen, maar ze spraken het nooit hardop uit. Nu is dat anders.” Dat merkt hij ook tijdens zijn uitzendingen.

Vorige week belde er nog een luisteraarster op die zei: “Ik smeek Nederland: grijp nu in want anders gaan we ten onder!” C. Karg, voorzitter van de werkgroep Gemenebest,ent dat de relativering van Van den Broeks uitspraken door premier Lubbers “verwarrend” werkt.

“Eindelijk, na tien jaar, neemt een Nederlandse minister eens een duidelijk standpunt in. Dat beetje vertrouwen is nu door Lubbers weer kapotgeslagen.” Karg betwijfelt of de Surinaamse regering ooit militaire bijstand van Nederland zal vragen. Daarom meent hij dat zelfs een eigenmachtig optreden van Nederland verdedigbaar is. “Nederland kent de situatie. Suriname is Irak niet, het gaat slechts om een kleine groep rebellen binnen heeger.” Surinamers die tegen een Nederlands ingrijpen zijn, beziet hij met wantrouwen. “Dat zijn de Haakmatten, degenen die straks superminister willen worden over een dom volk.”

Binnen de Evangelische Broeder Gemeente, de belangrijkste kerk in de creoolse gemeenschap, wordt volgens ds. L. Dielingen uit Zeist “met enthousiasme” gepraat over nauwere banden tussen Nederland en Suriname.

Zelf heeft hij geen enkele moeite met de uitspraken van Van den Broek. “Als er deze keer niets gebeurt, kunnen we Sume wel afschrijven.” Hij vreest het ergste als het Gemenebest-plan ertoe leidt dat de Surinamers twee paspoorten krijgen, terwijl er in het land zelf niets verandert.

“Dan kunnen we Zeist wel ontruimen want dan komen alle achtergebleven Surinamers alsnog naar Nederland”, aldus Dielingen. “It takes two to tango”, zegt Denise de Hart, onlangs nog bemiddelaarster tussen Bouterse, Brunswijk en de Surinaamse regering. “Het kan best zo zijn dat het leger probeert de regng te intimideren maar dat kan alleen als de politici zich ook laten intimideren.” Een Nederlandse dreiging met ingrijpen kan zijn nut hebben maar van daadwerkelijke actie wil ze niets weten. “Het gaat nu om de morele kracht van onze politici. Maar eerst moet de huidige politieke top weg.” Ze zegt een positie in te nemen tussen de voorstanders van een militair ingrjpen en degenen die iedere Nederlandse inmenging in Suriname verwerpen. “Maar als er nu weereen coup gepleegd zou worden, beland ik ook in het kamp van de voorstanders van ingrijpen.” De Surinaamse juriste mr. C. Jessurun meent “dat het volkenrechtelijk een schande zou zijn” als Nederland afzijdig zou blijven. Uit Suriname afkomstige cocane vormt immers een bedreiging van de Nederlandse volksgezondheid. Bovendien bevindt de helft van de Surinaamse bevolking zich 'onvrijwillig' in Nederland en kan niet terugkeren. Jessurun: “Geen land wereld hoeft het goed te vinden als ergens een dictator aan de macht is die een producent is van vluchtelingen en daarmee de soevereiniteit van dat andere land schendt.” Een Nederlandse interventie hoeft volgens haar niet met geweld gepaard te gaan. “Een paar schepen met mariniers is voldoende.

Vergeet u niet dat Nederland nog nooit een kogel op een Surinamer heeft afgevuurd. De enige die dat ooit deed is D. Bouterse.''